Predikantsvrouw: Als mijn man een beroep krijgt, is het net of je drie weken zweeft

Predikantsvrouw: Als mijn man een beroep krijgt, is het net of je drie weken zweeft -  K. Westland-Rebel. Foto Sjaak Verboom

K. Westland-Rebel. Foto Sjaak Verboom

Het kon vier, vijf of zes jaar duren, maar dan reed de verhuiswagen weer voor bij ds. W. Westland. De hervormde predikant staat in zijn achtste gemeente. Welke impact heeft het beroepings­werk op zijn gezin? „Als mijn man een beroep krijgt, is het net of je drie weken zweeft. Daarna plof je weer op de grond.”

In de pastorie van de hervormde gemeente te Ridderkerk-Slikkerveer hangt een grote foto aan de wand. Deze toont de acht kinderen –23 tot en met 38 jaar– van het predikants­echtpaar. Ze zijn allemaal het huis uit, vertelt K. Westland-Rebel (61). Eén zoon is in de afrondende fase van zijn studie theologie.

Tweeëntwintig jaar was Klaziena Rebel toen ze in 1973 in Huizen met Wim Westland in het huwelijk trad. Het pastorie­leven was haar van huis uit onbekend. Wel hoorde ze er­varingen van twee schoonzussen, beiden getrouwd met oudere broers van haar man die eveneens predikant waren.

Acht beroepen kreeg kandidaat Westland destijds. Samen met zijn verloofde bezocht hij alle acht gemeenten. Mevrouw Westland: „Ik dacht: Het zal Bruchem wel worden, een plaats waar hij al vaak had gepreekt. Maar de weg werd naar Veen geleid. Toen het beroep uit de Brabantse gemeente kwam, moesten we op de kaart opzoeken waar het lag.”

Een maand voor de intrede, direct na de trouwdag, betrok het predikantsechtpaar de hervormde pastorie in Veen. Mevrouw Westland bewaart goede herinneringen aan de jaren daar. „We hebben ons er vanaf het begin thuis gevoeld.”

Na vier jaar kwamen de eerste beroepen. Uiteindelijk verhuisde het predikantsgezin in 1977 naar Lunteren. In de periode daarna ging mevrouw Westland beseffen dat het vertrek uit een gemeente definitief is. „Een dominee is maar een schakeltje. Hij mag dienstbaar zijn, maar het gaat niet om hem. Als wij weggaan, is het volgende schakeltje aan de beurt.”

Dat laatste heeft ze moeten leren, zegt de predikantsvrouw. „De eerste tijd in Lunteren verlangde ik sterk terug naar Veen. Na twee maanden was er een verkoping in Veen. Ik ging erheen en bleef een nacht slapen. Maar toen ik er was, dacht ik: Ik hoor hier niet meer.”

In de loop der jaren kreeg ds. Westland regelmatig beroepen. „Het is net of je dan drie weken zweeft. Daarna plof je weer op de grond. Een enkele keer werd het al vrij snel duidelijk welke beslissing mijn man moest nemen. Het is wel eens gebeurd dat we in een gemeente gingen kennismaken en dat ik er graag heen wilde, maar dat mijn man op de terugweg in de auto zei: „Ik kom hier níét.””

Vaak hoorde mevrouw Westland pas aan het einde van de overwegingsperiode van drie weken of haar man het beroep aannam. „We spraken er samen over en baden ervoor, maar uiteindelijk moest híj de beslissing nemen. Daarna kwam hij uit zijn studeerkamer en vertelde wat het was geworden: blijven of gaan. Soms had ik de uitkomst min of meer verwacht, maar niet altijd. Ik moest wel eens omschakelen.”

Ook op de kinderen had het beroepingswerk impact. „Het geeft altijd onrust. Ik herinner me dat een van de kinderen op vierjarige leeftijd zei: „Papa, nu staan er al weer zwarte mannen voor de deur.” Dat was het eerste signaal dat een kind, hoe klein ook, iets van de spanning merkt.”

Naarmate de kinderen ouder werden, ging dat nadrukkelijker spelen. Het kwam wel eens voor dat een kind in huilen uitbarstte als pa een beroep had aangenomen. Ooit maakte een van de zonen rond een beroep de nodige trammelant. De avond voordat ds. Westland een beslissing moest nemen, legde hij een briefje onder diens kussen: „Pa, u hoeft voor mij niet te bedanken.”

Regelmatig veranderden de kinderen van school, soms midden in een examenjaar. Ook gebeurde het dat een van hen vanwege een opleiding in de kost ging als vader een beroep naar een gemeente in een andere hoek van het land aannam. „Het gezin is een veilige haven. Als daar breukjes in kwamen, als gevolg van een verhuizing, vrat dat wel eens aan me”, zegt mevrouw Westland.

Over het algemeen bezag de predikantsvrouw de verhuizingen echter nuchter. „Soms leek de weg niet geplaveid, maar we zijn toch altijd goed door alle veranderingen heen gekomen. Het kwam voor dat het kind dat de meeste moeite had met een verhuizing, in de nieuwe woonplaats als eerste weer vriendjes had.”

Eenmaal kreeg ds. Westland zelf geen rust nadat hij een beroep had aangenomen. „Midden in de nacht hebben we een collega van mijn man gebeld. Hij heeft met ons gesproken, uit de Bijbel gelezen en gebeden. De volgende ochtend heb ik het RD gevraagd nog niet in de krant te zetten dat het beroep was aangenomen, maar mijn man kreeg er toch vrede over. Het is waar: „God zal Zelf zijn leidsman wezen, leren hoe hij wand’len moet.” We zijn nooit beschaamd uitgekomen.”

Dit is de zevende aflevering in een serie over beroepingswerk. Morgen in Accent het slot.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek