Deze: „Kent u het boek ”Schepping & evolutie. Poging tot synthese” van Sjoerd Bonting? Het eerste wat Bonting in dat boek doet, is afrekenen met de scheppingsgeschiedenis zoals het Bijbelboek Genesis die beschrijft. Dan denk ik: zo kan ik ook tot een synthese komen.”
Dekker: „Laten we Bonting hier verder buiten laten. Ik zou antwoord willen hebben op mijn vraag. Waarom is er volgens u een conflict tussen geloof en wetenschap?”
Van Nieuw Amerongen: „Als je Gods Woord aanneemt als je basis, word je nergens, nérgens serieus genomen.”
In het Amersfoortse congrescentrum De Flint had gisteravond een –goedbezochte– bijeenkomst plaats rond schepping en evolutie. De avond, met als thema ”Hoe bestaat het?”, was georganiseerd door deze krant, samen met de jeugdbonden HHJO, JBGG en LCJ. Behalve Dekker en Van Nieuw Amerongen spraken prof. dr. J. Douma, emeritus hoogleraar christelijke ethiek aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt in Kampen, en prof. dr. M. J. Paul, buitengewoon hoogleraar Oude Testament aan de Evangelische Theologische Faculteit in het Belgische Heverlee.
Is er sprake van een conflict tussen geloof en wetenschap? In een vraaggesprekje met RD-adjunct-hoofdredacteur S. M. de Bruijn verwoordde prof. Paul het zo: „Ben je, ook als wetenschapper, bereid om te geloven ook al begrijp je het niet?”
„Een fysicus die nog in God gelooft, is een schizofreen”, zei de Nederlandse Nobelprijswinnaar Simon van der Meer ooit. En atheïst Herman Philipse maakte het nog wat bonter, merkte gespreksleider S. M. de Bruijn gisteravond tijdens de RD-themabijeenkomst in Amersfoort op richting prof. dr. C. Dekker. „De atheïst is niet arrogant”, aldus Philipse, „hij denkt alleen beter na.”
Wat vindt „topwetenschapper” Dekker, die in 2004 de gezaghebbende Spinozaprijs won, van zulke ook voor hem minder vleiende uitspraken? „Ik denk dat Simon van der Meer volstrekt ongelijk heeft.”
Dekker gelooft in God – Die het gebed hoort. „En ik ben het ook helemaal met u eens als u zegt dat Genesis Gods Woord is.”
Maar, voegt hij er dan aan toe, „het waren wel ménsen die de Bijbel hebben geschreven, mensen die in een bepaalde context leefden. En dan heb ik bijvoorbeeld niets met een opmerking als dat mens en dinosaurus gelijk hebben geleefd. En die 6000 jaar is ook echt niet houdbaar.”
Dinosaurus
Dat mens en dinosaurus tegelijk hebben geleefd, kwam naar voren uit het betoog van prof. Paul. De hervormde oudtestamenticus bestudeerde in het kader van het komende deel in de serie ”Studiebijbel” het boek Job. Daarin spreekt God (Job 40) over de „behémoth” en de „leviathan.” Paul: „Vaak wordt gedacht, en je treft dit ook in nieuwere Bijbelvertalingen aan, dat het hier gaat over een nijlpaard en een krokodil. Maar dat klopt écht niet. Uit tekeningen uit de tijd van het oude Egypte blijkt heel duidelijk dat de beschrijvingen zoals het boek Job die geeft, niet op een nijlpaard en krokodil van toepassing kúnnen zijn.”
De auteurs van de Studiebijbel (een uitgave van het Centrum voor Bijbelonderzoek in Veenendaal) verdedigen de opvatting dat het bij de behémoth en leviathan om dinosaurussen moet zijn gegaan. „Een auteur als Michael Bright erkent dit ook. Maar, zegt hij er dan meteen bij: het kan niet, want die zijn miljoenen jaren geleden al uitgestorven. Ook hier blijkt weer dat vooronderstellingen allesbepalend zijn.”
„Wat me keer op keer opvalt”, aldus de hoogleraar, „is dat de Bijbeluitleg beïnvloed wordt door de tijdgeest. Ik merk bij veel collega-theologen dat ze zo onder de indruk raken van de natuurwetenschappen, de geologie enzovoort, dat ze vervolgens het boek Genesis daaraan willen aanpassen.”
Gehandicapt
Prof. Douma leest de eerste hoofdstukken van Genesis als een „kader.” De 77-jarige ethicus is wel eens een „theïstisch evolutionist” genoemd, geeft hij aan. „Maar ik wil geen evolutionist genoemd worden, ook niet als daar theïstisch voorgezet wordt. Onzin. Maar ik heb veel respect voor de wetenschap, die mij bijvoorbeeld heeft laten zien dat het heelal zeer oud moet zijn.”
Vaststaat voor prof. Douma onder meer wel dat God de mens als mens heeft geschapen. „Wie bewijst mij dat er een aap is die mens is geworden? Ik geloof ook dat God de mens een zeer speciale plaats heeft gegeven. Hij kreeg een cultuuropdracht. De mens staat boven de dieren. Zelfs het meest gehandicapte kind –ik weet waarover ik praat, wij hebben zelf een gehandicapte dochter– staat kwalitatief op een vele malen hoger plan dan het meest verheven dier.”
Maar, werpt iemand vanuit de zaal op, als de Heere Jezus in Johannes 17 nu Zelf zegt ”Uw Woord is de waarheid”, waarom aanvaardt prof. Douma dit dan niet als het gaat om Genesis 1? De ethicus, fel: „Ik protesteer tegen deze opmerking. Ik verwerp die geheel.”
Het thema schepping en evolutie bestrijkt een breed terrein, zo blijkt ook deze avond –die toch wel wat gedomineerd wordt door Douma en Dekker– weer. Veelzeggend is het antwoord van Dekker op een vraag vanuit de zaal naar de zogenoemde „cambrische explosie.” De theorie hierover stelt dat zo’n 500 miljoen jaar geleden meercellig leven ontstond, dat in korte tijd evolueerde tot een waaier aan levensvormen. Dekker: „Daar wordt nog heel hard op gestudeerd. Dit is inderdaad een van de open vragen in de wetenschap.”
„Ik geloof”, zo begint de belijdenis van „ons algemeen, ongetwijfeld, christelijk geloof. Ik geloof in God de Vader. Wat ik jullie wil vragen”, geeft ds. G. J. van Aalst de bijna 800 aanwezigen aan het slot van de avond mee: „Lees Hebreeën 11, vers 1 tot 3 én de kanttekeningen daarbij. Kanttekening 9: „Want dit is het geloof eigen, dat het uit Gods Woord gelooft dat de wereld uit niet is geschapen; waartoe geen filosoof door de natuurlijke rede heeft kunnen komen.””
Veertig jaar geleden ging het –prof. dr. J. Lever– mis in de Gereformeerde Kerken, zegt de predikant van de gereformeerde gemeente te Klaaswaal. „Nu komt het heel dichtbij.”
Ds. Van Aalst: „Ben jij ook verbonden aan het onfeilbare Woord van God, dat je nooit bedriegt? Waarin God als Hij ”dag” zegt, ook ”dag” bedoelt?”