Wat betekent ”Amsterdam 1948” voor vandaag? was de vraag die vrijdag centraal stond. De vraag komt terug in de ondertitel van de jubileumbundel die koningin Beatrix kreeg overhandigd: ”The Ecumenical Movement at a Crossroads - After sixty years: what does ”Amsterdam 1948” mean for us today?”
De Koningin nam in 1988 en 1998 ook deel aan de herdenking van het veertig- en vijftigjarig bestaan van de Wereldraad. In haar betrokkenheid bij het werk van de oecumenische organisatie volgt zij het voorbeeld van haar moeder, prinses Juliana. Die nodigde kort voordat zij haar moeder, koningin Wilhelmina, opvolgde, de deelnemers aan de oprichtingsvergadering voor een lunch uit.
Koningin Beatrix was vrijdag overigens niet de enige belangrijke gast. Ook, onder anderen, burgemeester Cohen van Amsterdam, minister Hirsch Ballin van justitie, oud-premier Lubbers en dr. Samuel Kobia, secretaris-generaal van de Wereldraad van Kerken, waren van de partij.
Hoe kan de oecumenische beweging een „leidend baken” zijn in een tijd waarin de integriteit van de schepping en de overleving van de mensheid ernstig in gevaar zijn? vroeg forumleider Paul Gerretsen de forumdeelnemers. De reactie van Albert van den Heuvel (1932) was wel het meest uitgesproken.
De oud-secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk merkte op „enige problemen” te hebben met de gedachte dat de Wereldraad een „baken” dient te zijn. Hooguit is hij een „lichtdrager” die het licht van de Bijbel, de Thora, de profeten reflecteert, zo zei hij.
Van den Heuvel, die van 1959 tot 1980 actief was binnen de Wereldraad, pleitte voor een sterke „vereenvoudiging en concentratie” van de organisatie. De raad moet zijn kracht niet zoeken in grote gebouwen, macht, invloed, aldus Van den Heuvel. Verminder het aantal stafleden, studies en conferenties, opperde hij. „Ik denk ook dat de tijd gekomen is om het hoofdkantoor in Genève te verkopen en in plaats daarvan kantoren te vestigen op de verschillende continenten.”
Waar de Wereldraad van Kerken zijn kracht wél in moet (blijven) zoeken, zei het forumlid, is het vertellen van de verhalen - de verhalen van slachtoffers van onrecht, van oorlog en geweld. Hun een stem geven. Dan is de raad op zijn superbest.”
Vanuit de zaal kwam de vraag hoe de oecumenische beweging de „spirit” van zestig jaar geleden weer kan terugkrijgen. „Ik constateer een tendens dat kerken zich juist terugtrekken uit het geheel”, aldus de vraagsteller, die zich verder afvroeg hoe de jonge generatie bij het werk van de Wereldraad betrokken kan worden.
Dr. Samuel Kobia gaf aan dat deze zaken de volle aandacht van de raad hebben. Hij wees in dat verband op het Global Christian Forum, waarmee de Wereldraad het spectrum van kerken waarmee hij in contact staat, wil verbreden.
Marloes Keller (33), die namens de Protestantse Kerk in Nederland is afgevaardigd naar het Centraal Comité van de Wereldraad, behoort tot de bedoelde jonge generatie. Wat vond zij van de herdenkingsbijeenkomst? „De bijdrage van Van den Heuvel vond ik toch wel het sterkst”, zegt ze desgevraagd, „het meest concreet ook. De meeste anderen bleven eigenlijk een beetje hangen in het benadrukken van de bekende begrippen, sociale gerechtigheid en zo. Maar zeker Van den Heuvels pleidooi voor communicatie, het vertellen van de verhalen van de slachtoffers - daar ben ik ook een groot voorstander van. Vertél de verhalen van aidsslachtoffers in Swaziland. Dan gaan ze voor je leven.”
url verwijzing web (u689(refdag.nl voor meer informatie.