Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Kind leert ‘vanzelf’ wat hoort

Mijn zoon (9) gedraagt zich vaak onaangepast ten opzicht van anderen. Hij gooit er soms zomaar dingen uit waarvan iedereen weet dat je zoiets niet zegt. Ook is hij vaak erg op zichzelf gericht in het spelen. We snappen dit niet, want we hebben vaak uitgelegd dat hij geen vrienden maakt als hij alleen zijn eigen zin doet. Hij lijkt echter helemaal geen rekening te houden met anderen. Wat kunnen wij hieraan veranderen?
Omgaan met elkaar is best ingewikkeld, al staan mensen daar misschien niet eens zo vaak bij stil. In het sociale verkeer zijn er stilzwijgend allerlei regels voor hoe mensen met elkaar behoren om te gaan. Zo zijn er regels voor oogcontact, voor begroeten en afscheid nemen, voor geven en nemen in een vriendschap.

Als het goed is, pikken kinderen vanuit hun omgeving op wat wel en niet gepast is. Dat doen ze door te kijken hoe volwassenen iets doen, maar ook door te luisteren naar wat volwassenen vertellen. Het is voor kinderen niet altijd voor de hand liggend hoe mensen met elkaar omgaan. Gaandeweg leren ze hoe het moet.

Een cadeautje voor de verjaardag moet eerst echt aan iemand worden gegeven voordat hij het mag uitpakken. Dat geldt ook als het al op tafel klaar ligt en hij weet dat het voor hem is.

Als het om eten en drinken gaat, leren kinderen bijvoorbeeld te wachten totdat iedereen voorzien is van het nodige, om dan pas te beginnen. Ook al hebben ze er nog zo’n zin in.

Niet alleen het tijdstip van eten is belangrijk, maar ook de hoeveelheid. Zo pakt ook een kind niet meer dan één koekje uit de rijk gevulde trommel. Tot de sociale codes behoort ook dat iemand laat merken dat hij het fijn vindt als hij ergens voor wordt uitgenodigd. Mensen vinden het tactloos om bot te weigeren voor een verjaardagsfeestje. Als ze echt niet kunnen, vertellen ze dat ze dat heel vervelend vinden.

Kinderen die zich normaal ontwikkelen, zullen via hun ouders, broers of zussen en vrienden oppikken wat mensen met elkaar gewoon vinden. Ze kijken van anderen af hoe die het doen en ontwikkelen onbewust een beeld van wat betaamt.

Er komt samenhang in de vraag wat passend is voor het omgaan met elkaar. Ze krijgen een kader van waaruit ze nieuwe situaties bekijken. Kinderen die weten wat ze in de ene situatie moeten doen, kunnen dit ook toepassen in een heel andere situatie.

Natuurlijk stoot een kind eerst een aantal keren zijn neus en moeten ouders soms eerst grenzen stellen voordat een kind gaat aanvoelen hoe het hoort.

Neemt het de aanwijzingen van ouders in zich op, dan gaan dingen na verloop van tijd automatisch.

Naast afkijken hoe anderen het doen, leren de meeste kinderen zich gaandeweg hun ontwikkeling beter te verplaatsen in de ander.

Aanvankelijk reageren kinderen alleen vanuit hun eigen verlangens. Hun behoeften moeten worden vervuld; ze kijken alleen naar waar zijzelf zin in hebben. Een jong kind kan nog niet anders dan egocentrisch denken.

Vanaf een jaar of vier verandert dat. Het blikveld wordt wijder. Het kind gaat rekening houden met de vraag hoe de ander zich voelt en stemt daar in het gunstigste geval zijn eigen wensen op af. Dit is een leerproces dat bij de een beter lukt dan bij de ander.

Het ontwikkelen van een sociaal kader en van het vermogen zich in anderen te verplaatsen lukt niet bij alle kinderen even goed. Kinderen met een autistische stoornis hebben hier moeite mee. Daarnaast kunnen deze kinderen niet te veel informatie tegelijk behappen; het wordt hen dan al snel te veel.

Kinderen met een ontwikkelingsstoornis hebben moeite met het begrijpen van de sociale context: wat zij geacht worden te doen in bepaalde sociale situaties. Zij vertonen sociaal onhandig gedrag waarvan iedereen op zijn klompen aanvoelt dat men zoiets niet doet.

Deze kinderen voelen onvoldoende aan dat zulk gedrag niet kan of bijvoorbeeld vervelende gevolgen heeft voor een ander. Ze lijken ongevoelig voor wat anderen denken en lijken alleen bezig met hun eigen ding.

Deze kinderen zijn ermee geholpen als ouders nadrukkelijker en consequent de sociale regels voorhouden en die regelmatig herhalen.

Ouders moeten checken of de informatie goed is aangekomen, bijvoorbeeld door te vragen wat hun kind weet. Als hij bij iemand warm eet, dan mag hij niet voor zichzelf een tweede keer opscheppen zonder dat gezegd is dat hij dat mag doen.

Als er een vriendje komt spelen, dan gaat hij niet zijn eigen spel doen, maar moet hij iets zoeken om samen te spelen. Als hij graag hard wil zingen, moet hij dat doen waar anderen er geen last van hebben.

Ouders moeten sociaal onhandige kinderen meer en langer bij de hand nemen. Ouders moeten veel vaker dan bij kinderen die zich normaal ontwikkelen repeteren wat de bedoeling is.


Tips

l Zorg tijdens het praten voor contact met het kind door oogcontact, aanraking of het noemen van de naam.

l Geef uitleg over sociale situaties.

l Verstrek niet te veel informatie in één keer.

l Controleer door middel van open vragen of de informatie is aangekomen en herhaal die regelmatig.

l Wees zo consequent mogelijk.

l Controleer of een kind doet wat het moet doen en stuur zo nodig bij.

Hebt u vragen over opvoeding? Leg ze (anoniem) voor aan psychologe drs. Sarina Brons. Dat kan door de situatie en de (gezins)omstandigheden –liefst uitvoerig– te mailen naar:wijs@refdag.nl of te sturen naar: RD, t.a.v. redactie Wijs, Postbus 670, 7300 AR Apeldoorn.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels