DEN HAAG – DSB-eigenaar Dirk Scheringa verlaat op 15 oktober het ministerie van Financiën in Den Haag na een gesprek met minister Bos. In oktober stort het imperium van Scheringa in. De bank ligt de laatste jaren onder vuur vanwege agressieve verkooptechnieken en ondoorzichtige, dure producten. De oproep van Pieter Lakeman van Stichting Hypotheekleed om spaargeld weg te halen bij de DSB Bank duwt de bank definitief in het moeras. DSB komt onder curatele te staan en op 19 oktober valt het doek. DSB Bank is failliet. Foto ANP
Dezelfde dag ligt de DSB-website enige tijd plat en kunnen klanten geen geld meer overboeken. DSB wijt het probleem eerst aan hackers, maar al snel wordt duidelijk dat er een heuse bankrun is ontstaan. Op 12 oktober besluit de rechtbank van Amsterdam om DSB onder curatele te stellen. Er blijkt in amper twee weken tijd meer dan 600 miljoen euro te zijn weggehaald.
Reddingspogingen lopen op niets uit en op maandagmorgen 19 oktober rest niets anders dan een faillissement. In zijn val sleurt DSB Bank het hele imperium van Scheringa mee.
De selfmade bankier moet afstand doen van zijn geldverslindende hobby’s: het Museum voor Realisme sluit de deuren en diverse sportploegen zitten zonder sponsor.
„Het is allemaal wel heel erg snel gegaan”, kijkt Esther-Mirjam Sent, hoogleraar economie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, terug. „Tot dat moment waren alle Nederlandse banken overeind gehouden door de overheid, maar DSB was geen zogeheten systeembank. Die mocht dus wel omvallen. Je ziet dat het financiële systeem fragiel is. Psychologie speelt een belangrijke rol, mensen laten zich leiden door angsten en emoties. De oproep van Lakeman en de aandacht in de media appelleerden aan deze gevoelens.”
Het had weinig gescheeld of Sent behoorde zelf bij de gedupeerden. „Vijf jaar geleden wilde ik snel een hypotheek regelen. DSB kwam met een interessant aanbod. Maar mijn vader, zonder economische achtergrond, merkte terloops op dat er iets vreemds aan de hand was met DSB. Toen besloot ik toch maar voor een andere partij te kiezen.”
Het voorval laat volgens Sent zien dat zelfs heel slimme mensen in de val lopen van listige financieel adviseurs. Hoe dat komt? „Het is een combinatie van beperkte kennis en beperkte tijd. Producten zijn dusdanig complex dat niemand ze nog snapt. Anderzijds nemen consumenten ook niet de moeite om zich te verdiepen in de materie. Banken spelen daar heel slim op in. Mannen in krijtstreep komen al snel over als expert en krijgen zonder meer het vertrouwen.”
De consument gaat om die reden niet geheel vrijuit in het DSB-debacle, meent Sent. „Als iets goed gaat, dan schrijven we dat op ons eigen conto. Zit iets tegen, dan wijten we dat aan de omstandigheden. Dit zogeheten dodo-effect is heel menselijk. Maar onze hebzucht, ons onrealistisch optimisme en het onderschatten van risico’s zorgen ervoor dat we verkeerde keuzes maken. Bovendien zijn we ontzettend hardleers. Ik hoorde van consumenten die eerst bij Icesave zaten en vervolgens bij DSB. We moeten tegen onszelf in bescherming worden genomen.”
De hoogleraar pleit voor een sterkere rol van de overheid. Ze is voorstander van zogeheten ”financial life”-planners, onafhankelijke adviseurs die op uurbasis slechts adviezen geven. Verder zou ze graag zien dat de middelbare school meer aandacht besteedt aan het omgaan met geld. „Het vak economie gaat over de theorie. Dat lost de financiële ongeletterdheid niet op.” Verder zou de overheid de complexiteit van producten moeten inperken.
Sent hoopt dat consumenten leren van het DSB-debacle. Maar ze is er niet gerust op. „De consument lijdt aan rampenbijziendheid. Na verloop van tijd wordt de ernst van de crisis gerelativeerd en gaan we op de oude voet verder. Dat zou jammer zijn, dit is hét moment om lessen te trekken.”