Bidstonden voor Israël ten tijde van het Reveil, in de negentiende eeuw, trokken niet zelden 1200 bezoekers of meer. „We zijn iets wezenlijks kwijtgeraakt.”
Op de tafel voor hen ligt een kloek boek. ”Gedenkboek”, luidt de titel, ”uitgegeven bij de herdenking van het 50-jarig bestaan der Nederlandse vereniging voor Israël, 1861-1911”. Het verhaalt onder andere over de geschiedenis van het Joodse volk tot dan toe, over „eerstelingen uit Israël” zoals Adolph Saphir, Joseph Rabinowitsch en Ignatz Lichtenstein, over het zionisme en over tot bekering gekomen Joden zoals Isaäc da Costa, Abraham Capadose en Carl Schwartz.
„Een indrukwekkend boek”, zegt L. Oudenaarden. „Ik had het in mijn kast staan, het is van mijn vader geweest. Als je dan leest hoe bidstonden voor het Joodse volk in de tijd van het Reveil vaak volle kerken trokken, in Den Haag onder andere, denk je: we zijn wat wezenlijks kwijtgeraakt.”
Oudenaarden, woonachtig nabij het Zuid-Hollandse Driebruggen, is secretaris van het Comité Herleving Gebed voor Israël. Het interkerkelijke comité bestaat alweer even, maar treedt pas nu meer in de openbaarheid. Voorzitter is de christelijke gereformeerde predikant ds. J. P. Boiten. „Ons comité telt acht leden, uit vijf verschillende kerken. Het gaat eigenlijk om een heel spontaan, ongekunsteld initiatief. Niemand van ons heeft dit echt gezocht. Wat ons bindt, is onze liefde tot Israël en de overtuiging dat er nog altijd beloften voor dat volk liggen.”
„Ons streven”, meldt de website van het comité, „is om te gaan in het voetspoor van de puriteinen, de Nadere Reformatie en het Reveil in hun geloof, hun verwachting en vooral hun gebed voor Israël. Uitgaande van de vastheid, de betrouwbaarheid en onveranderlijkheid van het Woord van God, en van de God van het Woord, mochten zij grote verwachting hebben vóór Israël, en voor de wereld dóór Israël (Rom. 11:15). Voor de komst van het Koninkrijk van de Koning der Joden in kerk en wereld.”
Lid van het comité is ook ds. J. G. van Tilburg, predikant van de hersteld hervormde gemeente (voorheen: christelijke afgescheiden gemeente) in Waddinxveen. Oudenaarden, zelf behorend tot de Gereformeerde Gemeenten: „Alweer een tijdje belegt hij bidstonden voor de bekering van het Joodse volk, in zijn eigen gemeente, maar ook elders. Op een bepaald moment kwam ik hem tegen, bij de promotie van dr. P. de Vries in Amsterdam. We raakten aan de praat en ik vertelde hem van een paar boeken die ik in bezit had, waaronder ”De toekomst Israëls”. Daarin is de tekst opgenomen van twaalf bidstonden rond 1850, ten tijde van het Reveil, onder leiding van mensen als Capadose, De Liefde en Da Costa. Maar ook het gedenkboek ”Gods grote daden aan Israël”. Ds. Van Tilburg was meteen enthousiast, en heeft van het gedenkboek meteen een paar honderd exemplaren laten herdrukken.”
„Deze zaken lééfden in de negentiende eeuw”, zegt de secretaris. „Maar met name door de vervangingsleer en het drijven van dr. A. Kuyper en anderen zijn die verwachting en het bijbehorende gebed voor het Joodse volk vrijwel geheel verloren gegaan.”
Ds. Boiten: „De vervangingsleer heeft inderdaad veel stukgemaakt. Ons verlangen is dat er een hérleving van het gebed voor Israël komt. Zoals Paulus zegt: „Het gebed dat ik tot God voor Israël doe, is tot hun zaligheid.”
Oudenaarden: „Of Psalm 122: „Bídt om de vrede van Jeruzalem.” Psalm 102. Ezechiël 37.”
Ds. Boiten: „De Heere heeft Zijn verbond met Israël niet verbroken. „Door hun val is de zaligheid de heidenen geworden”, lezen we in Romeinen 11. Dat houdt niet in dat hun verwerping van de Messias positief te duiden is, integendeel. En toch: hun val vormt een onderdeel van de heilsweg zoals Paulus die beschrijft. „Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij (opdat gij niet wijs zijt bij uzelven), dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, tótdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn.” God zál terugkeren tot het Joodse volk. „En”, vervolgt de apostel dan, „alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen, en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.” Er is verwachting voor Israël.”
Oudenaarden: „En vervolgens ook voor de heidenen. „Want indien hun verwerping de verzoening is der wereld, wat zal de aanneming wezen, anders dan het leven uit de doden?””
Wat heeft het comité zoal voor plannen?
Oudenaarden: „In elk geval willen we wat oudvaders over de toekomst van het Joodse volk hebben geschreven –Brakel, Van der Groe, Verschuir, Philpot en vele anderen– opnieuw onder de aandacht brengen. Er ligt zó veel onder het stof. We hebben bijvoorbeeld een preek van Thomas Boston over de bekering van Israël heruitgegeven, voorzien van een toelichting door W. Westerbeke, en een preek van Spurgeon over Ezechiël 37. Maar vooral is het ons uitzien dat er meer gebed om de vervulling van Gods beloften voor Israël komt – in bidstonden, maar ook in de gewone zondagse diensten.”
Ds. Boiten: „Vorig jaar zomer, en dit jaar opnieuw, hebben we op de Elspeetse boekenmarkt gestaan. En dan merk je tóch dat er interesse voor deze zaken is. Ik heb daar bijvoorbeeld een heel gesprek gehad met een Joods meisje dat een paar weken in Nederland was. Heel opmerkelijk. Dat geeft je soms ook moed: dat de Heere van dit initiatief afweet.”
Oudenaarden: „Wat die interesse van Joodse zijde betreft: onlangs zijn we met een aantal mensen in de Joodse buurt in Antwerpen geweest. We spraken daar onder anderen met enkele rabbijnen en mochten ook een paar exemplaren van het boek ”De toekomst Israëls” achterlaten. Dan merk je hier en daar toch dat een gesprek goed mogelijk is.”
Ds. Boiten: „Tegelijkertijd wil ik benadrukken dat we als comité geen enkele pretentie hebben. We willen ons ook helemaal niet gaan profileren als een nieuwe groep. Maar we hebben het wel als een stukje leiding van de Heere ervaren dat we als comitéleden bij elkaar zijn gebracht. En we hopen dat Hij onze inspanningen wil zegenen.”
Als het gaat om Israël, en zeker ook zijn toekomst, lopen de meningen nogal eens ver uiteen. Bent u daar niet bang voor?
Ds. Boiten: „We willen heel voorzichtig zijn met allerlei toekomstvoorspellingen, prechiliastische, postchiliastische; evenals met politieke uitspraken. Onze verwachting is ook niet van een organisatie als de Verenigde Naties, integendeel; maar van de Koning van Israël. Wat ons voor ogen staat, is wat we in de naam van ons comité tot uitdrukking hebben gebracht: een herleving van het gebed voor Israël. En óp het gebed doet de Heere wonderen. Boston roept ertoe op: Hebt u liefde tot onze Heere Jezus Christus, tot de uitbreiding van Zijn koninkrijk en heerlijkheid in deze wereld? Bid dan, ja, bid ernstig om de bekering van de Joden.” Tegelijkertijd: als de duivel iets níét wil, is het dat.”
Oudenaarden: „We willen ons ook verre houden van allerlei buiten-Bijbelse openbaringen, en ons alleen houden aan Gods Woord. Wat er gebeurt als je dat niet doet, hebben we gezien bij een andere inwoner van Driebruggen”, doelend op de in 2009 overleden H. J. Verwoerd, oprichter van het comité het Profetisch Woord.
„Alzo zal geheel Israël zalig worden.” Wanneer zal dat gebeuren?
Ds. Boiten: „Wij weten dat niet. Alleen de Heere weet het. Maar léven we er nog bij? Ik bedoel dit: ik ben al vele keren in Israël geweest. Tijdens een van die reizen hebben we een bezoek gebracht aan het stadhuis van Jeruzalem. Een van de ambtenaren vertelde ons toen dat er een heel draaiboek klaarligt voor het moment dat de Messias zal komen, op de Olijfberg. Daarin staat hoe Hij verwelkomd moet worden enzovoorts.
Op zo’n moment denk je: In hoeverre leven wij daar nu nog bij? Dat Christus eenmaal zal wederkomen? En zeker, we mogen onszelf niet voorbijgaan. Maar dan is het toch onze taak, onze Bijbelse roeping, om te bidden voor het Joodse volk, dat het díé Christus ook mag leren kennen – vóórdat Hij wederkomt.”
Comité
Het Comité Herleving Gebed voor Israël is samengesteld uit de volgende personen: ds. J. P. Boiten (voorzitter; Christelijke Gereformeerde Kerken), L. Oudenaarden (secretaris; Gereformeerde Gemeenten), J. van Dam (penningmeester; Hersteld Hervormde Kerk), ds. J. G. van Tilburg (Hersteld Hervormde Kerk), evangelist P. Pols (Protestantse Kerk in Nederland), ds. N. van der Want (Hersteld Hervormde Kerk), J. A. Westerbeke (Christelijke Gereformeerde Kerken) en W. Westerbeke (Gereformeerde Gemeenten in Nederland).
Enkele citaten
Theodorus van der Groe (1705-1784) over het laatste oordeel:
„De dingen die volgens de Heilige Schrift, nog voor des Heilands komst ten oordeel moeten geschieden, bestaan voornamelijk hierin:
– Dat nog eerst de antichrist moet vallen; zijn rijk geheel verbroken, en de stad Rome, de troon des beestes verwoest moet worden.
– Dat nog eerst geheel het Joodse volk tot Christus moet bekeerd worden en de volheid der heidenen ingaan.
– Dat zulks geschied zijnde, nog een verheerlijkte staat der Kerk moet komen, waarin de gelovigen met Christus als Koning, een tijd van duizend jaren, hier op aarde zullen heersen, gedurende welke duizend jaren, de duivel in de hel zal gesloten worden, zodat hij in al die tijd de volkeren niet meer zal verleiden, volgens Openbaring 20.
– Dat er dan, na die duizend jaren, nog weer een zeer zware vervolging over de Kerk moet komen, verwekt door Gog en Magog die de legerplaats der Heiligen zullen omringen, en de kerk van Christus ten uiterste zullen benauwen. Na welke zware vervolging, die echter maar een korte tijd zal duren, deze Gog en Magog door vuur dat uit den hemel komen zal, zullen verslonden worden.”
Charles Haddon Spurgeon (1834-1892) over het dal vol dorre doodsbeenderen in Ezechiël 37:
„Deze passage is zeer vaak uitgelegd en ik durf zeggen, zeer zuiver gebruikt, om de herleving van een dodige Kerk te beschrijven.” Anderzijds: „De betekenis van onze tekst zoals die door de samenhang wordt verklaard, is overduidelijk, wat de woorden ook mogen betekenen: 1. Ten eerste, dat er een politiek herstel van de Joden zal zijn in hun eigen land en in hun eigen nationaliteit. 2. Dan ten tweede, ligt er in de tekst en in de context de duidelijkste verklaring dat er een geestelijk herstel –in feite een bekering– van de stammen van Israël zijn zal.”
Bron: website comité, www.hgvi.wordpress.com/