Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Minder calvinistisch dan gedacht

 „Wij calvinisten zijn niet in alle opzichten zo calvinistisch als we misschien wel dachten.” Foto Sjaak Verboom

„Wij calvinisten zijn niet in alle opzichten zo calvinistisch als we misschien wel dachten.” Foto Sjaak Verboom

Als we in dit Calvijnjaar rondom ons heen kijken, zouden we haast denken dat zo ongeveer iedereen grote sympathie voor Calvijn heeft. Binnen de reformatorische gezindte put vrijwel ieder weldenkend mens zich uit om te laten zien wat Calvijn voor hem of voor haar betekent. Bovendien heeft zelfs de rooms-katholieke bisschop van Groningen Calvijn omarmd als „een broeder in Christus.”
Zeker, in de marge hoor je nog wel wat negatieve geluiden. Calvijn zou geen medelijden gehad hebben met de doodsangsten van Servet, die mede door zijn toedoen naar de brandstapel werd gebracht. Bovendien zou hij toch minstens medeverantwoordelijk zijn voor een soort „tyranniek-moralistisch bewind” in Genève. Maar… dit soort hardnekkige geluiden blijft dit jaar wat gedempt. We willen in dit Calvijnjaar toch vooral aardig zijn voor de reformator van Genève. Hierbij zou je dan wel de tegenvraag kunnen stellen: „Maar is Calvijn wel zo aardig voor óns, met name in de gereformeerde gezindte?”

Emocultuur
In onze tijd speelt het uiten van menselijke emoties een uiterst belangrijke rol. Niet voor niets wordt onze cultuur wel getypeerd als een ”emocultuur”. Nu was Calvijn een mens met sterke emoties die gepassioneerd kon spreken en kon reageren op allerlei situaties. Niettemin zou hij bij het cultureel eigene van onze tijd op zijn minst twee kritische kanttekeningen maken.

Allereerst laten vooral zijn brieven en zijn preken zien dat Calvijn er krachtig tegen protesteerde als mensen zich al te overdadig en overmatig overgeven aan de uiting van allerlei gevoelens. Men moet bij het uiten van bijvoorbeeld droefheid of blijdschap „maat weten te houden.” Wanneer iemand zich te zeer laat meeslepen door verdriet, zondigt hij tegen God omdat hij niet (gelovig) berust in de weg van de Heere en op Hem hoopt.

Een ander aspect is dat voor Calvijn het geestelijk leven niet slechts een zaak van het verstand is, maar voluit ook een zaak van (de beleving van) het hart. Dat wordt vooral duidelijk door het feit dat het begrip ”geloofservaring” (experientia) talloze malen in zijn werken voorkomt.

Alleen gebeurt dat wel op een andere manier dan er vandaag vaak over (geloofs)ervaring gesproken wordt. Men beroept zich nogal eens op de ervaring als een zelfstandige grootheid: „Ik voel, ik beleef dat nu eenmaal zo…” Of: „Gods volk ervaart…” Maar hierbij is de band tussen het Woord van God en de geloofservaring vaak erg uitgerekt of helemaal doorgesneden.

Dat is bij Calvijn ondenkbaar. Voor hem is (geloofs)ervaring of -zo u wilt- bevinding alleen wettig als ze opkomt uit het Woord en zich richt op het Woord. Met andere woorden: echte, Bijbelse geloofservaring hangt van a tot z aan het ”er staat geschreven”. Als dat niet zo is, is er misschien wel sprake van ervaring, maar zeker niet van geloof!

Kerkelijke verdeeldheid
Het is overbekend dat de reformator Calvijn zich fel verzet heeft tegen onder andere de leer van de Rooms-Katholieke Kerk. Wellicht minder bekend is dat hij zeer aan de verdeeldheid van de kerk van Christus geleden heeft. Hij had een afkeer van kerkscheuring en schreef in een van zijn brieven dat hij ter wille van de eenheid van de kerk wel tien zeeën zou willen oversteken. Hij heeft zich ook van harte gegeven aan de godsdienstgesprekken met Rome en zich ingezet om in de controversen met de volgelingen van Zwingli en van Luther over het heilig avondmaal tot overeenstemming te komen. Calvijn benadrukte ook dat als ergens een christelijke gemeenschap is waar het Woord van God en de sacramenten zuiver worden bediend, wij deze veilig als kerk kunnen aanvaarden. Ja, hij was zelfs van mening dat wij ons van deze kerk geenszins mogen afscheiden, ook al is zij overigens vol van gebreken.

Alweer enkele tientallen jaren geleden verscheen een boekje over de gereformeerde gezindte in Nederland, getiteld: ”Tien keer gereformeerd”. Inmiddels is het aantal kerken dat zich gereformeerd noemt alleen maar groter geworden. Een van de bijdragen in dit boekje draagt als opschrift: ”Quis non fleret?” (Wie zou niet wenen?). Ik ben ervan overtuigd dat die indringende vraag zeker ook vanuit de erfenis van Calvijn met alle klem naar ons toekomt!

Leven in de wereld
Vaak wordt gezegd dat Calvijn grote waardering had voor allerlei uitingen van kunst en cultuur. Nu zijn er zeker allerlei uitspraken in zijn werk te vinden die dat onderstrepen. Niettemin liggen er over Calvijns visie over het (christen)leven in deze wereld zware schaduwen.

In de eerste plaats waarschuwt hij ervoor dat de zonde ons hele leven -ook onze cultuur- heeft doortrokken. En vervolgens tekent hij het leven van een christen hier op aarde vooral als een pelgrimstocht. Als het goed is, zijn wij hier beneden vreemdelingen die op doortocht zijn naar een beter vaderland. In dat verband vallen er ’harde’ woorden over het leven hier op aarde die -ten onrechte- wel als wereldverachting zijn uitgelegd.

Maar het is onmiskenbaar dat voor Calvijn de eigenlijke spits van het christenleven ligt in de overdenking van, de ”inoefening in” en de voorbereiding op het toekomende leven. Me dunkt, daarvan kunnen we in een tijd als de onze het nodige leren. Deze gedachten plaatsen in elk geval dingen als de materialistische geest, het vaak continu naar entertainment zoeken van onze cultuur onder scherpe kritiek.

Kortom: wij calvinisten zijn niet in alle opzichten zo calvinistisch als we misschien wel dachten. Hij heeft ons ook in onze tijd nog wel het een en ander te zeggen.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek