Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

„Theïstisch evolutionisme wint terrein”

 In partycentrum De Vijverhoeve in Zwolle presenteert Zeger Wijnands donderdag zijn boek ”God óf Darwin”.

In partycentrum De Vijverhoeve in Zwolle presenteert Zeger Wijnands donderdag zijn boek ”God óf Darwin”.

ZWOLLE – In zijn horecagelegenheid in Zwolle presenteert Zeger Wijnands donderdag zijn boek ”God óf Darwin”, een aanklacht tegen de voortgaande aantasting van het Schriftgezag in de gereformeerde gezindte.
Partycentrum De Vijverhoeve begint dertig jaar geleden als het pension van Wijnands’ vader. Gesprekken met gasten vormen voor Wijnands de aanleiding voor een hbo-studie theologie. Hij doceert enkele jaren godsdienst en neemt dan het roer van de horecaonderneming over.

In 2008 mengt Wijnands zich in de oplaaiende discussie over het darwinisme. Voor de website eeninwaarheid.nl schrijft hij een serie van vier artikelen, de basis van zijn boek (uitg. Ipenburg, Elburg). In ”God óf Darwin” stelt Wijnands bezorgd vast dat het theïstisch evolutionisme al veel terrein heeft gewonnen in de gereformeerde gezindte, met name onder hoogleraren en predikanten.

„Dat baseer ik op contacten met heel veel mensen”, licht hij toe, „en op publicaties in de media. Ik ben een oud-leerling van dr. W. J. Ouweneel. Als ik nu voormalige studenten en docenten uit de kring van de Evangelische Hogeschool tegenkom, blijken velen in evolutie te geloven. Zij hebben een omslag gemaakt.”

Het is deze visie die de auteur ervan overtuigt dat er bijna ongemerkt een verschuiving optreedt van de gereformeerde naar de postmoderne theologie. „Het doet er voor velen niet meer toe of zes scheppings­dagen en het bestaan van Adam historisch zijn. Het is wel waar, zeggen ze, maar niet belangrijk.”

In zijn boek hekelt Wijnands de postmoderne theologie, omdat deze veronderstelt dat er een kloof is tussen de Bijbel en de postmoderne mens. Om de Schrift toch actueel en van betekenis te laten zijn, moet de letterlijke uitleg plaatsmaken voor de metaforische.

Verder is er volgens postmodernisten kennis nodig van de oud-oosterse wereld waarin de Bijbel is ontstaan en van de manier waarop postmoderne mensen teksten interpreteren. „Een onaanvaardbare visie”, aldus Wijnands. „Dit betekent dat de Bijbel voor gewone mensen onbereikbaar is geworden. Het theïstisch evolutionisme doet geen recht aan het unieke karakter van de Bijbel als het enige boek ter wereld waarin een persoonlijke ontmoeting met God mogelijk is. In de eerste hoofdstukken van Genesis ligt de nadruk erop hoe God tot ons komt, zoals Johannes Calvijn laat zien. Door de wereld in zes dagen te scheppen, komt Hij mensen tegemoet –de zogenoemde accommodatieleer– en onderscheidt Hij zich van andere goden. Wie dat gelooft, kan niet anders dan het evolutionisme afwijzen.”

Met zijn boek wil Wijnands aantonen dat de Bijbel over de zes scheppingsdagen niet anders dan letterlijk gelezen kan worden en dat ook de evolutio­nistische wetenschap uitgaat van vooronderstellingen. De zes scheppingsdagen staan hierbij synoniem voor andere feiten in de Bijbel.

Hij is het oneens met theologen die stellen dat de visie op Genesis 1 tot 3 losstaat van bijvoorbeeld het geloof in het verlossingswerk en de opstanding van Christus. „Je kunt de toetssteen van het geloof niet reduceren tot een enkel feit. Omdat God Zijn Woord Zelf heeft geopenbaard, is het goed om voorzichtig te zijn in het onderscheiden van wat meer of minder gewicht heeft. Nu lijkt het erop dat de beleving van het geloof dat belang bepaalt.”

Als we de Bijbel uitleggen, moeten we dat consequent doen en een deugdzaam criterium hanteren, betoogt Wijnands. „De Reformatie zegt dat de Bijbel zichzelf uitlegt.”

”God óf Darwin” is doorspekt met citaten van Calvijn. Wijnands: „We zitten in het Darwinjaar én het Calvijnjaar. Bij uitstek geschikt om te kijken of de hermeneutische principes van de Reformatie en die van het theïstisch evolutionisme met elkaar stroken.”

Met Calvijn noemt Wijnands de Bijbel het fundament van de wetenschap. „Theïstische evolutionisten hebben God verdreven uit de schepping en daardoor zouden we overgeleverd zijn aan de willekeur van de natuur. Maar er valt, zo zegt Calvijn, geen regendruppel zonder de wil van God. De orde in de schepping is direct te herleiden op de aanwezigheid van God.”

Wijnands kiest in zijn boek voor een persoonlijke en „interactieve” benadering van „darwinistische theologen.” In afzonderlijke hoofdstukken bespreekt hij de Schriftvisie van prof. A. L. Th. de Bruijne, prof. G. C. den Hertog, prof. G. van den Brink en dr. S. Paas. Koos hij bewust voor deze wat polemische opzet? „Je komt daar vanzelf op uit als je weerspreekt wat door anderen van ondergeschikt belang wordt geacht. Het boek is bedoeld om een debat te openen. Het is namelijk nog niet gekomen tot een échte uitwisseling van argumenten.”

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek