Vanaf donderdag biedt het Van Vollenhoven Instituut een serie lezingen over dit onderwerp aan, met kopstukken uit binnen- en buitenland. De lezingen moeten aantonen dat het recht in moslimlanden meer is dan de sharia, en dat de sharia niet synoniem is met het stenigen van overspeligen en het afhakken van handen van dieven.
De drie delen ”Sharia en nationaal recht” worden op 12 april aangeboden aan minister Bot van Buitenlandse Zaken. Voor het onderzoek is vooral gekeken naar drie verschillende rechtsgebieden: het staatsrecht, het familie- en erfrecht en het strafrecht. Vooral in het familie- en erfrecht speelt het religieuze recht een belangrijke rol.
Prof. Otto: „Toch is de emancipatie van de vrouw ook in een heel aantal formele wetten van moslimlanden weerspiegeld. Dat gold vanaf het begin van de twintigste eeuw in Turkije en Afghanistan, later in Pakistan en Indonesië, en in Iran voor de revolutie van 1979. Recenter heeft zich in Egypte en Marokko een liberalisering van het familierecht voltrokken. Het is een zwaarbevochten liberalisering: kleine stapjes vooruit, soms een stap achteruit. Juist de lange tijdlijnen zijn verhelderend.”
Soms bedriegt de schijn, in beíde richtingen, aldus prof. Otto. „Onderzoek van Nadia Sonneveld, die promoveert op de nieuwe huwelijkswet in Egypte, laat op het juridische vlak een sterke modernisering en liberalisering zien. Maar het toont ook aan dat het in de praktijk vaak lastig is daar gebruik van te maken. Het omgekeerde kan ook: John Bowen, die een van de lezingen gaat geven, deed jarenlang onderzoek op Atjeh. Hij laat zien dat de bevoegdheden van de religieuze rechtspraak daar weliswaar werden verruimd ten koste van de nationale rechtspraak, maar dat die ruimere bevoegdheden niet automatisch negatieve gevolgen voor de positie van de vrouw met zich meebrachten.”
Het ligt dus allemaal genuanceerder dan we vaak denken, aldus de Leidse hoogleraar. „Wat wij in het Westen vaak over het hoofd zien, zijn de interne mechanismen om het proces beheersbaar te houden. De verhitte interne discussies om met nieuwe interpretaties te komen zijn er om te zorgen dat er niet al te kwistig met harde straffen wordt omgesprongen.”
Martin Lau, verbonden aan de School of African and Oriental Studies in Londen, heeft net een boek gepubliceerd over shariarechtspraak in Pakistan. Zijn conclusie is dat de regering er bewust op aanstuurt een groot deel van het strafrecht niet uit te voeren. Prof. Otto: „Er is nog nooit iemand gestenigd en er is nog nooit een hand afgehakt. Juist die interne mechanismen die ervoor zorgen dat die straffen niet worden uitgevoerd, zijn voor ons interessant.”
De Leidse universiteit heeft een lange traditie van islamstudies. Een van de centrale figuren als het gaat om de studie naar de islam was prof. C. Snouck Hurgronje (1857-1936), die met de gereformeerde theoloog Herman Bavinck zijn leven lang een persoonlijke briefwisseling onderhield. Prof. Snouck Hurgronje was adviseur van de regering in de periode dat de Atjehoorlog nog volop woedde. In Nederlands-Indië was de overgrote meerderheid van de bevolking moslim. Bestuurders, rechters en juristen die verantwoordelijk waren voor de rechtsontwikkeling in Indië hadden daarom de behoefte om meer te weten van het islamitische recht.