Het reformatiemuseum ligt in de schaduw van de Saint-Pierre, de kerk waar Calvijn bijna wekelijks preekte. Het is gevestigd in Maison Mallet, gebouwd in de achttiende eeuw door een rijke bankier. Ooit stond hier het klooster waar de burgers van Genève op 21 mei 1536 voor de Reformatie kozen.
Het museum laat zien wat deze reformatie betekende: de Bijbel kwam weer centraal te staan. Er hangen schilderijen van Luther, van Calvijn vooral. Er staat een drukpers, en verder overal boeken en pamfletten, een Bijbel met aantekeningen van Beza en de eerste druk van Calvijns ”Institutie”.
Vanwege het Calvijnjaar loopt er tot 1 november een speciale expositie: ”Een dag uit het leven van Johannes Calvijn”, vergelijkbaar met de tentoonstelling Calvijn & Wij in Dordrecht. Acht paviljoenen van 2 bij 2 meter vertellen in beeld en geluid over de dagelijkse werkzaamheden van Calvijn.
De kerkhervormer was van vier uur ’s morgens tot negen uur ’s avonds in touw. Na zijn ochtendgebed werkt hij aan de nieuwe editie van zijn ”Institutie”, om vervolgens om zeven uur voor te gaan in een dienst in de Saint-Pierre. De rest van de dag is gevuld met vergaderen, het geven van colleges en het schrijven van brieven.
Dan is het om zes uur tijd voor een etentje met zijn vrienden Farel, Beza, Viret, De Normandie en Sarasin. Door het raam van Calvijns huis is nog net de toren van de Saint-Pierre te zien. Gespreksonderwerp is het overlijden van Calvijns vrouw Idelette, in 1549. Eerder verloor hij al zijn zoontje Jacques. Calvijn spreekt over zijn verdriet. Troost vindt hij echter in de wetenschap dat hij onder de tienduizenden christenen ook geestelijke kinderen heeft.
Calvijn overlijdt in 1564. Op zondagmiddag 28 mei om twee uur wordt hij begraven op het kerkhof van Plainpalais, buiten de stad. Een eenvoudige houten kist, geen grafsteen. Calvijn wilde voorkomen dat mensen hem zouden gaan vereren.
Waar Calvijn precies begraven is, weet niemand. Toch kwam er later een steen, op graf 707, met de initialen J. C. erop. In 1998 werd er nog een gietijzeren hekje omheen gezet. Een plaquette vermeldt de naam Calvijn.„Veel bezoekers zijn nogal teleurgesteld als ze er achterkomen dat dit niet echt Calvijns graf is”, zegt gids Susanna Bühler. „Maar helemaal onwaar is het niet, want hij ligt hier ergens op Plainpalais begraven. Zoals alle burgers van Genève uit de zestiende eeuw.”
Plainpalais is lang geleden omgedoopt tot ”Begraafplaats der Koningen”. Alleen de allerrijksten en beroemdsten krijgen er, na permissie van de regering, hun laatste rustplaats. Nobelprijswinnaar José Luis Borges en psycholoog Jean Piaget bijvoorbeeld, maar ook Sophie, het dochtertje van de Russische schrijver Fjodor Dostojevski. Die verbleef juist in een Geneefs hotel om te schrijven en te gokken – dat hij helemaal niet van de stad hield, deed er niet echt toe.
Eerder dit jaar leidde de herbegrafenis van de plaatselijke prostituee Griselidis Real, vlak bij het graf van Calvijn, tot felle discussies. Tegenstanders vonden dit ongepast, provocerend zelfs. Zo dicht bij de kerkhervormer. Het stadsbestuur besliste. Niet vanwege haar ‘beroep’ zou ze een graf krijgen, maar vanwege haar „tomeloze inzet voor de rechten van vrouwen.”
Dit is het vierde deel in een serie over Calvijn in Genève. Aanleiding is de 500e geboortedag van de kerkhervormer.
musee-reforme.ch