Algemeen

Kritiek op nieuwe monumentenregeling

Kritiek op nieuwe monumentenregeling -  Het pijpwerk van het orgel in de hervormde kerk van Meeden (Groningen). Foto RD.

Het pijpwerk van het orgel in de hervormde kerk van Meeden (Groningen). Foto RD.

De nieuwe subsidieregeling van de rijksoverheid voor de instandhouding van monumenten, de zogeheten BRIM-regeling, schiet technisch en financieel tekort. In de nieuwe regeling, die in 2011 ingaat, is er geen geld meer voor de restauratie van historische orgels. Alleen voor de instandhouding, ofwel het onderhoud van kerk en orgel samen, is nog een schamel bedrag aan rijkssubsidie te verkrijgen.

Slechts 25 mensen waren zaterdag afgekomen op een symposium in de Utrechtse Tuindorpkerk, waar de zorg voor en over monumentale orgels kon worden gedeeld.

Onder de oude Monumentenwet (1961) stelde de rijksoverheid slechts incidenteel middelen beschikbaar voor restauratie en onderhoud. In 1986 kwam er als eerste een specifieke en structurele subsidieregeling, de Rijkssubsidieregeling Restauratie Monumenten (RRM), tot stand. Onder die regeling werden restauratiekosten voor 80 procent gesubsidieerd. De RRM werd in 1991 opgevolgd door het Besluit Rijkssubsidiëring Restauratie Monumenten (BRRM) en in 1997 door het BRRM 1997. Onder het BRRM 1997 werd het subsidiepercentage verlaagd tot 70 procent. De subsidie voor het onderhoud van monumenten, die ook in de RRM was geregeld, werd in 1990 vervangen door het Besluit Rijkssubsidiëring Onderhoud Monumenten (BROM).

Onder het BRRM 1997 kon voor de restauratie van monumentale orgels aparte subsidie worden aangevraagd. De minister, en namens deze de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ) -inmiddels gefuseerd tot de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM)-, stelde daarbij de subsidiabele restauratiekosten vast. In beginsel was er geen subsidieplafond.

BRRM en BROM zijn per 1 januari 2006 ineengeschoven tot het Besluit Rijkssubsidiëring Instandhouding Monumenten (BRIM), dat gefaseerd wordt ingevoerd. Kerkelijke monumenten, waaronder orgels, stromen van 2009 tot 2011 in. Onder het nieuwe BRIM kan voor orgels geen aparte subsidie meer worden aangevraagd. Instandhoudingswerkzaamheden voor monumentale orgels komen slechts voor subsidie in aanmerking voor zover ze in het totale instandhoudingsprogramma van het kerkgebouw zijn opgenomen.

Het maximaal subsidiabele bedrag voor kerken (inclusief orgels) is vastgesteld op 100.000 euro voor een instandhoudingsperiode van zes jaar. Het subsidiepercentage bedraagt 65 procent, wat een maximumsubsidie van 10.800 euro per jaar betekent voor de instandhouding van kerk én orgel. De rest van het geld moet de kerk zelf zien te verwerven.

In de praktijk betekent dit dat orgelrestauraties onder het nieuwe BRIM niet meer worden gesubsidieerd. Bovendien wordt onder het nieuwe BRIM het subsidiabele loon voor orgelmakers verlaagd naar 33,30 euro per uur. Voor orgelmakers in de Randstad mag dat iets meer zijn: de RACM hanteert een opslag van 20 procent, zodat het subsidiabele uurloon op ongeveer 41 euro komt. Het werkelijke uurloon in de orgelbouw ligt echter veel hoger. Volgens Wim Diepenhorst, orgeldeskundige van de RACM, is het subsidiabele uurloon echter empirisch vastgesteld.

Restauratieachterstand

De rijksoverheid zorgt er wel voor dat de restauratieachterstand van monumenten eind 2010 verder zal zijn weggewerkt. Daarvoor is de Regeling Rijkssubsidiëring Wegwerken Restauratieachterstand 2007 (RRWR 2007) in het leven geroepen. Voor het wegwerken van die achterstand is 140 miljoen euro beschikbaar gesteld, waarvan 6 miljoen euro voor orgelrestauraties. Saillant detail is dat voor het wegwerken van de restauratieachterstand van molens 15 miljoen euro is uitgetrokken… Wellicht is dat te danken aan de effectieve lobby die de Vereniging de Hollandsche Molen in Den Haag heeft gevoerd.

Van de 140 miljoen euro is in 2007 in totaal 88 miljoen verdeeld. Daarvan gaat 4 miljoen naar orgelrestauraties (10 miljoen naar molens!). Onder de RRWR 2007 komen orgelrestauraties in aanmerking met subsidiabele kosten tussen de 150.000 en de 300.000 euro. Daarbij is aangetekend dat bij het bereiken van het subsidieplafond de restauraties met de hoogste subsidiabele restauratiekosten het eerst zullen afvallen. Dat betekent dus dat de meest schrijnende gevallen, die restauratie het hardste nodig hebben, ernstig risico lopen opnieuw af te vallen. Gezien de systematiek van het nieuwe BRIM zou daarmee de laatste kans verkeken zijn om dergelijke orgels nog te kunnen restaureren.

De laatste 2 miljoen euro voor orgels zal via een RRWR 2008 worden weggezet voor orgelrestauraties waarvan de subsidiabele kosten tussen de 100.000 en de 150.000 euro liggen.

Capaciteit

Volgens orgeldeskundige Wim Diepenhorst van de RACM loopt het zo’n vaart niet. Hij ziet weinig problemen opdoemen, hoewel hij erkent dat er aan de BRIM-regeling haken en ogen zitten. „Mogelijk is er druk vanuit de samenleving nodig om het beschikbare instandhoudingsbedrag in het BRIM van 10.800 euro per jaar voor kerk en orgel wat opgeschroefd te krijgen”, zegt hij. Dat er voor het wegwerken van de restauratieachterstand niet meer dan 2 miljoen euro per jaar is uitgetrokken, blijkt de RACM zelf bewerkstelligd te hebben. „Dat vindt zijn oorzaak in de beschikbare capaciteit van gekwalificeerde orgelmakers”, zegt Diepenhorst. „Als het Rijk meer geld beschikbaar zou stellen, zouden restauraties wellicht uitgevoerd gaan worden door minder gekwalificeerde orgelmakers.”

Voor enkele nog in het verschiet liggende grote orgelrestauraties, zoals die in de Oude Kerk van Amsterdam, hoopt Diepenhorst dat er een soort kanjerregeling zal komen.

Jan Krajenbrink, bestuurslid van de commissie orgelzaken van de Protestantse Kerk in Nederland, ontkent het gerucht dat zijn commissie geen politieke druk uitgeoefend zou hebben om de BRIM-regeling beter te laten uitpakken. „Alleen, dat hebben we tersluiks gedaan”, zegt hij. Die politieke druk kwam echter pas toen het nieuwe BRIM al tot stand was gekomen.

Krajenbrink maakt zich meer zorgen over wat hij noemt de binnenkerkelijke zorg voor de instandhouding van het orgelbestand. Volgens hem staat het orgel bij kerkbesturen niet hoog op het prioriteitenlijstje.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels