Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Met de haren erbij gesleept

 DS. HUIJGEN ...God heeft Zich in Zijn wérken willen aanpassen aan mensen... Foto RD

DS. HUIJGEN ...God heeft Zich in Zijn wérken willen aanpassen aan mensen... Foto RD

Augustinus, Calvijn, Kuyper. Hun namen worden in het huidige debat rond schepping en evolutie veelvuldig genoemd – soms zelfs als zouden zij zo ongeveer evolutionisten avant la lettre zijn geweest. Terecht? In een zes­delige serie laten vijf kenners hun licht schijnen over achtereenvolgens Aurelius Augustinus, Johannes Calvijn, Gisbertus Voetius, Abraham Kuyper en Benjamin Breckinridge Warfield.
Vandaag deel 2: drs. A. Huijgen over Johannes Calvijn.
GENEMUIDEN – Ook Johannes Calvijn liet al ruimte voor een „niet-letterlijke interpretatie” van het Bijbelboek Genesis, zei EO-programmamaker Andries Knevel zaterdag in deze krant – en hij was hierin de eerste niet. Drs. A. Huijgen pleit voor „historische eerlijkheid.”

„Wat je vandaag ziet”, constateert de predikant van de christelijke gereformeerde kerk in Genemuiden, „is dat Calvijn, Augustinus, soms met de haren gesleept worden bij een discussie waarvan zij zelf geen weet hebben gehad. De vraag ”schepping of evolutie?” speelde in Calvijns tijd niet! Dus kunnen we ons anno 2009 niet zomaar op hem beroepen – evolutionisten niet, en creationisten ook niet.”

Ds. Huijgen: „Calvijn kreeg juist te maken met een tegenwerping van de andere kant: waarom heeft God zo láng over Zijn schepping gedaan, zes hele dagen? In dat verband merkt hij op dat God, „willende Zijn werken regelen naar de bevatting der mensen, een tijdvak van zes dagen voor zich genomen” heeft. God had het ook sneller, of anders, gekund.

Overigens”, zegt de predikant, „Calvijn schrijft, in zijn commentaar op Genesis 1:5, dus niet dat God Zich in Zijn wóórden heeft aangepast aan de bevatting der mensen. Nee, Hij heeft Zijn wérken willen regelen naar de bevatting der mensen. Calvijn ziet de dagen wel degelijk als dagen.”

Accommodatieleer

Dat God Zich in de Bijbel soms aanpast aan „de bevatting der mensen” staat wel bekend als Calvijns accommodatieleer. In de ogen van een auteur als de geëmeriteerde geoloog Davis Young (Calvin College, Grand Rapids) biedt deze ‘leer’ aanknopingspunten, principes, om om te gaan met Bijbelteksten die in strijd lijken te zijn met de bevindingen van, bijvoorbeeld, de hedendaagse geologie.

Calvijns accommodatietheorie vormt het thema van het promotieonderzoek waarmee ds. Huijgen zich bezighoudt. Deze ontwaart „interessante historische parallellen” ten opzichte van het huidige debat. „In de zeventiende eeuw beriepen de cartesianen, volgelingen van de filosoof Descartes, zich óók al op Calvijns accommodatieleer. Toen ging het niet om evolutionisme, maar onder andere om de vraag of de aarde al dan niet om de zon draait. Voor de voetianen was het bepaald pijnlijk dat Calvijn op deze manier tegen hen in stelling werd gebracht.”

Kwetsbaar

Maar leent Calvijns accommodatieleer zich hier dan toch voor? „Enerzijds”, zegt ds. Huijgen, „moeten mensen als Davis Young –ik heb zijn boek ”John Calvin and the natural world” hier liggen– toegeven dat ze Calvijns accommodatieleer veel breder toepassen dan hij dat zelf deed. En het lijkt mij dan correcter dat je zegt: Dit is mijn gebruik van het accommodatiebegrip – en je Calvijn niet als getuige, maar als inspiratiebron noemt.

Vervolgens moet je denk ik zeggen dat de accommodatietheorie wel heel kwetsbaar is. Want wie bepaalt waarin God Zich aan ons heeft aangepast en waarin niet?

Davis Young”, zegt ds. Huijgen, „lost dit op door te stellen dat in de evolutiekwestie de scopus, de eigenlijke boodschap van de Schrift, niet in geding is. Die scopus is volgens Young religieus en ethisch van aard. Historisch aardig is trouwens dat men zich ook in de zeventiende eeuw al op dit scopusbegrip beriep.”

„Maar nogmaals”, zegt de Genemuider predikant, „wie bepaalt dan wat de eigenlijke boodschap van de Schrift is? Dreigt niet het gevaar dat je van alles wat je in de Bijbel niet bevalt, gaat zeggen dat God Zich hierin aan ons heeft aangepast? Hoe dan ook: Laten we snelle claims over Calvijn in de huidige discussie maar achterwege laten.”


Uitspraken

„Hier wordt openlijk de dwaling weerlegd, van hen, die zeggen, dat de wereld op een enkel ogenblik is geschapen” (commentaar op Gen. 1:5; mogelijk keert Calvijn zich hier ook tegen Augustinus).

„Maar ik twijfel er niet aan of God heeft in zes dagen de wereld geschapen en op de zevende dag gerust, opdat Hij een bewijs zou geven van de opperste volmaaktheid van Zijn werken; en dat Hij zo, terwijl Hij Zichzelf als een voorbeeld ter navolging voorstelt, aangeeft dat Hij de Zijnen roept tot het ware einddoel der gelukzaligheid” (commentaar op Ex. 20:8-11, het vierde gebod).

„En wij moeten ons niet laten beïnvloeden door die onheilige spotternij, welke zegt, dat men zich moet afvragen, waarom het God niet eerder in de zin gekomen is om hemel en aarde te scheppen, maar waarom Hij, werkeloos, een zo onmetelijke tijdsruimte heeft laten voorbijgaan, voordat Hij deed, wat Hij vele duizenden jaren eerder had kunnen doen, daar de levensduur van de wereld, die reeds neigt tot haar einde, nog niet zesduizend jaren bereikt heeft” (Institutie, I, XIV, 1).

Maandag deel 3.


Lees ook: Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek