Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

„Pinksteren allereerst feest van toerusting”

 Prof. dr. M. J. Paul. Foto RD.

Prof. dr. M. J. Paul. Foto RD.

UTRECHT – „De Geest is in het Oude Testament nog niet duidelijk onderscheiden als de Heilige Geest in de Drie-eenheid.” Dat heeft prof. dr. M. J. Paul dinsdag in Utrecht gezegd.
De hoogleraar aan de Evangelische Theologische Faculteit in het Belgische Heverlee sprak voor de Gereformeerde Theologen Studentenvereniging Voetius over de Geest in het Oude Testament.

Prof. Paul ziet de werkzaamheid van de Geest op veel gebieden, onder andere in de schepping en de vernieuwing van de aarde, de bezieling van de profeten, de toerusting van kunstenaars en koningen en de werking van het geestelijk heil. Voor het laatste wees hij onder meer op de in de profetieën van Ezechiël genoemde vallei der dorre doodsbeenderen en de tekst uit de profeet Joël waar staat dat God Zijn Geest zal uitstorten op alle vlees.

De oudtestamenticus concludeerde dat de Geest in het Oude Testament „nog niet duidelijk onderscheiden was als de Heilige Geest in de Drie-eenheid. Hij wordt eerder beschreven als de Geest Die uitgaat van God, invloed uitoefent en bijzondere werkzaamheden verricht.”

Pinksteren, het feest van de Geest, is niet in de eerste plaats zendingsfeest, gaf prof. Paul verder aan, maar feest van de toerusting. „Gewoonlijk wordt in reformatorische kring veel nadruk gelegd op Pinksteren als zendingsfeest en het feit dat veel mensen tot geloof komen. Het gaat erom dat de gelovigen toerusting ontvangen. Petrus en de andere gelovigen ervaren in Jeruzalem de toerusting door de Heilige Geest. Die was beloofd door Christus en hierop heeft men ook biddend gewacht. De komst van de Geest van God betekent nieuw en krachtig leven voor mensen die in zichzelf nietig zijn. De discipelen moesten niet meteen de wereld intrekken, want daarvoor waren ze niet gereed. Ze moesten eerst kracht en toerusting ontvangen.”

De hoogleraar merkte op dat de boodschap tijdens het pinksterfeest niet bestemd was voor de heidenen, maar voor de Joden die overal vandaan naar Jeruzalem gekomen waren. De tekst uit Joël die Petrus aanhaalde, was niet gericht op heidenen maar op Joden. Dat blijkt uit de context („zonen en dochters”) en uit het adres van het profetische boek. Als Petrus het heeft over „allen die daar verre zijn” bedoelt hij de Joden in de diaspora. Pas vanaf Handelingen 10 komen de heidenen in zicht.

Volgens prof. Paul is de profetie uit Joël die Petrus op de pinksterdag aanhaalde, nog niet geheel en al vervuld. Hij verwacht dat God nog eens krachtig zal werken met Zijn Geest in het volk van de Joden.

De profetische werkzaamheid van de Heilige Geest is in het Oude Testament niet gestopt, zei prof. Paul. „Over het algemeen neigt men in calvinistische kring naar het standpunt dat profeten alleen vroeger voorkwamen of dat profeteren vooral het uitleggen van de Bijbel is. Maar Calvijn houdt wel openingen als hij van apostelen, profeten en evangelisten zegt dat God ze in het begin van Zijn rijk heeft opgewekt en hen ook nu en dan opwekt, naar de noodzakelijkheid der tijden het eist. De conclusie van prof. Paul was dat „de gave van de profetie behoort tot de charismata die nagestreefd moeten worden.”

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek