Ds. Bencze heeft de repressie van het communisme aan den lijve ondervonden. „De samenleving werd atheïstisch opgevoed. Het bestaan van God moest uit de hoofden van mensen verwijderd worden. Dat is nooit gelukt, want de kerken slaagden dank zij God en contacten met christenen in het Westen erin te overleven.”
Het communisme zette ook de christelijke instellingen onder druk. „In 1953 nationaliseerde de communistische staat de meeste christelijke instellingen, zoals scholen en ziekenhuizen. Midden jaren tachtig kwam er echter een politieke beweging op die een democratische samenleving voor ogen had. Men merkte dat er met partijleider Gorbatsjov in de Sovjet-Unie een nieuwe wind ging waaien. Er hing verandering in de lucht, maar niemand wist zeker waar het op uit zou lopen. De kans bestond nog dat de communisten hun macht niet zomaar uit handen zouden geven.”
Na de omwenteling in 1989, toen er verkiezingen gehouden werden, zag men dat de gehele politieke structuur ingestort was. „De meeste communistische leiders doken toen onder en de communistische partij noemde zich de Hongaarse Socialistische Partij.”
De nieuwe regering heeft na de omwenteling de kerken beloofd dat ze hun scholen en ziekenhuizen mochten terugkrijgen. „We kregen het Bethesdaziekenhuis, maar het was een ruïne. We zijn na zeventien jaar nog steeds aan het vernieuwen, opknappen, renoveren.”
Na de omwenteling kreeg de kerk echter haar bezittingen niet terug. „De staat sloot een overeenkomst met de kerken dat zij dezelfde financiering zou krijgen als de staatsinstellingen. Helaas werd deze overeenkomst nagenoeg nooit door de staat nagekomen, zeker niet na 2001, toen de socialisten in de regering kwamen.”
Intussen zijn de politieke en de economische omstandigheden diepgaand veranderd, aldus ds. Bencze. „De wanhoop is bij veel mensen erg groot. Mensen kunnen niet meer in hun levensonderhoud voorzien. Vakmensen, vooral artsen en verpleegsters, vertrekken naar Engeland en Duitsland, waar ze meer geld kunnen verdienen. Er is een verval van geestelijke en ethische normen gekomen.”
Aan de andere kant is ds. Bencze ervan overtuigd dat christenen een ander, hemels rijk dienen. „Wij zijn geen marionetten van de regering, maar kinderen van God. Wij zijn ervan overtuigd dat God ons werk onder de bevolking zegent. Nu het in Hongarije economisch moeilijk gaat, beleven we een tijd waarin mensen weer naar het christelijk geloof vragen. Dan is er des te meer een reden om door te gaan met ons werk, want op deze manier kunnen we een getuigenis geven.”
Dit is het tweede deel in een serie gesprekken met Oost-Europese christenen rond twintig jaar Wende. Dinsdag deel 3.