De kwaliteit van het onderwijs zelf laat ook te wensen over, en dat is extra fnuikend voor Papoeakinderen uit de dorpen. Zij krijgen de nationale taal, het Bahasa Indonesia, immers niet van huis uit mee, terwijl hun eigen Papoeataal in niets is te vergelijken met het Indonesisch. Voordat de kerk met lees- en schrijfklasjes in de dorpen begon, was de uitval onder Papoeakinderen dan ook hoog. Dankzij het alfabetiseringswerk zijn deze kinderen nu vaak zelfs beter dan hun klasgenootjes.
Ook voor volwassenen staan de lees- en schrijfklasjes open. Vooral vrouwen komen erop af. Het verschil tussen voor en na is aanzienlijk, weten ingewijden. Vrouwen die kunnen lezen en schrijven brengen zieke kinderen eerder naar een medische post, ze hebben beter contact met hun kinderen in de stad (ze kunnen brieven lezen en schrijven) en ze kunnen de Bijbel (voor)lezen.