De Protestantse Kerk heeft dinsdag drie rapporten vrijgegeven die op de voorjaarssynode behandeld zullen worden. Het beleidsplan van de Dienstenorganisatie voor de komende jaren is een van die rapporten.
In dit conceptplan wordt, volgens de kerk, een aantal strategische keuzes gemaakt. Zo wil de PKN de komende jaren inzetten op missionair werk, op jeugd en jongeren en op een doordenking van het vrijwilligersbeleid.
Wat het jongerenwerk betreft zullen JOP en HGJB meer gaan samenwerken op die terreinen waar dat mogelijk is.
Doordat het aantal beschikbare beroepskrachten in veel gemeenten afneemt, moeten steeds meer taken door vrijwilligers worden gedaan. Doordat tegelijkertijd het aantal vrijwilligers en hun beschikbaarheid afneemt, wordt de druk op deze vrijwilligers, ook voor de uitvoering van het bovenplaatselijk werk, steeds groter, zo constateert het beleidsplan. „In de dienstverlening zal daarom het accent meer gelegd worden op het werven en toerusten van vrijwilligers. Daarvoor wordt onder meer een coördinator vrijwilligersbeleid ingezet.”
Financiën
Hoewel in het beleidsplan wordt gesteld dat het sinds 2005 goed gaat met het financiële beleid van de Protestantse Kerk, wordt wel een aantal slagen om de arm gehouden voor de toekomst. Zo wordt door het moderamen en het bestuur van de Dienstenorganisatie gesproken over een crisisscenario waarop de kerk kan terugvallen als blijkt dat de recessie van grote invloed is op de inkomsten van de kerk of bij een „dramatische val van de kerkelijke betrokkenheid.” Wat zo’n crisisplan concreet betekent, is niet duidelijk. Maar in het beleidsplan wordt wel gesteld dat in zo’n geval „forse ingrepen” niet uit de weg worden gegaan.
Voor wat betreft het hoofdkantoor van de Protestantse Kerk in Utrecht, het Protestants Landelijk Dienstencentrum (PLD), verwacht de kerk op termijn door allerlei ontwikkelingen „forse leegstand.” Als de leiding van de kerk er niet in slaagt huurders te vinden, zal omgezien worden naar een andere „meer passende” locatie als hoofdkantoor voor de PKN, zo meldt het beleidsplan.
Solidariteit
De stuurgroep Werk in de wijngaard, onder leiding van oud-minister C. Veerman, heeft zijn definitieve rapport, onder de titel ”De hand aan de ploeg”, aangeboden aan het moderamen van de Protestantse Kerk. In het rapport, waarover de aprilsynode die gehouden wordt in Lunteren een finale beslissing moet nemen, worden op negen hoofdlijnen voorstellen gedaan die richting bieden aan volgens de stuurgroep noodzakelijke veranderingsprocessen.
Het gaat dan om steun die gemeenten elkaar verlenen, loopbaanontwikkeling van de predikant, samenwerkingsverbanden van predikanten en kerkelijk werkers, begeleiding van de samenwerkingsverbanden en de positie van kerkelijk werkers.
Opvallend is dat in het rapport wordt voorgesteld om, ter verhoging van de onderlinge solidariteit tussen gemeenten, de bijdrage voor de solidariteitskas per belijdend lid te verhogen van 5 naar 10 euro. Daardoor komt een bedrag van 7 miljoen euro beschikbaar voor steun aan gemeenten. Van dat bedrag zal een half miljoen gaan naar gemeenten „die actief de lutherse traditie willen bewaren.”
Ook moeten er volgens het rapport drie traktementschalen komen voor de bezoldiging van predikanten.
Met betrekking tot kerkelijk werkers wordt in het rapport voorgesteld hun positie duidelijk af te bakenen. In bijzondere omstandigheden kan een kerkelijk werker met een afgeronde hbo-opleiding theologie worden toegelaten tot het ambt van predikant na geschiktheidsbeoordeling en aanvullende opleiding.
In een notitie over categoriaal pastoraat wordt de synode voorgesteld om te komen tot veranderingen in het studentenpastoraat. Zo is het de bedoeling de studentenpastores, die nu verbonden zijn aan plaatselijke gemeenten, duidelijker te verbinden aan de landelijke kerk ter verhoging van hun flexibiliteit.