De dreigende sloop van het Nederlandse godsdienstige erfgoed is een somber maar reëel scenario. Gingen er in de afgelopen dertig jaar al 900 kerken verloren, de komende tien jaar sluiten iedere week twee gebouwen hun deuren. Het Jaar van het Religieus Erfgoed moest het tij keren, vond de stichting.
Wat hebben de activiteiten opgeleverd?
„Veel. We stelden ons twee doelen: de problematiek duidelijk maken, zodat de toestand van ons erfgoed een maatschappelijk gedragen probleem zou worden, en iets substantieels achterlaten voor de aanpak ervan. In het uitdragen van de boodschap hadden we de wind mee. De zorg om het erfgoed was latent aanwezig. Het Jaar van het Religieus Erfgoed werd het kristallisatiepunt: de lijnen die overal liepen, kwamen als in een kristal bij elkaar. Het begon al met de opening. Alle media waren aanwezig. We zijn drie keer op televisie geweest. De kranten en verschillende weekbladen besteedden aandacht aan het onderwerp. Het hield niet op. Het resultaat was dat vrijwel alle provincies en erfgoedhuizen aan de slag gingen. De provincie Brabant bijvoorbeeld stelde 46 miljoen beschikbaar.
Met de ontwikkeling van de website reliwiki.nl, waarmee het erfgoed in kaart is gebracht, en het ”Strategisch plan voor het religieus erfgoed” laten we iets blijvends achter. De ernst van de problematiek is duidelijk geworden.”
Kan het wel, een geseculariseerd publiek warm maken voor religieus erfgoed?
„Heel veel gebouwen zijn identiteitsvormend. Een buurt vereenzelvigt zich met een gebouw. Een dorp zonder silhouet is niet het dorp waaraan je gewend bent. Overigens is het zo dat niet-gelovigen in het afgelopen jaar meer inspanningen verrichtten dan gelovigen. Vooral degenen die op enige afstand van de kerk staan, deden veel. Zij kennen geen wrok, zijn onbevooroordeeld en zien daardoor de grote architectonische en stedenbouwkundige waarde van het religieus erfgoed.”
Vormt die volgens u de waarde van een kerkgebouw?
„In de eerste plaats hebben kerkgebouwen natuurlijk een religieuze betekenis, de meeste wezenlijke betekenis. Daarnaast zijn het vaak juweeltjes. Van de 8000 kerken in Nederland is de helft rijksmonument. Dat geeft iets aan.”
Een kwart van de protestantse en rooms-katholieke kerkgebouwen wordt overtollig. Is dat tegen te gaan?
„De overheid heeft zich weliswaar aan monumenten gecommitteerd, maar er is een categorie kerken die geen enkele bescherming geniet. Een plaatselijke gemeenschap moet zich sterk maken voor het voortbestaan van dergelijke gebouwen. Als dát gebeurt, als dat op tíjd gebeurt, is er de meeste kans op succes. Natuurlijk spelen er factoren mee zoals de staat waarin het gebouw verkeert en de functie die het heeft, maar het behoud van kerken hangt grotendeels af van de inzet van plaatselijke gemeenschappen.”
Hoe groot is het verlies als het stil blijft in deze buurten?
„Utrecht zonder Domtoren is Utrecht niet meer. Utrecht is wel het mooiste voorbeeld, denk ik. Nee, dat is niet slechts een gevoel van verlies, dat is het verlies van objectief stadsschoon. Iets wat we de moeite waarde vinden. Dat verliezen, zou vreselijk zijn.”
Wat kunnen kerk en overheid doen om leegstand te voorkomen?
„Over en weer hun verantwoordelijkheid delen en zorgvuldig omgaan met gebouwen. Ook de Sint-Henricuskerk in Amersfoort, een kerk uit het begin van de vorige eeuw, redde het niet alleen. Hij staat in het Soesterkwartier, een wijk met veel sociale woningbouw. Na een verbouwing in de jaren negentig dient de kerk voor buurtactiviteiten en als kantoorruimte. De overgebleven ruimte is weer in gebruik genomen als parochiekerk. Dankzij samenwerking tussen gemeente en kerk behield het gebouw zijn maatschappelijk waarde. Er zijn veel goede bestemmingen te bedenken voor een leegstaand kerkgebouw, bestemmingen in het verlengde van de oorspronkelijke functie.”
Betrokkenen lijken -anders dan voorheen- in te zien dat een supermarkt of discotheek in een kerkgebouw niet wenselijk is. Vanwaar die omslag?
„Van de verschillende tapijthallen en supermarkten in voormalige kerken is er nog maar één over, in Helmond. Blijkbaar is dat het niet geweest. Maar nog altijd zijn er voorbeelden van hoe het niet moet. We zijn ons ervan bewust geworden dat een kerk meer is dan steen alleen. Heb je daar respect voor, dan zoek je naar een passende bestemming. De beste functie is de oorspronkelijke, een principe in de monumentenzorg.”
Hebben de kerken, vertegenwoordigd in bestuur en werkgroepen, hierop invloed gehad?
„De kerken waren aanvankelijk helemaal niet enthousiast over onze plannen. „Wat u gaat doen, is leuk”, zeiden ze, „maar wat moeten wij ermee?” Ook tussen de Protestantse Kerk en de Rooms-Katholieke Kerk boterde het niet erg. Ze hadden hun eigen standpunten, er was geen enkel contact. De verdienste van het Jaar van het Religieus Erfgoed is dat de samenwerking toch op gang is gekomen. Er ontstond een interreligieuze dialoog. Beide kerken formuleerden beleid inzake het erfgoed. Een jaar geleden was dit echt ondenkbaar.
Dat partijen rekening houden met het oorspronkelijke gebruik van een kerkgebouw is niet per se aan de kerken te danken. De geformuleerde standpunten zijn het resultaat van volop discussies en wederzijdse bevruchting.”
In het strategisch plan pleit uw stichting voor diepgaand overleg tussen kerk, overheid en andere betrokkenen. Botsen hun belangen in de praktijk niet met elkaar? Bijvoorbeeld als een lucratief festival op een zon- of feestdag ten koste gaat van de kerkdienst?
„Totaal niet. Als oud-directeur van Stadsherstel Amsterdam (dat bedreigde panden onder meer aankoopt en restaureert, EHvS) weet ik dat in verschillende Amsterdamse kerken die ooit leegstonden, weer erediensten plaatshebben. Deze kerken kregen een nevenbestemming. Maar tot twee uur in de middag zijn er nagenoeg nooit activiteiten. Dan slapen de mensen nog. Een ander kerkgebouw, waarin een kantoor gevestigd is, wordt in goed overleg doordeweeks gebruikt voor rouwdiensten. Als partijen rekening houden met elkaar is er geen vuiltje aan de lucht. Bovendien kan de overheid voor oplossingen zorgen als een kerkbestuur er niet uit komt.”
U vraagt 100 miljoen van de overheid voor het in stand houden van erfgoed. Komt Den Haag over de brug?
„Dat moet blijken. Aan ons was de taak om aan te tonen dat het geld nodig is. Wij geven richtlijnen aan, anderen moeten in actie komen. Maar goed, we hebben de regering aangesproken op het regeerakkoord, dus ik mag redelijkerwijs aannemen dat dit bedrag er komt, ja.”
Minister Plasterk krijgt een regiefunctie toebedeeld. Een wat vreemde keuze.
„Iemand moet de kar trekken. We hebben het over cultureel erfgoed en daar is een prima ministerie voor. Bovendien treedt er over twee jaar weer een ander aan.”