„Naar een nieuwe visie op secularisatie”

„Naar een nieuwe visie op secularisatie” -  Dr. Herman Paul. Foto IZB

Dr. Herman Paul. Foto IZB

Veel verhalen over secularisatie en kerkverlating hebben een verlammende werking op gemeenteleden. Dat zegt de Leidse geschiedfilosoof dr. Herman Paul, die per september 2012 is benoemd tot bijzonder hoogleraar namens de IZB en GZB aan de universiteit van Groningen.

Bovendien zeggen grote verhalen over „modernisering” en „rationalisering” volgens dr. Paul niet zoveel over wat er in concrete mensenlevens op het spel staat. Laten we daarom proberen preciezer, persoonlijker en ook theologisch zuiverder over secularisatie te spreken.

Geschiedfilosoof

Een geschiedfilosoof op een bijzondere leerstoel van twee zendingsorganisaties, de combinatie is minder opzienbarend dan ze op het eerste gezicht lijkt. Dr. Paul: „Mijn interesse voor geschiedenis is geboren in een eeuwenoude dorpskerk, met een mooi, oud orgel en een middeleeuws fresco; waar psalmen in de oude berijming werden gezongen en waar vanaf de kansel vaak een normatief beroep werd gedaan op het verleden („Calvijn zegt…”). Dat fascineerde me, evenals de vraag hoe dit zich verhield tot het leven buiten de kerk. Veel van mijn medescholieren leefden in een heel andere wereld, waarin het verleden helemaal niet zo’n grote rol speelde. Hoe vergaat het zo’n traditie, vroeg ik me af, in een „traditieloze” samenleving?

Deze ervaring in de kerk zette me op het spoor van de geschiedenis, van verhalen die mensen vertellen over hun plaats in de tijd. Vooruitgangsverhalen, waarbij ze het verleden als het ware triomfantelijk achter zich laten, maar ook achteruitgangsverhalen, over de apocalyptische tijden waarin we zijn beland. Verhalen waarmee mensen betekenis geven aan gebeurtenissen die ze meemaken. Hoe komen mensen op die verhalen? Hoe overtuigend zijn ze? Die vragen hebben me altijd geboeid. De link met de secularisatie is dan overigens eenvoudig te leggen, want wie over secularisatie in Europa spreekt, vertelt ook vaak een groot, historisch verhaal. Niet toevallig hebben geschiedfilosofen als Hermann Lübbe ook belangstelling voor secularisatie aan de dag gelegd, terwijl studies over secularisatie – lees Friedrich Gogarten er maar op na – vaak bol staan van geschiedfilosofische ideeën.

Overigens zal ik in mijn nieuwe functie niet primair als vakwetenschapper naar secularisatie kijken. Zoals mijn geschiedfilosofische interesse in de kerk geboren is, zo wil ik mijn academische expertise graag weer dienstbaar maken aan de kerk.”

Inspiratiebronnen

De stad Groningen en de universiteit daar zijn voor dr. Paul vertrouwd terrein. Zes jaar geleden promoveerde hij er, bij Frank Ankersmit. Tijdens zijn studie was hij betrokken bij het missionaire werk van de IZB in de stad. „Als vrijwilliger heb ik in Het Pand, het missionaire centrum aan de rand van de binnenstad, heel wat gesprekken gevoerd met buurtbewoners over wat het leven de moeite waard maakt. Mensen die soms behoorlijk in de prak zaten; maar ook mensen die er vrolijk van overtuigd waren God noch geloof nodig te hebben. Als kerkenraadslid raakte ik bovendien geïnteresseerd in vragen naar de kerk in de grote stad. In die periode groeide ook bij mij de behoefte aan inspiratiebronnen. Wie helpt ons, vroeg ik mij af, als orthodoxe gemeente in hedendaags Nederlands het evangelie te delen met de mensen om ons heen?

Om diverse redenen heb ik die inspiratiebronnen vooral in het Engelse taalgebied gevonden. Eén van die redenen was een onderzoeksverblijf aan het Center of Theological Inquiry in Princeton, in de Verenigde Staten. In dat jaar heb ik veel Amerikaanse theologie gelezen. Het in juni verschenen boek ‘Oefenplaatsen’ is daar mede een uitvloeisel van.”

Getuige-zijn

Een benoeming als universitair docent historiografie en geschiedfilosofie bracht dr. Paul in 2007 naar Leiden. De betrokkenheid op missionair werk bleef; op dit moment is hij missionair ouderling in de Marekerk. „Een centrale vraag vind ik daarbij hoe de missionaire roeping ons hele gemeente-zijn kan doortrekken. Missionair werk is niet een loket dat wordt bemand door een evangelisatiecommissie of een handjevol enthousiastelingen. Getuige-zijn heeft ook alles te maken met het werk van kerkrentmeesters en diakenen, met de inrichting van de eredienst, met het programma van onze jaarlijkse gemeentedag. Voor wie zijn we eigenlijk gemeente? Kunnen we in begrijpelijke taal aan belangstellenden uitleggen wat wij in de kerk geloven en doen? Dat zijn grote vragen, die we elkaar telkens weer moeten stellen.”

De nieuwe functie als buitengewoon hoogleraar verbindt theorie aan praktijk. „Het zou onjuist zijn om die twee te scheiden. Ik beoefen geen wetenschap om de wetenschap, maar wil de intellectuele reflectie in dienst te stellen van een vraag die ons, denk ik, allen bezighoudt. Er is veel pessimisme over de teloorgang van de kerk in ons land, mede gevoed door een zekere heimwee naar de tijd dat de kerk nog vol zat. Dat daagt me uit. Ik heb de neiging om er meteen ook kanttekeningen en vragen bij te plaatsen. We zijn deel van een gemeenschap, de kerk van alle tijden en plaatsen. Welke rol speelt dat in de analyse van de huidige ontwikkelingen in West-Europa? De kerk van Jezus Christus is groter dan die van ons land of ons werelddeel. Kijk eens hoe de kerk elders ter wereld groeit. Maar kijk ook eens naar landstreken waar kerk en geloof na een periode van bloei nu nagenoeg zijn verdwenen. Wij zijn niet de eersten die een krimpende kerk meemaken. Wat zouden wij kunnen leren, vraag ik mij dan af, van Syrië in de 14e eeuw, of van Noord-Afrika in de 6e eeuw?”

Daarmee zitten we bij de kern van de leeropdracht van de nieuwe hoogleraar: studie maken van secularisatie met het oog op het zelfverstaan en de missionaire roeping van de kerk. De kerkelijke statistieken staan al jaren in het rood, veel betrokken gemeenteleden hebben kinderen en/of kleinkinderen die niet meer naar de kerk gaan.

„Het zijn pijnlijke ervaringen die je niet zomaar terzijde kunt schuiven. Maar hoe duiden we die ervaringen of die cijfers? We leveren ons toch alsjeblieft niet uit aan statistieken of aan sociologen die prognoses maken op basis van huidige trends? Sociologie is een nuttige wetenschap, maar in de kerk belijden we dat de toekomst in handen van God ligt. Bovendien staat het God altijd vrij om anders met deze wereld te handelen dan mensen voorzien of voorspellen. Als je op een christelijke manier over secularisatie wilt praten, kun je zulke theologische noties niet tussen haakjes zetten. Dan kan dit niet zonder de overtuiging dat God aan het werk blijft; ook al lopen ontwikkelingen heel anders dan wij hopen of verwachten. We zijn op weg naar Gods toekomst. Laten we niet op die toekomst vooruitlopen door te denken dat het einde nabij is nu ons kerkgebouw gesloten moet worden.”

Inculturatie

Paul is geboren in 1978 en dus opgegroeid in seculariserend, post-christelijk Nederland. Uit eigen waarneming kent hij niet anders dan de situatie van een krimpende kerk. „Klopt. De intense ervaring van een afkalvende volkskerk ken ik niet. Voor mijn generatie is de post-christelijke situatie „vanzelfsprekend” – niet in de zin dat het zo wel goed is, maar in de zin dat het niet vreemd is om bij een minderheid te horen. Als historicus ben ik wel erg geïnteresseerd in dat relatief korte tijdvak, tussen pakweg 1850 en 1950, waarin Europa een christelijk continent leek. Tegelijk zeg ik: die tijd van stampvolle kerken en een christelijk gekleurde publieke moraal was een uitzondering, niet de regel.

We komen er dus niet met terug te verlangen naar voorbije tijden. Op heimwee naar de hervormde volkskerk zul je mij hopelijk niet betrappen. Weemoed werkt niet alleen verlammend, maar is ook theologisch moeilijk te verteren. Is een christelijke visie op de geschiedenis niet per definitie een hoopvolle visie?

Als ik lezingen houd, hoor ik na afloop weleens de verzuchting hoe veel moeilijker de geloofsopvoeding is dan voorheen, of hoe veel lastiger het is in onze tijd gemeente te zijn. Ik begrijp dat wel, maar wil dan óók op zoek naar inspiratiebronnen die ons in die lastige context van nu kunnen helpen om kerk of christen te zijn.

Missionair gesproken vraagt het geloof om een ingang in elke cultuur. Een zendeling die in de jaren dertig naar Nederlands-Indië ging, kopieerde niet klakkeloos de kerkelijke termen, gewoonten en gebruiken uit ons land, maar paste ze aan, met het oog op de verstaanbaarheid van het evangelie. Datgene wat we over de as van de ruimte makkelijk toestaan, vinden we veel lastiger om over de as van de tijd te doen. Terwijl de wereld van kinderen nu toch al bijna een compleet andere wereld is dan die waarin ik in de jaren tachtig opgroeide. Wat vereist de inculturatie van het evangelie in zo’n nieuwe generatie? Welke accenten, welke vormen zijn daarvoor nodig? Niet om het evangelie aan te passen of op te leuken, maar om helder uit te leggen wat het betekent in deze tijd, met het oog op de uitdagingen die wij in onze tijd ontmoeten.”

Verlangens

In het gesprek over secularisatie moeten we ook onszelf onder de loep nemen, benadrukt dr. Paul. „Trek niet te makkelijk een streep tussen wij kerkmensen hier en onze geseculariseerde medemensen daar. Secularisatie gaat wat mij betreft niet alleen over kerkbezoek of kerklidmaatschap, maar over toewijding, vertrouwen en verlangen. Waarop bouwen wij ons leven? Waar gaat ons diepste verlangen naar uit?

Om een voorbeeld te geven uit mijn eigen leven: Regelmatig moet ik voor subsidieaanvragen in een paar honderd woorden uitleggen wat voor een geweldige wetenschapper ik ben. Dan ga je grote woorden over jezelf gebruiken en voor je het weet geloof je daarin. Zie mij eens even goed zijn! Dat zijn verleidelijke zelfbeelden, die appelleren aan het verlangen naar succes en status. Ze hebben een grote seculariserende impact, omdat ze mijn leven portretteren in heel andere termen dan de Bijbel doet. De vraag is: in hoeverre leef ik eigenlijk in een Bijbels verhaal, ook als het om mijn carrière, mijn huis of mijn relaties gaat? Je kunt twee keer per zondag in de kerk zitten, maar ondertussen volkomen gepreoccupeerd zijn met je carrière, je bezit, of je status. Ben je dan niet net zo geseculariseerd als je buurman die op zondagochtend uitslaapt?”

Augustinus

Als de situatie er zo voor staat, waar komt het dan voor de gemeente van Christus op aan?

„We hebben de realiteit van onze post-christelijke context onder ogen te zien. Niet als een noodlot, maar als de plek waar God ons roept om Hem te dienen en het evangelie te verbreiden. Waarom God ons in deze wonderlijke situatie heeft gebracht, weten we niet. Wel weten we dat het de opdracht van ons allen is om Hem trouw te zijn, op de plaats waar Hij ons heeft gesteld.

De Duits-Schotse theoloog Bernd Wannenwetsch noemt „verlangen” een van de kernwoorden van deze tijd, waar de kerk ook veel over te zeggen heeft. Laten we in de kerk niet spreken over secularisatie als een onpersoonlijk „monster”, dat zijn tienduizenden verslaat, maar laten we het over hebben over concrete mensenlevens: waar gaat ons hart naar uit? Wat zijn verlangens die ons bij God vandaan houden? Welke verlangens plaatst het christelijk geloof ertegenover? Hoe kunnen we elkaar opscherpen, in woorden, in praktijken die helpen die seculariserende macht te weerstaan? Zo wordt de kerk een oefenplek, waar we bij Woord en sacrament leren dat God alleen ons diepste verlangen kan stillen.

De huidige situatie doet me vaak aan Augustinus denken. Hij groeide op in een tijd waarin het christelijk geloof en het Romeinse rijk dichtbij elkaar lagen. Het wereldrijk werd beschouwd als een Godsgeschenk. Het waren de tempora christiana. De Pax Romana had veel trekken van de vrede waar het evangelie over sprak. Maar toen de Visigoten Rome innamen, stortte dat wereldbeeld in. Hiëronymus schreef dat dit wel het einde van de wereld moest zijn. Hoewel Augustinus zeer vertrouwd was met deze visie, koos hij in zijn boek De Civitate Dei een heel ander uitgangspunt. Hij zei: Gods gang met de geschiedenis is groter, meer omvattender dan de bloei en ondergang van het Romeinse rijk. Augustinus wilde, met andere woorden, eschatalogisch over de geschiedenis denken – en dus niet menen al te weten waar de geschiedenis op uitloopt.”

Denklogica

Deze augustiniaanse trek verklaart waarom Paul zo nodig niet beducht is vraagtekens te plaatsen bij al te romantische visies op de kerkgeschiedenis. Hij deed dat met name in Het gereformeerde geheugen, een studie naar gereformeerden in de negentiende en twintigste eeuw die meenden hun eigen tempora christiana te beleven.

„Ons doel met dat boek was niet het omverhalen van heilige huisjes. Er zat, wat mij betreft, de augustiniaanse overtuiging achter dat het christelijk geloof altijd, onherroepelijk gecontextualiseerd wordt, maar dat zo’n contextualisering niet verabsoluteerd mag worden. Ik heb vrienden die zijn opgegroeid in een Veluws dorp, in een stevige reformatorische context, maar in de loop van hun studietijd lieten ze het geloof achter zich. Het Woord van God en de Veluwse context bleken zo met elkaar verklonken, dat ze er op hun 25e niet meer mee uit de voeten konden. In gesprekken daarover hanteerden ze - opvallend genoeg - dezelfde logica waarmee mensen in de Veluwse dorpskerk de onopgeefbaarheid van hun traditie verdedigen. Of je lijkt op ons, of je verloochent de traditie. De kerkverlater hanteert zelfde denklogica.

De Amerikaanse godsdienstwetenschapper John Barbour constateert in zijn boek Versions of Deconversion; Autobiography and the Loss of Faith dat kerkverlaters zich veelal van dezelfde verhaalsjablonen bedienen als mensen binnen de kerk. Alleen dan voorzien van een min-teken. Als dat zo is, komt het er wel op aan wat wij over onszelf vertellen. Focussen we ons op een bepaalde, 21-eeuwse incarnatie van het christelijk geloof, of laten we zien dat Gods woord is oneindig veel rijker is, en daarom ook voor 25-jarigen in Amsterdam relevant is?”

Leertafel

Wat dit, ten slotte, voor de leerstoel betekent? Dr. Paul spreekt met twee woorden. „Enerzijds zou ik graag in Augustiniaanse geest verder denken over de taal waarin wij over secularisatie spreken. Niet dat ik me voor een Augunstinus-kenner uitgeef, of dat ik hem beschouw als de kerkvader bij wie we alle antwoorden vinden. Maar bij een zoektocht naar een nieuwe visie op secularisatie laat ik me graag inspireren door de contouren die zich in zijn werk aftekenen. Daarbij denk ik aan zijn geschiedvisie, aan zijn mensbeeld, aan zijn theologie van het verlangen en aan zijn grote belangstelling voor levensverhalen van mensen – kijk maar naar de Confessiones.

Tegelijk wil ik mijn hand niet overspelen. Ik ben geen theoloog en zal ook niet pretenderen dat te zijn. Als historicus voel ik me eerder thuis in de rol van vertaler of ambassadeur van belangwekkende figuren of inspirerende voorbeelden uit andere tijden of plaatsen. En ik hoop niet in m’n eentje te werken. Wat mij betreft wordt de leerstoel een leertafel, waar mensen uit diverse disciplines aanschuiven om samen over secularisatie na te denken. Een leertafel waar academische publicaties worden voorbereid, maar waar universitair onderzoek ook breed toegankelijk wordt gemaakt voor zendingswerkers en gemeenten.”


Personalia

Dr. Herman Paul (1978) studeerde geschiedenis, wijsbegeerte en journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij in 2006 cum laude promoveerde op een geschiedfilosofische studie. Hij was gastonderzoeker aan het Center of Theological Inquiry in Princeton (VS) en is sinds 2007 verbonden aan de Universiteit Leiden als universitair docent historiografie en geschiedfilosofie. Hij publiceerde onder andere Het moeras van de geschiedenis: Nederlandse debatten over historisme (2012) en Hayden White: The Historical Imagination (2011). Ook redigeerde hij, met George Harinck en Bart Wallet, Het gereformeerde geheugen: protestantse herinneringsculturen in Nederland’ (2009), een bundel die nagaat hoe gereformeerden zich hun religieuze verleden hebben herinnerd. Dit is een karakteristieke trek in veel van Pauls onderzoek: Hoe gaan mensen om met hun verleden? Welke lessen, toekomstverwachtingen of zelfbeelden ontlenen ze eraan? In juni 2012 publiceerde Paul samen met Bart Wallet Oefenplaatsen; tegendraadse theologen over kerk en ethiek, een bundel interviews met o.a. Stanley Hauerwas, Oliver O’Donovan, Miroslav Volf, Bernd Wannenwetsch en Samuel Wells.


Klik hier voor de website van de IZB en voor meer informatie.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek