Deze ouders stellen de vraag of dit gedrag bij de leeftijd hoort. Dat lijkt niet het geval, maar er is wel een aantal factoren dat het gedrag van hun zoon -we noemen hem Sem- versterkt. In de eerste plaats is hij een gevoelig jochie, in de tweede plaats heeft hij een broertje dat in leeftijd kort op hem zit en in de derde plaats is aarzeling in het leiderschap te proeven.
Sem is een gevoelige jongen. Hij neemt veel uit de omgeving in zich op en trekt zich dingen snel aan. Sem is ook een onzekere jongen. Hij is erg vatbaar voor commentaar en voelt zich snel achtergesteld. Zijn gedrag laat zien dat hij te weinig zelfvertrouwen heeft. Als hij voldoende zelfvertrouwen had, zou hij leren van teleurstellingen en van successen.
Zo werkt het bij Sem niet. Hij heeft te weinig zelfvertrouwen, waardoor hij negatieve dingen overdrijft. Als iemand een negatieve opmerking maakt, ervaart hij die alsof iedereen lelijk over hem denkt. De positieve dingen, complimenten bijvoorbeeld, landen juist minder goed. Dit mechanisme maakt het extra moeilijk zijn zelfvertrouwen te vergroten. Dit is geen onwil bij Sem, maar onmacht.
Onvoorwaardelijke liefde
Om dit patroon te doorbreken, moet Sem meer het gevoel krijgen dat hij er mag zijn zoals hij is; dat hij iets voorstelt en dat anderen niet alleen maar negatief naar hem kijken. Ouders hebben niet in de hand wat er op school gebeurt. Wel kunnen ze thuis onvoorwaardelijke liefde laten merken. Dit is voor het opbouwen van zelfvertrouwen erg belangrijk.
Onvoorwaardelijke liefde zegt: „Sem, we zijn blij met jou! Niet om iets wat je doet, maar gewoon om wie je bent!” Die liefde kan op verschillende manieren blijken, bijvoorbeeld door het te zéggen, door lichamelijk contact of door tijd en aandacht aan hem te besteden. Zo merkt Sem: mijn ouders houden van mij!
Geef hem speciale voorrechten omdat hij de oudste is: iets later naar bed, speciaal met hem nog iets doen. Op andere tijden van de dag kunnen de andere kinderen meer aandacht krijgen.
Het tweede wat speelt is dat zijn broertje dicht op hem zit. Jongens hebben de natuurlijke neiging om zich aan elkaar te meten. Ze willen weten wie het sterkst is of wie het snelst is. Ze houden nauwlettend de hiërarchie in de gaten en doen moeite om bovenaan te staan.
Om aan deze behoefte tegemoet te komen, kunnen ouders hun jongens de gelegenheid geven zich lichamelijk te meten: door een balspel, fietsen of rennen. Daaruit zal waarschijnlijk blijken dat Sem beter presteert. Prima, hij is ook de oudste. Lichamelijke inspanning verbruikt op een toelaatbare manier de energie.
Op andere momenten mag hij zich niet meer meten. Dan hebben zijn ouders het voor het zeggen.
Favoriete plek
In de brief staat een goed voorbeeld van hoe het kan misgaan. In het weekend mogen de kinderen ’s morgens bij de ouders in bed komen liggen. Sem ligt meestal in het midden: de favoriete plek. Als zijn broertje eerder is en al op die plaats ligt, legt Sem zich daar niet bij neer. Hij moet en zal dat plaatsje hebben. Hij verwijt zijn ouders dat ze altijd zijn broertje voortrekken. Dat is natuurlijk niet zo, want veruit de meeste keren ligt híj in het midden.
Dit voert naar het derde punt: de leiding in het gezin. Als er een duidelijke leider in een groep is, zullen jongens zich daarbij neerleggen. Dan hoeven ze zelf niet naar de hoogste plaats van leider te streven; die is immers bezet. Treden ouders aarzelend op en weten ze niet zo goed welke regels ze moeten stellen, dan pakt een kind als Sem zijn kans.
Als ouders daarentegen de leiding nemen over de plaatsverdeling, hoeft Sem niet zo veel stennis te schoppen. Doet hij dat toch, dan moet duidelijk zijn dat hij helemaal niet mag bepalen wie er in het midden ligt. Het is niet zijn bed! Als hij erbij wil, kan hij rustig gaan liggen op een vrij plaatsje. Zo niet, dan gaat hij de kamer maar uit. Hij mag het plezier van de anderen niet bederven.
Mokken
Als Sem teleurgesteld is, kan hij lang mokken. Wat hiermee te doen? Aan de ene kant is te veel aandacht voor dit passieve verzet niet goed, omdat dit belonend werkt. Aan de andere kant kan het helpen hem een zetje te geven. Bijvoorbeeld door even naar hem toe te gaan en te laten merken dat je van hem houdt (door aanraken of door iets te zeggen) en hem dan uit te nodigen om iets te gaan doen.
Vaak bereikt een ouder zijn kind gemakkelijker met humor dan met een bevel. Misschien kun je hem nieuwsgierig maken door aan te kondigen dat je een speciaal liedje gaat zingen of een verhaaltje gaat vertellen. „Kom maar onder je deken vandaan, dan zal ik je iets leuks laten zien.” Zo voorkom je hopelijk een patstelling waarbij je beiden tegenover elkaar staat. Een kind als Sem zal niet snel opgeven omdat dat gezichtsverlies voor hem betekent.
Als Sem op slot zit, kun je hem helpen door zijn gevoel te benoemen. „Ik zie dat je boos bent.” „Ik zie dat je het vervelend vindt dat…” Als Sem dit soort dingen hoort, voelt hij zich eerder begrepen, maar het zorgt er ook voor dat hij zelf meer controle krijgt. Het gevoel dat groot en massaal aanwezig is, krijgt een naam.
Sem heeft de neiging om te verwijten: jullie geven mij áltijd de schuld. Het is goed als ouders dit ontkrachten en verder geen discussie aangaan. Ze hoeven met hem niet alles te beredeneren. Sem moet zich overgeven aan de leiding van zijn ouders.
Leer een kind dat het niet alles kan. Als het zich misdraagt of brutaal is, laat het dan even tot zichzelf komen op een plaats waar het kan bedaren. Dit is iets basaals. Een kind moet daarin gehoorzamen. Als het weer gezellig kan meedoen of normaal kan praten, dan mag het weer terugkomen.
Leer een kind ook dat het excuus moet maken als het een grens overgegaan is. Dit hoort er in het leven bij: dat mensen het met elkaar weer goedmaken. Overigens zijn ouders daarin een voorbeeld.
Helaas gebeurt het ons allemaal dat we de mist ingaan. Als we te boos zijn geworden, moeten ook wij het weer in orde maken.
Sarina Brons-van der Wekken is psychologe en moeder van drie kinderen.
Tips
- Laat onvoorwaardelijke liefde blijken.
- Schep gelegenheid om onderlinge krachten te meten.
- Neem zelf duidelijk leiding.
- Laat een kind geen gezichtsverlies lijden.
- Ga niet redeneren.
- Nodig uit tot meedoen.
- Leer excuus te maken.
- Geef complimenten voor wat goed gaat.