Een sterke naschok verbreekt de stilte. „Een zwaar, onderaards gerommel; ik hoorde de nabeving letterlijk aankomen”, zegt Kusunoki. „Onvergetelijk. Veel mensen vluchtten te laat uit de stad.”
De aardbeving drijft de torens van de tot nu toe langste hangbrug ter wereld -toen in aanbouw- ruim 1 meter uit elkaar. De schade aan de brug blijft verder beperkt. De bouwers hadden rekening gehouden met een aardbeving van 8,5 op de schaal van Richter. De Kobe-aardbeving zit daar met 7,2 ruim onder.
Enkele dagen na de ramp maakt de regering de balans op: 6427 doden en vermisten, ruim 40.000 gewonden en meer dan 110.000 huizen en gebouwen totaal verwoest. De economische schade: 200 miljard dollar.
Dat het dodental relatief hoog is, komt door de plaats en de tijd van de aardbeving. De aarde scheurt in de vroege morgen precies midden onder de dichtbevolkte stad, als de meeste mensen nog in bed liggen.
Aardbevingexperts staan perplex. Kobe zou voorlopig niet door een aardbeving getroffen worden, zeiden ze. Niet dat het gebied nooit eerder door een aardbeving is getroffen -Kobe ligt in een van de meest gevoelige regio’s van Japan- maar ze verwachtten haar niet nu, niet op deze plaats, niet van deze omvang.
Vloedgolf
Vroeger zouden Japanners al snel met een verklaring voor een dergelijke ramp op de proppen zijn gekomen: „De meerval is in zijn slaap gestoord en woedend brengt hij de aarde in beroering. Laten we boeddha bidden dat hij wat kalmeert. Eeuwenlang was dit bijgeloof de meest gangbare theorie”, zegt professor Teruyuki Kato, onderzoeker aan de Universiteit van Tokio.
Pas sinds 1960 weten wetenschappers volgens de hoogleraar hoe aardbevingen ontstaan. „De bewustwording begon met de ontdekking door de Duitser Alfred Wegener in 1915. De continenten op de aarde lijken volgens hem als puzzelstukjes in elkaar te passen. Aan de kustlijnen van Afrika en Zuid-Amerika is dat goed te zien. Zijn conclusie: Alle landmassa’s waren vroeger één. De continenten zijn in beweging.” Over het hoe en waarom kan de Duitser nog geen uitsluitsel geven.
In de 45 jaar na de ontdekking van Wegener ontwikkelen onderzoekers zijn theorie verder. Ze ontdekken dat het buitenste deel van de aardkorst, de lithosfeer, bestaat uit zeven grote en verschillende kleine aardplaten die ten opzichte van vaste punten op de aardbol bewegen. Op deze punten, de zogenaamde hotspots, ontstaat nieuwe aardkorst waardoor de platen op die plaats uit elkaar gedreven worden. Deze hotspots bevinden zich meestal in de oceanen.
Op andere plaatsen botsen de aardplaten juist tegen elkaar. De ene plaat kan dan de andere omhoog drijven, waardoor er grote bergketens ontstaan, zoals het Himalayaegebergte in India.
Een aardplaat kan door de botsing ook onder de ander duiken, waardoor er een diepe trog ontstaat. De bovenste blijft achter de rotsachtige delen van de ondergaande haken en buigt een stukje mee. Wanneer de spanning te groot wordt, schiet de bovenste plaat met een grote kracht over de andere.
Een dergelijke aardbeving veroorzaakte met Kerst vorig jaar de vloedgolf in Azië. De aardbeving was daar zo krachtig, dat het Europese continent 1 centimeter opgetild en 2 centimeter in noordelijke richting werd geduwd, bleek vorige week uit een onderzoek van Duitse wetenschappers. De beweging was slechts tijdelijk en na een paar minuten bevond het continent zich weer op zijn gebruikelijke positie.
Ook de grote Kanto-aardbeving in 1923 bij Tokio, waarbij 140.000 mensen om het leven kwamen, was volgens Kato zo’n beving. „Van de Pacifische plaat verdwijnt elk jaar een gedeelte onder het noordelijke deel van de Euro-Aziatische plaat. Japan ligt net op het randje van de bovenste plaat. Bij Tokio is de verplaatsing jaarlijks 8 centimeter en de spanning bouwt zich evenredig met deze verplaatsing op.”
Bij Kobe gaat de spanningsopbouw minder snel. De Filipijnse plaat duikt volgens de hoogleraar met een draaiende beweging onder het zuidelijke deel van de Japanse eilanden. „Ter hoogte van Kobe is dat ongeveer 5 centimeter per jaar. Een aardbeving zoals in Tokio komt daarom in Kobe minder vaak voor.”
Voorbode
De aardbeving in Kobe tien jaar geleden is van een ander soort dan die in Tokio en Azië. „Wanneer een aardplaat onder een ander duikt, loopt niet alleen de spanning in het grensvlak hoog op, maar ook binnen de aardplaten”, legt Kato uit. „Deze spanningen concentreren zich rond breukvlakken die ontstaan zijn door eerdere aardbevingen. Wordt de spanning te groot, dan schuiven delen van de aardkorst binnen de aardplaat ter plaatse van de breukvlakken met veel geweld langs elkaar heen. Er ontstaat een landinwaartse aardbeving.”
Het grootste deel van de 2000 actieve breukvlakken in Japan ligt in de Kinki-regio, met daarin de miljoenensteden Kobe, Kyoto en Osaka. Eén keer in de 100 tot 150 jaar heeft dit gebied te kampen met een zware aardbeving -8 of meer op de schaal van Richter- blijkt uit historische gegevens die teruggaan tot het begin van de jaartelling.
Voor 17 januari bouwde de spanning in deze regio zich op in noordwest-zuidoostelijke richting. Het hypocenter, het startpunt van de breuk, lag tussen het eiland Awajishima en de stad Kobe, op een diepte van ongeveer 14 kilometer.
De breuk breidde zich vervolgens met een snelheid van 2 tot 3 kilometer per seconde uit in noordoostelijke en zuidwestelijke richting, haaks op de spanningsrichting. Ter plaatse van de scheur schoven delen van de aarde met een snelheid van ongeveer 1 meter per seconde langs elkaar heen in nagenoeg verticale richting. De slip was 1 tot 2 meter met een maximum van 3 meter op het eiland Awajishima. Ter vergelijking: Bij de Kanto-aardbeving was de slip op sommige plaatsen 7 meter.
Uit het verleden blijkt volgens Kato dat landinwaartse aardbevingen vaak de voorbodes zijn van een grote aardbeving langs de Nankai-trog, de plaats waar de Filipijnse plaat onder de Euro-Aziatische duikt. „Staan we na de Kobe-aardbeving in 1995 en de West-Tottori-aardbeving in 2000 weer aan de vooravond van de volgende Nankai-aardbeving?”
De inwoners van Kobe zijn in ieder geval voorbereid. De strijd lijkt op voorhand verloren, maar „wij zullen het nooit opgeven”, kopt een grote poster in het museum in Kobe.