Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Last van stokende buurman

 Houtstoken is gezellig. Rook kan echter wel leiden tot overlast voor omwonenden.

Houtstoken is gezellig. Rook kan echter wel leiden tot overlast voor omwonenden.

Een op de vijf huishoudens heeft een open haard of een houtkachel. De laatste jaren stijgt het aantal houtstokers. Ze schaffen een kachel aan vanwege de gezelligheid of de stijgende brandstofprijzen. De medaille heeft echter ook een keerzijde. Houtstokers zorgen voor de uitstoot van rook en fijn stof. Dat kan leiden tot klachten over stank door omwonenden. Ook mensen met astma en longproblemen kunnen hinder ondervinden.
Een Groningse mevrouw klaagt bij Milieudefensie in Groningen en bij het Astmafonds over rookoverlast in haar flatje, veroorzaakt door nabijgelegen eengezinswoningen. „Zodra het stookseizoen is begonnen, moet ik tussen zes uur namiddag en twaalf uur ’s avonds mijn ramen sluiten. Want rookstank irriteert mijn slijmvliezen, waardoor ik pijn krijg in mijn voorhoofd, oren en keel. Als de rook bij mist of windstil weer blijft hangen, komt het voor dat ik ook nog last heb van prikkende ogen en benauwdheid.”

Haar verhaal en dat van anderen staat te lezen in het rapport ”Rookoverlast houtkachels, haarden en vuurkorven: burenruzie of milieuprobleem?”, dat is opgesteld door de wetenschapswinkel biologie van de Rijksuniversiteit Groningen. Aanleiding vormde een verzoek van de Stichting Meldpuntennetwerk Gezondheid en Milieu (MNGM), die ieder jaar klachten krijgt zodra het stookseizoen is begonnen. Het gaat niet alleen om klachten over open haarden en houtkachels, maar de laatste jaren ook over vuurkorven en barbecues.

Dichtbevolkt
„Met netjes hout stoken is eigenlijk niets mis, maar eigenlijk is Nederland te dichtbevolkt voor dit soort activiteiten”, vindt Miep Verheuvel van MNGM. „Je zit in woonwijken al gauw in de rook van de buren. Mensen met klachten aan de luchtwegen en de longen hebben het dan moeilijk. Die grijpen naar hun medicijnen tegen benauwdheid. Soms leidt dat zelfs tot burenruzies.”

Illustratief is de ervaring van het gezin S. met vier kinderen uit Drenthe dat „ten einde raad is.” Ze wonen in een wat oudere buurt waar 80 procent van de bewoners een (open) haard heeft. „Om ons heen wonen zes frequente haardstokers. Dus waar de wind ook vandaan komt, we zitten dagelijks tot een uur ’s nachts in de ellendige rook.”

Twee zoons hebben een lichte bronchitis en hoesten tijdens het stookseizoen heel wat af. „Afgezien daarvan, het stinkt ook. We zijn naar de mensen toe gegaan om te vragen of het wat minder kan, maar werden ter plekke de deur weer gewezen.”

De overlast komt volgens de familie vaak onverwacht en de rooklucht zit dan al in huis, ondanks een „psychopathische controle die ertoe moet leiden dat de ramen op tijd dicht zijn.” De gemeente heeft nota genomen van de klachten, maar doet verder niets, aldus de klagende huisvader. Ook de politie niet, behalve als de pater familias „uit frustratie de radio keihard aanzet.” Inmiddels is de familie verhuisd, nadat aan aantal buurtbewoners spontaan een bord ”Te koop” in de tuin had geplaatst.

Soort klachten
De wetenschapswinkel deed in 2004 onderzoek onder gemeenten en GGD’en om inzicht te krijgen in het aantal klachten, de aard van de klachten en de manier waarop ermee werd omgegaan. Gemeenten krijgen de meeste klachten, GGD’en veel minder. In 106 gemeenten die daarover cijfers opstuurden, was de totaalscore 334.

Stank was de grootste boosdoener (68 procent). Andere argumenten die klagers noemden, waren gezondheid (15 procent) en roet (13 procent). Een slechte rookafvoer (31 procent) en stoken bij mistig en windstil weer (32 procent) bleken belangrijke oorzaken van klachten te zijn. Ook slechte brandstof veroorzaakt veel problemen (23 procent).

In een poging de geschillen op te lossen, controleert 46 procent van de gemeenten de schoorsteen en bemiddelt 17 procent tussen de klager en de klachtenveroorzaker. In eveneens 17 procent van de gevallen adviseert de gemeente en in 12 procent verwijst ze door. Een enkele gemeente controleert de stookinstallatie of de brandstof of schakelt een milieudienst in.

Oplossingen werden gevonden door aanpassing van het rookkanaal en overleg met de buren. In enkele gevallen werd er proces-verbaal opgemaakt voor stoken in de tuin. Soms zorgde de wind voor een oplossing of staakte de stoker zijn activiteiten vrijwillig.

Volgens de opstellers van het rapport bieden de grenswaarden voor de concentratie van fijn stof in de lucht de beste mogelijkheden om het stoken van houtkachels te reglementeren. Zij verwijzen naar een uitspraak van de Raad van State in mei 2004 naar aanleiding van een klacht over houtstoken in de gemeente Nuth. De schoorsteen van de stoker voldeed aan het bouwbesluit en zijn kachel was voorzien van een TNO-keurmerk.

De grenswaarden voor fijn stof werden rond de woning van de klager toch overschreden, zo bleek uit rapporten van twee ingenieursbureaus. De rechter oordeelde dat deze wettelijke grenswaarden maatgevend zijn voor de vraag of er sprake is van hinder en overschrijding van de milieunormen. Conclusie van de wetenschapswinkel: „Gemeenten kunnen bij klachten dus niet volstaan met inspectie van het rookkanaal. En: een kachel met keurmerk betekent niet automatisch dat er geen sprake kan zijn van overlast.”

Beperkte uitstoot
Als een houtkachel voldoet aan de huidige keuringseisen, is daarmee ook de uitstoot van fijn stof en polycyclische aromatische koolwaterstoffen, zoals het kankerverwekkende benz-a-pyreen, beperkt, zo komt naar voren uit Nederlands onderzoek uitgevoerd in 1999. Ook daar wijzen de opstellers van het rapport op.

Probeem is dat kachels van voor 1997 vaak niet aan die eisen voldoen, open haarden sowieso niet. Als alle kachels en haarden zouden werken volgens de huidige keuringsnormen scheelt dat jaarlijks zo’n 2000 ton aan fijn stof -pakweg de helft van de huidige uitstoot- zo bleek in 2002 uit onderzoek.

De beste verbrandingswaarde en de minst schadelijke uitstoot treden op bij het stoken van houtbriketten of pellets (staafjes uit geperst houtafval van zagerijen) gevolgd door goed gedroogd gekloofd hakhout, melden de Groninger wetenschappers.

Ing. Eric Smits, projectleider houtkachelkeuringen bij TNO, wijst in een reactie op het rapport nog op een milieuvoordeel van houtstoken. „Het leidt niet tot een verhoogde uitstoot van kooldioxide (CO2). Houtstoken levert dus geen bijdrage aan het broeikaseffect. Bij het stoken van fossiele brandstoffen, zoals aardgas, is dat wel het geval.”

Meer info: www.rug.nl/wewi/_shared/publicaties/biologie/rap72.pdf; www.mngm.nl; www.mep.tno.nl/Informatiebladen_ned/024n.pdf; www.milieucentraal.nl/pagina?onderwerp=Hout%20stoken

Verstandig stoken geeft de minste uitstoot
Maak gebruik van een kachel voorzien van het oude NL-type-keurmerk of het nieuwere CE-keurmerk, dat vanaf 1 juli 2006 geldt voor heel Europa.

Gebruik gekloofd hout dat goed is gedroogd, een vuistregel is twee jaar los gestapeld onder een afdak. Nat hout zorgt voor meer rook en uitstoot van koolwaterstoffen.

Stook alleen puur hout, bij voorkeur hardhoutsoorten zoals beuken, eiken. Stook niet met harshoudend hout zoals vurenhout.

Verbrand geen geverfd, verlijmd of geïmpregneerd hout of plaatmateriaal. Dat zorgt voor de uitstoot van giftige stoffen zoals formaldehyde en arsenicum. Uit een begin jaren negentig gehouden enquête blijkt dat mensen geregeld sloophout of afvalmaterialen stoken.

Stook geen papier, textiel, plastics of kunststoffen of ander afval. Dat zorgt voor de uitstoot van meer fijn stof en zeer giftige stoffen zoals dioxinen en zware metalen zoals cadmium, lood, koper en kwik. Allesbranders zijn voor het milieu funest. In 2000 bleek uit een VROM-rapport dat het stoken van afvalmaterialen in kachels van particulieren verantwoordelijk is voor bijna 10 procent van de uitstoot van kankerverwekkende dioxines in Nederland.

Een kachel moet qua vermogen passen in de ruimte waar hij staat, zodat hij goed door kan branden en de naverbranding van rookgassen optimaal verloopt. Een te grote kachel moet getemperd worden en zorgt daardoor voor onvolledige verbranding en meer verontreinigingen in de rookgassen.

Laat de schoorsteen één keer per jaar vegen zodat deze goed trekt en er geen gevaar bestaat voor een schoorsteenbrand.

Overweeg in woonwijken de houtkachel uit te laten bij windstil weer of mist om overlast voor anderen te vermijden. Ook stoken bij hogere buitentemperaturen in voor- en naseizoen kan leiden tot meer overlast omdat de schoorsteentrek dan minder goed is. ’s Avonds is er dan vaak inversie, waardoor de rook niet opstijgt, maar zich horizontaal verspreidt.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels