Op de agenda van de kerkvergadering stond vrijdag het rapport ”De hand aan de ploeg”. Daarin schetst de stuurgroep Werk in de wijngaard, onder leiding van oud-minister C. Veerman, negen hoofdlijnen van toekomstig beleid. Hij doet daarin voorstellen over onder meer loopbaanontwikkeling van de predikant, samenwerkingsverbanden van predikanten en kerkelijk werkers en de positie van kerkelijk werkers.
„We moeten ons eerlijk realiseren dat dit rapport voortkomt uit een voortgaande afkalving van de gemeenten”, zei dr. Visser. Toch kunnen de noodzakelijke voorstellen van de stuurgroep volgens hem ook leiden tot verdere afkalving. „Is het niet denkbaar dat de ambtelijke herverkaveling en specialistische professionalisering tot ongewenst effect kan hebben dat het ambt van predikant steeds meer onder druk komt te staan?”
De kerk moet voorkomen dat het ambt van predikant verzakelijkt, aldus dr. Visser. „Het is niet de bedoeling dat de schapen ons steeds minder eigen worden en we van herder huurling worden. Of, gewoon gezegd, dat er op een sluipende manier afstand ontstaat tussen predikant en gemeente.” Hij pleitte voor een goed onderbouwde visie op de verhouding tussen ambt en professionalisering.
Voorafgaand aan de bespreking door de synode benadrukte scriba dr. A. J. Plaisier dat het rapport niet bedoeld is om de kerk op haar kop te zetten. „De voorstellen beogen de samenwerking en kwaliteit van het werk van predikanten en kerkelijk werkers te vergroten. Een predikant blijft Verbi Divini minister, dienaar van het Goddelijk Woord, verbonden aan de plaatselijke kerk en aan de Protestantse Kerk.”
Dr. Veerman gaf aan dat het rapport de grote lijnen weergeeft. De details kunnen in de praktijk worden ingevuld. „Het gaat erom dat we koers kiezen.”
Volgens ouderling S. Hiebsch (Amsterdam) van de commissie van rapport, die de voorstellen heeft bestudeerd, is het onduidelijk op welk niveau de kerkelijk werker moet worden bijgeschoold om predikant-vicaris te worden. „Als het om hbo-niveau gaat, wordt daarmee gezegd dat zes jaar academische studie gelijk is aan vier jaar hbo-studie en bijscholing op dit niveau. Het is onmogelijk en vanuit de kerkorde onaanvaardbaar dat iemand met een dergelijke opleiding de titel predikant krijgt.”
Ze adviseerde de synode nog geen besluit te nemen over de loopbaanontwikkeling van predikanten. Volgens de commissie van rapport zijn er nog te veel onduidelijkheden over het traktement van predikanten, de samenwerking tussen predikanten en kerkelijk werkers, studieverlof en permanente educatie. „Dat is niet op te lossen door te zeggen dat het allemaal nog onderzocht moet worden.”
De afgelopen weken klonk vanuit de kerk kritiek op de aanbevelingen in het rapport. Zo schreven 54 jonge predikanten en theologen eerder deze maand in een brief aan het moderamen van de generale synode dat de voorstellen van de commissie-Veerman om het predikantschap aantrekkelijker te maken, niet het beoogde effect zullen hebben. De aantrekkelijkheid van het ambt ligt volgens hen niet in de voorgestelde loopbaanontwikkeling of specialisatie, maar in het werk zelf: de dienst van het Woord.