Bij de bespreking van het rapport bleken er veel vragen te leven over de voorstellen die het curatorium en deputaten hierin doen. Een van die voorstellen is de universiteit onder te brengen in een stichting, met als naam Stichting Theologische Universiteit Apeldoorn. Verder zou er een raad van toezicht dienen te komen en een college van bestuur. Dit college zou dan bestaan uit één bezoldigde bestuurder, voor ongeveer tweeënhalve dag per week.
Uit de vele vragen die donderdagmorgen vanuit de synode werden gesteld, bleek dat er de nodige huiver tegenover deze voorstellen bestaat. Zo is er de vrees dat er een te grote afstand ontstaat tussen de CGK en de -eigen- universiteit. En: heeft een college van bestuur dat uit één persoon bestaat niet het risico in zich dat het pauselijke trekken krijgt? Nog een vraag: zullen er straks wellicht ook vrouwelijke hoogleraren benoemd kunnen worden?
Rechtspersoonlijkheid
De secretaris van het curatorium, ds. D. Quant, gaf aan dat „indien de stichtingsvorm bij u op grote problemen stuit, wij meteen bereid zijn deze in te leveren.” Maar er ligt wel een probleem, waarschuwde hij, „en dat is dat van de rechtspersoonlijkheid. De winst van deze synode moet in elk geval zijn dat helder wordt op welke manier de TUA rechtspersoonlijkheid krijgt.” Op dit moment heeft de universiteit voor bijvoorbeeld de overheid wel rechtspersoonlijkheid; voor de Belastingdienst niet.
„Met veel nadruk” stelde ds. Quant verder dat „op geen enkele manier het beeld moet ontstaan dat deputaten financieel en het curatorium op een verborgen wijze bezig zijn kerk en TUA van elkaar los te weken. Wees ervan overtuigd: Apeldoorn is en blijft primair de opleiding voor onze eigen predikanten.”
Waar het gaat om de universiteit is er echter sprake van „tweeërlei roeping”, aldus de secretaris -die voor de gelegenheid de voorzittershamer had afgestaan aan ds. Westerink. „De eerste is die van opleiding tot dienaar des Woords in de CGK. Maar de tweede is: ons instituut ten dienste te stellen van onze gereformeerde theologie aan mensen in binnen- en buitenland. Wel secundair, maar toch ook: onze roeping.”
En daarom, zei ds. Quant, „moet het ons een eer zijn dat we straks naar binnen en naar buiten toe kunnen aangeven dat we de zaken bestuurlijk helder geregeld hebben. Dat er bijvoorbeeld geen sprake is van vermenging van verantwoordelijkheden. Wat Apeldoorn nu doet, zie je wat dat betreft overal gebeuren. Veel organisaties, in de zorg, in het onderwijs, zijn bezig, of hebben dat proces al achter de rug, om te gaan werken volgens de principes van ”corporate governance”. Als Apeldoorn deze koers zou gaan varen, is er straks nog één universiteit die dit niet heeft: Kampen II, de universiteit van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Maar ook daar zeggen ze: met onze vormgeving lopen we hopeloos vast. De Driestar heeft deze nieuwe structuur sinds 1 januari 2007 ingevoerd.”
Band met kerk
Wat betreft de geuite vrees dat straks de weg geopend wordt voor vrouwelijke hoogleraren, stelde de secretaris dat hier op geen enkele manier sprake van is. „Het blijven kerkelijke hoogleraren, die benoemd worden door de synode.”
Ten aanzien van de komst van een mogelijke paus aan de top van de TUA gaf ds. Quant aan dat de term college van bestuur „nu eenmaal de wettelijke term is”, en dat dit college gezien de geringe omvang van de universiteit straks bij voorkeur uit één persoon bestaat, „en dan nog maar voor een halve weektaak.” Belangrijk daarbij zal volgens hem zijn dat het een „communicatief ingesteld bestuurder” is, geen „hiërarchisch bestuurder.” „Een paus zal door de raad van toezicht ook snel ontslagen worden.”
De rector van de TUA, prof. dr. A. Baars, gaf aan dat er de universiteit „veel aan gelegen is de band met de kerken te behouden én te versterken. We hopen ook dat er vanuit de kerken gebeden blijft worden voor Apeldoorn. Maar, mag ik u ook vragen: als er activiteiten van Apeldoorn zijn, komt u dan?”
Ds. G. van Roekel (Putten) diende uiteindelijk een ordevoorstel in. Dit hield, kort gezegd, in dat het curatorium en deputaten financieel opdracht kregen zich, principieel en praktisch, opnieuw op de bestuursstructuur te gaan bezinnen. In een vervolgzitting, begin volgend jaar, zal deze zaak dan terugkomen.