„De meertjes en beekjes in de omgeving zijn uitgedroogd en van sommige ligt de bedding nu wel 3 meter hoger. En tot slot kwamen we erachter dat er aan de andere kant van de Mississippi een meer is ontstaan van honderden mijlen lang en zes mijl breed.”
In de brief die Eliza Bryan in het voorjaar van 1812 schrijft aan haar predikant, reverend Lorenzo Dow, is de ontreddering bijna tastbaar. Bryan, inwoonster van de stad New Madrid, is tussen 16 december 1811 en 8 maart 1812 ooggetuige van een reeks aardbevingen die de Amerikaanse bodem over een oppervlakte van 625.000 vierkante kilometer in beweging brengt. Het epicentrum ligt vlak bij de stad New Madrid.
Tussen de nacht van 15 op 16 december 1811 -wanneer de aarde voor het eerst beweegt- en 8 maart 1812 registreren seismologen 1874 trillingen. Drie ervan hebben de verwoestende kracht van meer dan 8 op de schaal van Richter: een op 16 december 1811 (8,6), een op 23 januari 1812 (8,4) en de laatste op 7 februari 1812 (8,7).
Over deze laatste klap schrijft Bryan: „Even leek de Mississippi leeg te lopen. Langs de oevers hoopte het water zich op als een berg. De schepen die op de rivier voeren, zaten opeens aan de grond. Toen, in een paar tellen, verhief het water zich en stroomde heel de omgeving onder. Schepen die langs de wal aan de ketting lagen, werden meegesleurd. Direct daarna liep het water weer terug. Dit ging met zo veel kracht gepaard dat complete rijen bomen werden ontworteld en doormidden knapten.”
Andere ooggetuigen maken gewag van een apocalyptisch tafereel: gassen en dampen die uit de aarde opstijgen, een hemel die zwart kleurt en een geur van rook, vuur en sulfer.
Als de aarde weer tot rust is gekomen, ontdekken mensen uit de omgeving van New Madrid -overwegend behorend tot de eerste groep pioniers die de staat Tennessee ontgonnen- dat de natuur om hen heen een complete metamorfose heeft ondergaan. Diverse aardlagen blijken compleet te zijn verschoven; sommige zijn metershoog opgetild, weer andere metersdiep weggezakt en vervolgens ondergelopen met water uit de Mississippi. Op een van die plaatsen, op sommige punten wel 15 meter verzakt, is zoals Bryan schrijft een meer ontstaan: het Reel Foot Lake van zo’n 9 kilometer lang en ruim 3 kilometer breed.
Ook de inwoners van New York en Washington voelen de New Madrid-beving. Na de klap van 7 februari schrijft president James Madison vanuit het regeringsgebouw aan zijn vriend Thomas Jefferson: „Berichten over naschokken die gevoeld worden, blijven binnenkomen. We horen dit nu ook vanuit de staat New York. In Washington is iets na vier uur vannacht een krachtige schok gevoeld, die gedurende een uur werd gevolgd door een reeks kleinere trillingen.”
Nu, bijna 200 jaar later, staat de New Madrid-beving nog steeds te boek als de krachtigste in de Amerikaanse geschiedenis.
Aan het begin van de twintigste eeuw is het gebied het toneel van heftige schermutselingen tussen pachters en vrijbuiters. De vrijbuiters, later bekend geworden als de Night Riders, claimen op religieuze gronden het eigendomsrecht van het gebied en deinzen zelfs niet terug voor moord of doodslag. De staat Tennessee, die zich in 1914 na een juridische procedure meester van het gebied heeft gemaakt, neemt een wijs besluit. Reel Foot Lake en omgeving worden gemeenschapsbezit en krijgen een overwegend recreatieve functie. In het gebied nestelt zich een arendskolonie die jaarlijks wordt bewonderd door honderden bezoekers. De herinnering aan de New Madrid-aardbevingen vervaagt.
Totdat Iben Browning, een geoloog met een onduidelijke expertise op het gebied van aardbevingen, zich in een vraaggesprek in november 1990 laat ontvallen dat er een kans van 50 procent bestaat dat New Madrid op 3 december 1990 opnieuw zal worden getroffen door een krachtige aardbeving. Hoewel de meeste media Brownings boodschap met de nodige reserves benaderen, zien ze toch voldoende aanleiding een complete delegatie verslaggevers, fotografen en cameramensen te dirigeren richting de bedreigde streek; kwaliteitskranten als The New York Times en The Washington Post incluis.
De paniek die zich van mensen meester maakt en de haast waarmee ze hun huizen ontvluchten, roepen herinneringen op aan 1811-1812. Groot is dan ook de opluchting als Browning op 4 december definitief wordt ontmaskerd als notoire onheilsprofeet.
Gewiekste Amerikaanse ondernemers ruiken hun kans. De lokale winkeliersvereniging in New Madrid laat T-shirts drukken met het opschrift: ”De grote New Madrid-aardbeving, 1811-1812”, bij de plaatselijke McDonald’s is de koffie twee dagen gratis. En terwijl de media ijlings de stad verlaten, introduceert een lokaal restaurantje een nieuw winstgevend product. De naam? Beef-burger.