De rapporteur van de commissie die de synode hierover adviseerde, ds. M. J. Kater, benadrukte dat de nieuwe formulieren niet bedoeld zijn ter vervanging van de reguliere formulieren. „Uw commissie hecht er sterk aan om dat nog eens te zeggen. Ze zijn bedoeld als alternatief, en ter voorkoming van wildgroei. Vergeet u alstublieft de klassieke, de bestaande formulieren niet.”
De synode droeg deputaten eredienst verder op om, „eventueel in samenwerking met andere daartoe geëigende deputaatschappen en/of commissies binnen het geheel van de gereformeerde gezindte, vanuit de Schrift en de belijdenis van de kerk antwoord te geven op de vraag wat een eredienst -in het bijzonder de zondagse erediensten- van de gemeente ten diepste is en wat de consequenties zijn van de huidige cultuur en het hedendaagse levensgevoel voor de vormgeving van de eredienst.”
Deputaten eredienst hadden in hun rapport ook criteria opgesteld waaraan kerkelijke liederen naar hun mening in elk geval dienen te voldoen. De synode droeg hen op de uitgewerkte criteria in de vorm van een handreiking aan de plaatselijke kerken te zenden en „verder te werken aan instructiemateriaal hoe deze criteria in de praktijk kunnen functioneren, om zo kerkenraden zo veel mogelijk terzijde te staan in het beoordelen van liederen.”
Avondmaalsformulieren
De synode besprak dinsdag ook een tweetal conceptavondmaalsformulieren die deputaten eredienst hadden opgesteld. Daarvan is het ene „didactisch” van karakter, het andere „vierend.” Vooral het vierende conceptformulier bleek de nodige vragen op te roepen - al gaf bijvoorbeeld ds. W. van ’t Spijker (Hilversum) aan dat deze vragen niet de zijne waren.
Ouderling H. de Hek (IJsselmuiden) zei zich een gesprek te herinneren tijdens een classisvergadering. „Het ging over de avondmaalsviering. De broeder die ik hierover sprak, vertelde hoe in zijn gemeente steeds op een andere manier avondmaal werd gevierd. „Waar wij mee worstelen”, zei hij, „is dat veel mensen zo weinig ervaren als ze het avondmaal vieren. En wij hopen dat dit op deze manier terugkomt.””
De Hek: „Heeft dit nieuwe formulier dezelfde achtergrond? Geven we op deze manier wel op de juiste wijze leiding in een tijd die schreeuwt om ervaring? Wat we nodig hebben, is onderwijs. En in dit formulier kom ik weinig onderwijs tegen.” Hij stelde voor om het conceptformulier niet naar de kerken te sturen.
Ouderling J. P. den Hartog (Lexmond) sloot zich bij De Heks woorden aan. „Nog iets: is dit formulier met het stuk van de zelfbeproeving niet heel snel klaar?”
Ook ds. J. Westerink (Urk) vroeg zich af hoe de manier waarop er in dit (concept)formulier over de zelfbeproeving, als voorbereiding op het heilig avondmaal, wordt gesproken zich verhoudt met bijvoorbeeld artikel 63 van de CGK-kerkorde en met het reglement voor de kerkvisitatie. Hij wees hierbij op wat deputaten in hun rapport schrijven: „In dit formulier is het zelfonderzoek niet een afzonderlijke gebeurtenis die een week van tevoren begint.”
Deputatenvoorzitter ds. J. Groenleer stelde dat het niet zo is dat het „vierende” conceptavondmaalsformulier geen onderwijs bevat. „Als je de tekst bekijkt, zit er wel degelijk onderwijs in.”
Waar het gaat om de zelfbeproeving als voorbereiding op het avondmaal, gaf ds. Groenleer aan dat deputaten zeker niet vinden dat dit niet nodig is. „Ik zou mij kunnen voorstellen dat dit een week van tevoren in de verkondiging aan de orde komt.”
Synodevoorzitter ds. D. Quant stelde voor de tekst van het deputatenvoorstel op dit punt aan te passen. De besluitvorming over dit onderdeel werd daarom verschoven naar een later moment.