Het museum herbergt een schat aan informatie over Calvijn (1509-1564), zijn tijdgenoten en zijn nazaten, met name uit de Franse gereformeerde traditie. Een brede collectie van uniek materiaal gaat gepaard met een levendige beschrijving van de inhoud. Niet voor niets heeft het museum in 2007 de ”Council of Europe Museum Prize 2007” ontvangen. De jury prees het museum om zijn internationale uitstraling en zijn nadruk op religieuze tolerantie. Verder waardeerde de jury de pogingen van het museum om theologische onderwerpen, zoals de uitverkiezing, visueel weer te geven.
Debat
Dat laatste klopt. Tijdens een ’debat’ van een kwartier tussen Luther en Calvijn beginnen hun levensgrote portretten ineens te praten. Luther vertelt dat de Reformatie een herontdekking van het Woord is, om daarmee een frisse wind in de kerk te laten waaien. „God vraagt niet om alles te geloven wat de kerk zegt, maar om alleen te geloven in Jezus Christus”, zo vat hij de boodschap van de Reformatie samen. Hij keert zich tegen de gedachte „dat de kerk bepaalt wie naar de hemel gaat.”
Een prachtig visueel moment is ook ”het theologisch banket”. In een van de kamers is een eettafel aangericht waar een debat begint over de predestinatie. De verschillende standpunten over de uitverkiezing en de reikwijdte van de verzoening passeren de revue. Debaters zijn Calvijn, Beza, Amyraldus, Turrettini, en ook Rousseau (in Genève geboren) mengt zich in de discussie met zijn verheerlijking van de natuurlijke religie.
Het museum heeft er alles aan gedaan om de Reformatie toegankelijk te maken voor het moderne publiek, soms spelenderwijs. Zo is er een vitrine waar allerlei hervormers zijn losgeknipt van een bekende, grote plaat en als enkele figuurtjes in een grote kist zijn gezet. Met knopjes aan de voorkant kunnen bezoekers de figuurtjes laten bewegen. Op deze manier zie je de hoofden draaien van Luther, Zwingli, Wycliff, Knox, Hus, Calvijn, Beza en anderen.
Handschriften en boeken nemen een belangrijke plaats in. Een van de mooiste exemplaren is de Bijbel van 1588 die door predikanten en hoogleraren in de Saint Pierre werd gebruikt. Ook prachtig is de uitgave van het Nieuwe Testament uit 1565, geannoteerd door Beza, Calvijns opvolger.
De Bijbel kreeg een centrale rol in de Reformatie, zo meldt de expositie. De preek stond in het middelpunt, namelijk om de Bijbel te verklaren. Daarom stond ook de preekstoel in het midden van de kerk. De Reformatie liet een ander godsbeeld zien, zo stelt de expositie. „Zij zag God als Vader die Zijn Zoon zond om redding en verlossing te geven.”
Lovende woorden vallen er over de Institutie waaraan Calvijn van 1541 tot 1560 werkte, een „levenslang project.” Het boek is een „toegankelijke, onuitputtelijke geestelijke gids” van een „hoog intellectueel gehalte.” Vanuit taalkundig oogpunt heeft Calvijn met dit werk een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van een „goede Franse stijl.”
Dat Calvijn niet alleen een figuur uit de zestiende eeuw is, maakt de expositie al snel duidelijk. De bezoeker wordt aan de hand van pamfletten, spotprenten, boeken en foto’s meegenomen naar de beweging, die wereldwijde proporties aannam. Al ten tijde van Beza had de Academie, de theologische opleiding tot predikant, Europese uitstraling. En het Zwitserse Réveil laat zien dat Calvijns gedachtegoed in de negentiende eeuw wonderwel ontwaakte na een periode van vrijzinnigheid.
De expositie wijst op de verstrekkende invloeden van het calvinisme op het terrein van wetenschap, economie, cultuur en politiek. De protestanten zorgden ook voor een bron van conflicten, wat bleek uit massaslachtingen in Frankrijk (Bartholomeusnacht) en allerlei theologische controverses, zoals tussen arminianen en gomaristen. Pamfletten en boeken brengen ook deze episodes in kaart.
Werkdag
Het museum brengt volgend jaar van Pasen tot oktober een speciale expositie, getiteld ”Een dag uit het leven van Johannes Calvijn”. De expositie bevat een virtuele weergave van de wereld ten tijde van de Reformatie en van Calvijns belangrijkste dagelijkse bezigheden. De driedimensionale uitbeelding van de hervormer in zijn natuurlijke omgeving moet een beter begrip van zijn leven en zijn activiteiten bevorderen, zo stelt het museum, „en wel op de manier van een filmdocumentaire.”
De expositie zal de bezoeker meenemen vanaf de tijd dat Calvijn doorgaans ontwaakte, rond 4 uur. De scènes bevatten onder meer een dienst in de Saint Pierre, een rumoerig verlopen vergadering van de consistoire (kerkenraad), een ”noodlottige ontmoeting” tussen de hervormer en Michael Servet, die in Calvijns tijd stierf op de brandstapel vanwege zijn choquerende opvattingen over de Drie-eenheid. „Het doel van de tentoonstelling is bezoekers van alle leeftijden aan te moedigen om de mythe van Johannes Calvijn te scheiden van de realiteit”, zo stelt het museum in een persbericht.
Mythen inderdaad in overvloed. Het museum doet een bewonderenswaardige poging recht te doen aan de intentie van Calvijn, al worden soms gekunstelde invloeden van de Reformatie aangewezen op de moderne theologie, zoals bij Karl Barth en de Wereldraad van Kerken (die zijn centrum in Genève heeft). Calvijn wordt getypeerd als iemand die niet toegaf als de overheid hem ergens toe wilde verplichten. „Ik gaf niet toe, omdat ik wilde beantwoorden aan de roeping van God.” Beter kan het levenswerk van Calvijn niet worden getypeerd.