Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Middeleeuwers als antwoord op atheïsme

UTRECHT – De Nederlandse secularisatie en ontkerkelijking zijn het gevolg van een eeuw vol kerkelijke strijd. Die opmerkelijke stelling verdedigt dr. Antoon Vos. Decennialang stempelde hij het godsdienstwijsgerige onderwijs aan de Universiteit Utrecht. Tegenover de vloedgolf van het moderne atheïsme zocht hij heil bij de middeleeuwse theologie. „Ik ben een zoeker naar systematische waarheid.” Deze zomer nam hij afscheid van Utrecht.
Antoon Vos is geboren en getogen in de volkskerk, zegt hij. „Verzuiling kenden we niet, althans niet een georganiseerde. Wel was er het verschil tussen hervormd en gereformeerd. Je had aan de ene kant de volkskerk met haar diepe vroomheid, maar wel ongeletterde theologie. Aan de andere kant, in plaatsen buiten ons dorp, de gereformeerden, de mannen van het boek, vooral het theologische boek.”

Antoon werd al vroeg een liefhebber van het boek. Zijn leeshonger deed hem de weg vinden naar de universiteit. Antoon ging in 1963 theologie studeren in Utrecht met als doel predikant te worden. „Ik wilde het Evangelie verkondigen. Maar mijn weg is heel anders gelopen dan ik had gedacht”, voegt hij er direct aan toe.

Die weg werd doorkruist door de cultuuromslag in de jaren zestig van de vorige eeuw. Vos stuitte op de plotselinge opmars van de atheïstische filosofie. „De ideeën daarvan stroomden de universiteit binnen en velen voelden dat ze moeilijk weerstaan konden worden. Mijn missionaire optiek is daaruit voortgekomen, maar ook mijn onbegrip over het feit dat mijn medeorthodoxen dat gevaar niet zagen. Mijn leermeester Van Ruler zat enorm met dit probleem, maar wist er geen antwoord op. Hij en anderen waren daarin niet geschoold. Het opkomende atheïsme heeft mij de belangstelling gegeven voor wijsgerige vragen. Veel later, in de jaren 1983-84, hebben de leiding van de kerkelijke opleiding in Utrecht en die van de Hervormde Kerk mij toen een docentschap aangeboden.”

Grote klap

De grote klap voor Vos persoonlijk was dat hij in vijf jaar tijd de kerken in Utrecht leeg zag stromen. „Op een zondagavond in maart 1964 ging de bekende dr. Koolhaas, de voormalige synodepreses, voor in een kerk in Utrecht. Ik ging er op tijd heen om een goed plekje te krijgen. Twintig minuten voor aanvangstijd stonden er lange rijen te wachten. Maar wat gebeurde later? Na vijf jaar waren er in de meeste hervormde en gereformeerde kerken nog maar een vijftigtal kerkgangers. Hoogleraren als Van Ruler, Van Niftrik en Lekkerkerker hebben die vreselijke leegloop niet kunnen verwerken en zijn van ellende aan hartkwalen doodgegaan.”

Toch ziet dr. Vos niet de moderne theologie als oorzaak van de leegloop. „Het verval is van binnenuit gekomen. De interne twisten in de kerk sinds de negentiende eeuw hebben een desastreuze invloed gehad op de kerk. Er werd gezegd dat het om de waarheid ging, maar de waarheid kan toch niet mijn of jouw waarheid zijn?”

In Vos leefde de concentratie op de waarheid op. „Dat werd mijn passie. Alleen als je de waarheid ontdekt, hoor je ergens bij. Dan kun je met hart en ziel christen zijn. Dat is wat anders dan dat je bij een traditie hoort, want dan ben je lid van een groep of club. Het is met het postmodernisme nog erger geworden. Men redeneert: als ik iets vind, is het goed.”

Middeleeuwen

Vos ging op zoek naar „systematische waarheid”, om steeds dieper door te dringen in de christelijke traditie. Zo kwam hij terecht bij de middeleeuwen, als de periode waarin de christelijke doordenking van het geloof haar voorlopige hoogtepunt bereikte. Vos werd een kenner van theologen als Anselmus en Bonaventura, totdat hij terechtkwam bij Duns Scotus en „toen was ik verloren.” Hij wijdde tal van studies aan deze „zeer grote” middeleeuwse denker.

De middeleeuwers waren geen theoretische theologen, maar zoekers met een wetenschappelijke passie, gedreven vanuit de hoop, aldus Vos. „Zij waren mensen die op zoek waren naar wat er met hun leven moest gebeuren. Zij kwamen met vragen. De middeleeuwse theologie is opgezet vanuit de vraag, de quaestio, en dat was niet de vraag van de docenten maar van de studenten. Zij wilden ontdekken hoe het christelijk geloof houdbaar kon zijn. Waarheid stoelt op openbaring, maar uiteindelijk rust het hele gebouw op de kribbe van Bethlehem. Het gaat in kerk en theologie om Jezus als Persoon, Die staat als de Ene tegenover allen, ook soms tegenover Zijn eigen volgelingen.”

De middeleeuwse scholastiek is zowel theocentrisch als christocentrisch, zo stelt Vos. „Anselmus ging in zijn ”Proslogion” in op de godsleer, wat God wezenlijk is, maar in ”Cur Deus homo” beschrijft hij het handelen van God, en dat is Jezus Christus. Jezus is met innerlijke ontferming bewogen, dat is voor mij de kern van het christendom. De barmhartigheid gaat dieper dan de liefde. De liefde zonder de barmhartigheid sluit zich gemakkelijk op in haar eigen kringetje, maar de barmhartige staat in vuur en vlam voor de naaste.”

Vernieuwing

Juist vanuit deze existentiële zoektocht is er volgens Vos een vernieuwing van theologie en van het denken gekomen, zelfs een ongekende culturele dynamiek. „Deze dynamiek kwam van de armoede-ordes, de evangelicalen uit de middeleeuwen. Zij paarden diepe vroomheid met geweldige wetenschappelijkheid. Die lijn is doorgegaan naar de Reformatie, waar de vernieuwing gedemocratiseerd is.”

De middeleeuwers waren waarheidszoekers, maar waren tegelijkertijd bescheiden over hun prestaties. Zij waren doorgaans kloosterlingen die uren per dag biddend en zingend in het klooster doorbrachten. „De waarheid moet je ontdekken en is niet te claimen. De grond van de waarheid is alleen het woord van Jezus: Ik ben de waarheid. Het christelijk geloof richt zich op ontdekte waarheid. Dat maakt je enerzijds kritisch over alles wat daarvan afwijkt, maar anderzijds ontspannen, want je weet: dit is de waarheid. Er is existentieel gezien maar één waarheid, dat is God. De kerk heeft er zo lang over gedaan om dat alles in systematische vorm te gieten omdat er geen begrippen voorhanden waren om die te verwoorden. Ze moest die zelf ontwerpen.”

Vos erkent dat de scholastiek soms een slechte naam heeft. Hij ziet deze negatieve houding vooral bij de reformatorische kerken na de Tweede Wereldoorlog en bij de bevindelijke richting. „Letterlijk vertaald betekent ”schola” echter gewoon ”school”, en ”scholastiek” betekent dan ”wetenschappelijk”. Scholastieke theologie is dus wetenschappelijke theologie. Geloof stoelt op bekering, maar theologie is cultuur. Theologie en de taal en begrippen die je nodig hebt, krijg je niet geopenbaard. Het zoeken naar begrippen om de incarnatie, de drie-eenheid en andere openbaringsbegrippen te verwoorden, heeft juist tot vernieuwing van het denken geleid. Het fideïsme (geloof heeft meer gezag dan de rede, KvdZ) lijkt wel vroom, gelovig, maar is eigenlijk goddeloos want het kleineert God.”

Met het theologisch onderwijs in Nederland is het niet best gesteld, vindt dr. Vos, die nog elke zondag preekt. „De universiteit is geen wetenschappelijke instelling meer. Alles moet vooral opgeleukt worden. Alleen de begaafden stromen door naar een masteropleiding. De grote groep bachelorstudenten wordt niet meer getraind. Je moet in studenten investeren. Als je dat niet doet, is dat vooral voor de theologie een ramp. Je kunt dan wel predikant worden, maar dat is wat anders dan dat je de theologische materie beheerst.”


Levensloop

Antonie (Antoon) Vos werd geboren op 10 juni 1944 in Drongelen (NB). Na theologische en wijsgerige studies in Utrecht doceerde Vos van 1967 tot 1984 taalfilosofie en kennistheorie, godsdienstwijsbegeerte en geschiedenis van de middeleeuwse wijsbegeerte in de vakgroep godsdienstwijsbegeerte en ethiek van de theologische faculteit van de Universiteit Utrecht. In 1967 werd hij assistent bij de Utrechtse godsdienstwijsgeer Vincent Brümmer. In 1981 promoveerde hij in Utrecht op het godsdienstwijsgerige proefschrift ”Kennis en noodzakelijkheid”.

Van 1984 tot de zomer van 2009 doceerde dr. Vos systematische theologie, symboliek en kerkgeschiedenis in de afdeling systematische en praktische theologie. Hij stichtte er ook de onderzoeksgroepen John Duns Scotus en Reformed Scholasticism.

Vanaf het voorjaar van 2008 is hij als onderzoekshoogleraar in deeltijd voor Post-Reformation Studies aan de Evangelische Theologische Faculteit in Heverlee/Leuven (België) verbonden. Op 3 september spreekt hij zijn oratie ”Solus Christus” (Christus alleen) uit.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek