Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Noyon was Calvijn bijna vergeten

 De kathedraal Notre Dame in Noyon. In de kerk had Calvijn tot 1534 een eigen altaar, gewijd aan La Gésine: de barende maagd. Een deel van de opbrengst –enkele mudden graan per jaar– was bedoeld om zijn opleiding te bekostigen.
 1 van 10  

De kathedraal Notre Dame in Noyon. In de kerk had Calvijn tot 1534 een eigen altaar, gewijd aan La Gésine: de barende maagd. Een deel van de opbrengst –enkele mudden graan per jaar– was bedoeld om zijn opleiding te bekostigen.

In de Rue de Calvin in het Franse provinciestadje Noyon wacht een moeder met kinderwagen op stadsbus 1. In het straatje, ooit vernoemd naar de kerkhervormer Johannes Calvijn, wonen niet meer dan twintig gezinnen. Een paar grijze huizenblokken, acht garagedeuren, de slagerij van Olivier Morelle - meer is het niet. Op de hoek werd Calvijn geboren, vijf eeuwen geleden.
Veel is er niet overgebleven van de stad die Calvijn kende. De kathedraal, een deel van het bisschoppelijk paleis, de bibliotheek. Het stadhuis stamt uit 1493, maar onderging in de loop der eeuwen een ware gedaanteverwisseling. De jongste aanwinst is een twintigste-eeuwse aanbouw aan de voorkant, een „puist” volgens sommigen, waarin het toeristenbureau is gevestigd.

Verder resten enkel nog herinneringen. De Grote Oorlog heeft diepe wonden achtergelaten in Noyon. Meer dan 85 procent van de stad werd verwoest, zegt gids Françoise Desmarest. Ze wijst de plaatsen aan die Calvijn gezien móét hebben. „In de zestiende eeuw was de binnenstad van Noyon heel klein. Het kan niet anders of Calvijn liep dagelijks langs de kathedraal en de bibliotheek.”

De bibliotheek behoorde toe aan de kanunniken die in de gebouwen naast de kathedraal woonden. Het rechthoekige gebouwtje met vakwerkpatronen staat op palen om kostbare boeken tegen ratten en vocht te beschermen. Tot de collectie behoren ook twee werken van Calvijn. „De kanunniken verzamelden allerlei protestantse geschriften om de nieuwe leer te kunnen bestrijden.”

Achter de bibliotheek liggen de voormalige refter, rechtszaal en gevangenis. Volgens sommige historici sloten de kanunniken Calvijn een paar dagen op wegens ordeverstoring in de kerk.

Calvijn werd geboren op de plek waar nu het Musée Jean Calvin staat, aan de Place Aristide Briand. Van de oorspronkelijke woning is niets meer over, behalve een klein trappetje dan. Toen Noyon tijdens een oorlog in 1552 in brand werd gestoken, bleef het huis nog gespaard. „De stad waar ik geboren ben”, schreef Calvijn, „is helemaal door een brand verwoest. Elke dag horen we van vreselijke rampen in heel Picardië.” Van een vriend vernam hij dat het huis van zijn vader ongeschonden was gebleven.

Later verdween het geboortehuis alsnog, om na de Grote Oorlog herbouwd te worden. Nu is het een museum, met drie verdiepingen vol gravures, schilderijen en gebruiksvoorwerpen uit de tijd van de Reformatie. Er komen zo’n 4000 bezoekers per jaar, vooral uit Nederland, België en Duitsland. Sinds kort is er ook een informatiefolder in het Koreaans beschikbaar.

Excommunicatie
Johannes Calvijn was de tweede zoon van Gérard Cauvin en Jeanne le Franc. Hij kwam uit een familie van schippers en handwerklieden die langzaam de maatschappelijke ladder beklom. Calvijns grootvader was kuiper in Pont-l’Evêque, een dorpje op 4 kilometer afstand van Noyon. Zijn vader, Gérard, verhuisde in 1481 naar de stad en verwierf in 1497 het burgerschap. Hij schopte het tot procureur van het kapittel. Het gezin kreeg ten minste zeven kinderen: vijf jongens en twee meisjes.

In Pont-l’Evêque herinnert niets meer aan de Calvijns, op de namen van twee straten na. De Rue Calvin is de doorgaande weg door het plaatsje; de Rue Gérard Cauvin een nauw straatje met bungalows. Overal zitten houten markiezen potdicht.

Calvijn, geboren op 10 juli 1509, ontving dezelfde dag nog het sacrament van de doop. Dat gebeurde in de parochiekerk van Sainte-Godeberte, schuin tegenover zijn geboortehuis. Het gebouw is na de Franse Revolutie afgebroken en heeft plaats moeten maken voor een theater. Van de tien parochiekerken die Noyon ooit kende, is er maar één overgebleven.

De vader van Calvijn was meer geïnteresseerd in rijkdom en macht dan in God en gebed. Hij overleed in 1531, geëxcommuniceerd vanwege gesjoemel rond de nalatenschap van twee priesters. Calvijns oudste broer Charles was priester geworden en wist absolutie te regelen, zodat zijn vader alsnog in gewijde grond begraven kon worden. In de Sainte-Godeberte is tot 1791 elk jaar een mis opgedragen voor Gérard. Maar daar had hij dan ook voor betaald.

Vijf jaar na de dood van zijn vader weigerde Charles zelf het sacrament der stervenden. Ook hij was geëxcommuniceerd, omdat hij een kanunnik van de kathedraal had beledigd en een andere had geslagen.

Barende maagd
De kathedraal van Noyon oogt wat streng met zijn massieve, hoge torens. Een zwerm spreeuwen vliegt op van het dak van de kerk, om neer te strijken in het park naast het bisschoppelijk paleis. De Notre Dame was een van de eerste gotische kerken ter wereld, vertelt gids Desmarest. „Noyon was in de middeleeuwen een belangrijk religieus centrum. Karel de Grote is hier in 768 tot koning gekroond, en later ook Hugo Capet.”

In Calvijns tijd moet de kathedraal veel fleuriger zijn geweest. Het godshuis had toen nog gebrandschilderde ramen. De pilaren en bogen kleurden rood, geel, groen of wit.

In de kerk had Calvijn sinds de lente van 1521 een eigen altaar, gewijd aan La Gésine, de barende maagd. Een deel van de opbrengst -enkele mudden graan per jaar- was bedoeld om zijn opleiding te bekostigen. Als kapelaan ontving Calvijn ook het tonsuur, de kruinschering.

„Een paar maanden geleden is bekend geworden waar het altaar precies lag”, zegt Desmarest. Ze loopt naar het midden van de kerk, naar een plaats vlak voor het dwarsschip. „Tot in de zestiende eeuw stond daar een stenen muur die het altaar afschermde voor de ’gewone’ gelovigen. In deze muur had Calvijn een nis.”

Calvijn ontving nog meer inkomsten: van de graanoogst van een akker in Eppeville, van een pastoorsplaats in Saint-Martin de Martheville en later van een kerkelijke functie in Pont-l’Evêque. In 1534 deed Calvijn afstand van zijn privileges, waarvoor hij nooit had hoeven te werken. Van simonie -het kopen van geestelijke ambten- moest hij niets meer hebben. Helemaal vergeten deed Calvijn zijn vroegere leven niet. Eppeville duikt op in de naam Charles d’Espeville, de schuilnaam die Calvijn gebruikte ten tijde van vervolging.

Bedevaart
Calvijn herinnerde zich zijn moeder als een vrome vrouw. Toen hij kleuter was, nam ze hem mee naar processies. Samen gingen ze naar de bedevaartplaats Ourscamp, enkele kilometers buiten Noyon. Daar kuste Calvijn een reliek van de heilige Anna. Het was dezelfde Anna aan wie Luther later beloofde monnik te zullen worden.

Van de cisterciënzer kloosterkerk waar de kostbare reliek werd bewaard, staan alleen nog een paar muren van het koor overeind. De twaalfde-eeuwse ziekenzaal is nog wel intact, evenals enkele gebouwen uit latere eeuwen. Er wonen nog zeventien monniken. De reliek is in 1807 verhuisd naar de parochiekerk van het nabijgelegen dorpje Chiry-Ourscamp, waar in juli nog steeds processies plaatsvinden.

Calvijns moeder overleed toen hij zes was. Voordat Calvijn op veertienjarige leeftijd in Parijs ging studeren, bezocht hij in Noyon het Collège des Capettes, een onderwijsinstelling die onder toezicht van het kathedraalkapittel stond. De school was genoemd naar de petjes die bij het schooluniform hoorden. Aan de Rue de Paris verrees in de achttiende eeuw een nieuw gebouw, dat tot in de twintigste eeuw dienstdeed als meisjesschool. Nu zit de plaatselijke afdeling van het Rode Kruis er, evenals de archeologische dienst. Er is ook een biljartzaal.

Na zijn studietijd vluchtte Calvijn uit Frankrijk, om er nooit meer terug te keren. Toch vergat hij zijn vaderland niet. Als predikant in Straatsburg en Genève zocht hij steeds steun voor zijn vervolgde landgenoten. Wat de inwoners van Noyon betreft, was de liefde niet wederzijds. Toen het er in 1551 even op leek dat Calvijn zou overlijden, vierde het Picardische stadje feest.

Protestants is Noyon nooit geworden. Benjamin Findinier, conservator van het Calvijnmuseum, schat hun huidige aantal op vijftig. Die kerken in Compiègne, 25 kilometer verderop. Tot een jaar of twintig geleden kwam de gemeente samen in de benedenzaal van het museum, maar toen dat subsidie kreeg, moest ze een nieuw onderkomen zoeken. Frankrijk kent een strikte scheiding van kerk en staat.

Of de Noyonnais wat met Calvijn hebben? „Veel mensen kennen hem amper, laat staan dat ze weten dat hij hier geboren is. Bij Calvijn denken ze toch eerder aan Genève. Tot de Eerste Wereldoorlog was niet eens bekend waar Calvijns geboortehuis precies stond. Toen de Duitsers de stad veroverden, hingen zij een plaquette op: „Hier is Johannes Calvijn geboren.”


Calvijn herdacht

De stad Noyon herdenkt het vijfhonderdste geboortejaar van Calvijn met rondleidingen, exposities, lezingen en muziek. Een overzicht.

Het toeristenbureau verzorgt vanaf 28 maart rondleidingen over de jeugd van Calvijn in Noyon.

- In het Calvijnmuseum loopt van 25 april tot 28 juni een expositie over ”De lezers van Calvijn”. Centraal staan de aantekeningen die gebruikers van Calvijns geschriften hebben gemaakt. Op de tentoonstelling zijn boeken met annotaties te zien uit de zestiende tot de twintigste eeuw.

- Op 10 juli en 20 september geeft het Ensemble Huguenot een concert in de kapittelzaal van de kathedraal. Thema is ”Muziek en Reformatie”.

- Van 10 juli tot 31 oktober loopt in het Calvijnmuseum een tentoonstelling over zestiende-eeuwse protestanten uit Picardië. Er zijn onder andere portretten te zien van Lefèvre d’Etaples, Olivétan, François Vatable, Pierre de la Ramée en Laurent de Normandie.

- Op 20 september voert het koor van de St. Pierre in Genève in de kathedraal het oratorium ”Paulus” van Felix Mendelssohn uit.

- Op 18 oktober houdt Fabien Fenet in het Calvijnmuseum een lezing over vrouwen en protestantisme.

- Op 27 november heeft in theater Du Chevalet een studiedag plaats over de Reformatie in Noord-Frankrijk. Sprekers zijn onder anderen de internationaal bekende Calvijnonderzoekers Bernard Roussel en Jean-François Gilmont.

Meer informatie: Office de Tourisme du Pays Noyonnais, Place Bertrand Labarre, 60400 Noyon. Tel.: 0033-(0)344442188, internet: tourisme-noyon.com.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek