De inmiddels 86-jarige Lever publiceerde in 1956 zijn boek ”Creatie en evolutie”. Daarin neemt hij afstand van een „letterlijke” lezing van Genesis 1-3. Het boek riep in christelijke kring fel verzet op, maar ook bewondering. In Wapenveld zegt Lever trouw te hebben willen blijven aan de oorspronkelijke intentie van de oprichter van de VU, de grote gereformeerde voorman Abraham Kuyper. In dat kader noemt hij ook diens rede uit 1899 (te lezen op onder andere de website van het Centrum voor Bijbelonderzoek in Veenendaal). „Men denkt dat Kuyper tegen de evolutie was, maar in die rede zet hij juist uiteen dat er mogelijk wel evolutie geweest is, mits God maar de Schepper blijft.”
Beweeglijk
Wat is waarheid? Dat is bij Kuyper niet altijd zo gemakkelijk vast te stellen, zegt dr. J. Vree, die in 2006 afscheid nam als universitair docent kerkgeschiedenis aan de VU. De gereformeerde predikant publiceerde over Kuypers denken op dit punt in de bundels ”Abraham Kuyper: vast en veranderlijk” en ”Protestants Nederland tussen tijd en eeuwigheid”.
„Ik zal één voorbeeld geven”, zegt hij. „In zijn boek ”Het werk van de Heilige Geest” uit 1888 schrijft Kuyper: „Het scheppingsverhaal is dus volstrekt geen mythe, maar geschiedenis. Het is geschied gelijk het daar staat.” Hier is hij dus heel stellig. Maar zes jaar later waarschuwt hij er, in zijn ”Encyclopaedie der heilige godgeleerdheid”, voor om conflicten tussen de verschillende takken van wetenschap niet te overdrijven. Als concreet voorbeeld noemt hij dan dat hij het persoonlijk niet nodig acht „geen langere existentie dan van 6000 jaren voor onze aarde te vindiceeren (op te eisen, AdH); immers wat de Schrift hieraangaande leert, staat exegetisch nog op verre na niet vast.” Hij laat dus ruimte voor de mogelijkheid dat de aarde ouder is dan 6000 jaar.”
Dr. Vree: „Bij Kuyper hangt het er soms sterk van af: wanneer zegt hij iets, en waar? In zijn rectoraatsrede uit 1899 uit hij zich kritisch over „onzen Eugen Dubois”, die in 1894 op Java een skelet „van den Pithecanthropus erectus” had uitgegraven. Volgens Kuyper vult deze vondst de „leemte in het bewijs” voor de gedachte dat de mens van de aap afstamt „allerminst aan.””
Echter, zegt de kerkhistoricus uit Weesp, „in de jaren dat hij minister-president en minister van Binnenlandse Zaken is en verantwoordelijk voor het wetenschappelijk onderwijs, moet Kuyper prof. Dubois een keer hebben uitgenodigd voor nóg een expeditie naar Java. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik hier in Kuypers archief nooit enig bewijs voor heb gevonden. Mijn zegsman is dr. W. J. Aalders, die dit in 1921 schreef. Het zou kunnen dat Kuypers correspondentie met prof. Dubois in de archieven van het ministerie van Binnenlandse Zaken te vinden is.”
Feit is dat Kuyper het in 1899, bij de overdracht van het rectoraat van ‘zijn’ VU, zijn „roeping” achtte zijn stem te verheffen tegen het „Evolutie-dogma.” Daartegenover plaatste hij een ánder beginsel: dat van de „palingenesie” (wedergeboorte). Kuyper: „Christelijke religie en Evolutie-leer zijn twee over en weer elkaar uitsluitende systemata. Antipoden tusschen welke noch zoen noch vergelijk denkbaar is.”
Uitspraken
„Met het opkomen van een nieuw geloof pleegde dusver zekere verheffing, zekere veredeling van ons menschelijk leven hand in hand te gaan. (…) Ditmaal daarentegen wordt het „nieuwe geloof” (het Evolutie-dogma) op de hielen gevolgd door de schim der Decadentie” (rectoraatsrede, 20 oktober 1899).
„Voegt men (…) deze beide gegevens saam, ten eerste, dat in de Wet van de Tien Geboden het overheidsgezag nog geheel in het gezinsgezag schuilt, ja er in besloten lag, en ten andere, dat het gezinsrecht oorspronkelijk het recht, om met den dood te straffen, in zich droeg, dan is hiermede, voor wie belijdt, dat de mensch niet door Evolutie, uit het dier opkwam, maar „in staat van rechtheid” van Godswege door Creatie naar Zijn beeld is voortgebracht, de Goddelijke oorsprong van alle overheidsgezag uitgewezen” (”Antirevolutionaire staatkunde”, I, 1916, blz. 222-223).
„En zoo eindig ik ook nu (…) door tegenover de Evolutie te maintineeren het eerste van alle geloofsartikelen: Ik geloof in God Almachtig, Schepper des hemels en der aarde” (rectoraatsrede, 1899).
Augustinus, Calvijn, Voetius. Hun namen worden in het huidige debat rond schepping en evolutie veelvuldig genoemd – soms zelfs als zouden zij zo ongeveer evolutionisten avant la lettre zijn geweest. Terecht? In een vijfdelige serie laten vijf kenners hun licht schijnen over achtereenvolgens Aurelius Augustinus, Johannes Calvijn, Gisbertus Voetius, Abraham Kuyper en Benjamin Breckinridge Warfield.
Vandaag deel 4: dr. J. Vree over Abraham Kuyper, vrijdag deel 5
Zie ook: www.refdag.nl/artikel/1256072/Kuyper+verzette+zich+tegen+evolutieleer.html