Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Leren praten door spelen met blokken

 Wanneer een kind het blok tegen het bordje drukt, licht het blok op en klinkt de naam van het voorwerp. Foto’s Helma van Rijn
 1 van 3  

Wanneer een kind het blok tegen het bordje drukt, licht het blok op en klinkt de naam van het voorwerp. Foto’s Helma van Rijn

Wie goed luistert, hoort het hem zeggen: „vis-sen-kom.” Terwijl de vijfjarige Beer uit Den Haag aan het spelen is, loopt hij naar de vissenkom en zegt het woord ervoor. Zijn moeder Julie Hendriks is enthousiast over het speelgoed voor autistische kinderen waarop Helma van Rijn (24) onlangs aan de TU Delft afstudeerde. „Ik ben ervan overtuigd dat Beer met Linkx spelenderwijs meer woordjes zou kunnen gaan gebruiken.”
Twee witte blokken en een wit bordje staan op haar bureau. Het speelgoed dat Helma van Rijn ontwierp ziet er simpel uit. Vanbuiten tenminste. Vanbinnen is het gevuld met veel elektronica, vier batterijen, lampjes en een speakertje.

Het bordje kan worden bevestigd op een voorwerp in huis. De naam van het voorwerp spreken de ouders van tevoren in. Zodra het kind het blok tegen het bordje drukt, licht het blok op en spreekt het de naam van het voorwerp uit. Wanneer een kind de blokken tegen elkaar houdt, bewegen de lichtjes naar het volgende blok en een van de blokken laat de naam weer horen.

Helma van Rijn heeft uit betrokkenheid gekozen voor de ontwikkeling van het speelgoed voor autistische kinderen die er moeite mee hebben om te leren praten. De projectgroep LinguaBytes van de TU Delft ontwikkelt, samen met het ID-StudioLab, speelgoed voor meervoudig gehandicapte kinderen. Iemand uit de projectgroep vertelde haar dat ze een proef met speelgoed bij kinderen hadden gedaan. Alle kindjes begonnen te spelen, behalve een. Die jongen was autistisch. „Het trof me dat het huidige speelgoed hem blijkbaar niet kon verleiden ermee te gaan spelen.”

Bak met boontjes
Helma van Rijn vindt gebruikers bij het ontwerpen van gebruiksvoorwerpen heel belangrijk. Daarom verdiepte zij zich eerst in de vraag hoe autistische kinderen spelen. „Ik heb meegelopen op een medisch kinderdagverblijf. Aan het eind een taalles mochten kinderen vijf minuten met hun handen in een bak met boontjes grabbelen. Dat vonden ze heerlijk.”

Om verdere informatie te verzamelen, liet de ontwerpster drie ouders van kinderen met een autistische stoornis een schriftje met vragen over hun kind invullen. Ze wilde te weten komen welke interesses de kinderen hebben, op welke plaatsen ze het liefst spelen en waar ze goed in zijn. „Ik wilde helemaal in hun wereld kruipen.”

De kinderen bleken van ordenen te houden. „Ze waren bijvoorbeeld heel lang bezig met het op een rij leggen van appels, of oordopjes. Een jongen had een verzameling dvd’s die hij altijd op een stapeltje legde. Hij wist het precies wanneer er een ontbrak.” Ook speelgoed dat beloont met geluid en lichtjes scoorde goed.

Wat voor haar ontwerp verder van belang bleek, was het gegeven dat autistische kinderen moeite hebben met het geven van betekenis aan een woord. Helma: „Toen ik afscheid nam van een van de drie kinderen met wie ik had gespeeld, zei ik: „Dag Jakob.” Hij herhaalde dat, maar begreep niet goed wat het betekende. Ook bleef hij de woorden herhalen, iets wat veel autistische kinderen doen: eindeloos herhalen. Met Linkx gebruik ik die drang om te herhalen juist positief. Iedere keer wanneer ze de handeling herhalen, horen ze ook het woordje weer, waardoor dat beter blijft hangen.”

Echte experts
Autisme heeft diverse verschijningsvormen, geeft Helma aan. „En daarom is geen enkel kind hetzelfde. Ik wilde me met mijn speelgoed richten op kinderen die moeite hebben met praten, het leren van woordjes. Want dat hun kinderen slecht konden communiceren, vonden de ouders het moeilijkst, omdat dat vaak frustraties bij het kind zelf oplevert.”

Steeds wanneer Helma van Rijn een idee had, besprak ze dat met de ouders van de drie testkinderen. „Zij zijn de echte experts. Zij gaven feedback waarmee ik direct weer aan de slag kon. Door deze ouders er op deze manier bij te betrekken, ontwerp je het eigenlijk samen. Voor het ontwerpen is dat heel belangrijk, omdat ik precies wist wat aanslaat en wat niet.”

Uiteindelijk maakte Helma blokken. „Ik had ook poppetjes kunnen maken, maar daar zouden de kinderen toch geen boodschap aan hebben. Ze hebben vaak geen of weinig fantasie in hun spel.” Het zijn vrij zware blokken. Ook dat is bewust. „Veel autistische kinderen houden van het tillen van zware voorwerpen, omdat die hun rust geven. Daardoor worden andere prikkels wat afgestompt. Een van de testjongens slaapt altijd met een grote pop op z’n hoofd. Het is te vergelijken met mensen die voorkeur hebben voor het slapen onder zware dekens.”

Rubber
De buitenkant van de blokken is bedekt met siliconenrubber. „Ik heb een testje gedaan door allerlei materialen in een bak te doen. Vooral een deksel van een verfblikje was populair, omdat dat spiegelde, maar daarna kwam een slurfje van foam. Blijkbaar geeft dat zachte en verende materiaal een fijn gevoel.”

Dat de ouders zelf de namen van de voorwerpen kunnen inspreken, vindt de ontwerpster van wezenlijk belang. „Dat geeft veiligheid. Het is niet zomaar een mannenstem, maar pápa die het zegt. Ook heb ik het zo gemaakt dat ouders het speelgoed aan hun eigen kind kunnen aanpassen. Een van de testkinderen was vooral ingesteld op de kleuren van de lampjes. Hij had eigenlijk alleen maar oog voor de rode en blauwe lampjes die gingen branden, het woord hoorde hij daardoor helemaal niet. Voor zo’n kindje is het goed dat de lichtjes ook alleen wit licht kunnen geven.”

Volgens de ontwerpster is het ontwerp een breuk met de meest gangbare methoden, waarbij autistische kinderen vaak via de computer woordjes leren. „Mijn methode speelt zich af in de echte wereld. Dat heeft juist voor autistische kinderen het voordeel dat ze de link tussen een echt voorwerp en het woord op dezelfde plaats leggen. Het bewegen van een muis, klikken, en zien wat er op een scherm gebeurt, geeft namelijk nogal eens moeilijkheden.”

Lachen
Helma van Rijn studeerde cum laude af. Maar het grootste compliment kreeg ze van een van haar testkinderen, Beer. „Ik kwam voor het eerst met de blokken bij hem. Hij ging ermee spelen en begon me daar te lachen. Hij vond het geweldig om te doen. Later zei hij spontaan het woord vissenkom, toen hij naar de vissenkom liep. Terwijl hij normaal alleen woorden napraat. En toen ik laatst bij hem op bezoek kwam, wist hij het woordje nog.”

Ook de vele reacties die ze op het product heeft gekregen, doen haar goed. „Ik krijg mailtjes en telefoontjes van mensen die interesse hebben in het product. Ik had vanmorgen nog een oma aan de telefoon die er wel iets in zag voor haar driejarige kleindochter.”

De ontwerpster vindt het mooi deze mensen te spreken, maar helaas moet ze hen vooralsnog teleurstellen. „Linkx is nog niet op de markt. Uiteraard hoop ik wel dat het ervan gaat komen, zeker omdat ik nu al veel reacties krijg. Volgens mij is er echt vraag naar. De projectgroep heeft interesse het speelgoed op te nemen in zijn productpakket, maar het moet eerst nog uitgebreider worden getest. In een vervolgproject zouden we dat met meer kinderen en over een langere tijd moeten doen. Ook om wetenschappelijk te kunnen bewijzen dat het een goed product is.”

Helma van Rijn constateert met spijt dat ’haar’ testkinderen waarschijnlijk niet veel meer aan Linkx zullen hebben. „Maar mogelijk kan ik andere kinderen met een autistische stoornis en communicatieproblemen er in de toekomst wel mee helpen. Niet ter vervanging van logopedie of andere therapieën, maar als extra hulpmiddel voor de ouders.”

Meer informatie: www.studiolab.io.tudelft.nl/vanrijn/linkx

Korte zinnetjes

Peter Brummel uit Delft, de vader van Robbert (5), ziet duidelijk mogelijkheden voor het gebruik van Linkx. Hij deed samen met zijn zoon mee aan de tests van Helma van Rijn. „Het eerste dat je met een kind wilt, is communiceren. Daar speelt dit speelgoed op in.”

Samen met zijn vader oefende Robbert de woordjes ”kattenbak”, ”loopfiets” en ”keukendeur”. Het jongetje kent ze nog allemaal. „Maar ik moet eerlijk zeggen dat Robbert sowieso het afgelopen jaar sterk vooruit is gegaan in zijn taalontwikkeling.”

Dat het speelgoed door ouders op het niveau van het kind aan te passen is, spreekt de vader van Robbert erg aan. „Voor Robbert zouden we zelfs korte zinnetjes kunnen inspreken.”

Uitdagend

Julie Hendriks uit Den Haag, de moeder van Beer (5) hoopt ook op productie van Linkx. „Er is een heleboel speelgoed, maar weinig dat specifiek gericht is op kinderen met autisme.”

Vooral het spelenderwijs leren spreekt haar aan. „En Beer hoeft er niemand voor aan te kijken, wat heel belangrijk voor hem is.”

Hoewel Beer wég is van zogenoemde kindercomputers, vindt zijn moeder die vaak te eenzijdig. „De opdrachtjes die hij zou moeten doen, zijn vaak te ingewikkeld. Dus blijft hij 100.000 keer op één knop drukken. Linkx is eenvoudig, en het blijft uitdagend.”


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels