Prof. Paul voerde een pleidooi voor het letterlijk lezen van de eerste hoofdstukken van Genesis 1. Hij noemde de methode van theologen om Genesis 1-3 en andere Bijbelgedeelten zo ruim mogelijk op te vatten totdat er enige onderdelen van de evolutiezienswijze in passen, een moeilijke en zeer omstreden werkwijze. Hij wilde liever wat er staat accepteren als Gods openbaring.
De hoogleraar zei verder vast te willen houden aan de klassieke opvatting dat de aarde in zes dagen geschapen is en dat de wereld ongeveer 6000 jaar bestaat. Hij voerde aan dat deze opvatting van de kerkvaders tot in de achttiende eeuw de standaardopvatting is geweest.
Ook Jezus aanvaardde, aldus prof. Paul, Genesis 1-3 als een historische werkelijkheid. Jezus sprak onder andere over „het begin van de schepping.” Hetzelfde was gebruikelijk in het jodendom van die tijd. Ook de apostelen gingen uit van een gelijktijdigheid van schepping en mensheid.
Prof. Paul: „Laat het begin van Genesis om allerlei redenen omstreden zijn, voor christenen behoren de nieuwtestamentische aanhalingen gezag te hebben, niet slechts als een latere interpretatie, maar vooral als een gezaghebbend getuigenis.”
Prof. Paul vreest dat steeds meer onderdelen van de evolutieleer ingepast gaan worden in het christelijk denken. Hij noemde in dit verband onder andere de namen van prof. dr. G. van den Brink, dr. S. Paas, prof. dr. A. van de Beek, René Fransen en prof. dr. W. J. Ouweneel.
De hoogleraar vreest dat de nieuwe manier van denken een opstapje vormt naar een andere opvatting over de inspiratie van de Bijbel. „De keuze om Genesis 1 te beschouwen als het product van menselijk nadenken over de schepping heeft ingrijpende consequenties voor andere terreinen van de theologie, zoals de exegese. De opvattingen over de schepping, zoals in Genesis 1-3 beschreven, vormen een fundament. Wie het fundament verandert, zal moeten beseffen dat het hierop gebouwde huis nooit hetzelfde kan blijven.”
Wat prof. Paul betreft verdient het wetenschappelijke creationisme veel meer aandacht in Nederland dan het op dit moment krijgt. Vooral voor theologen vindt hij het van belang om er kennis van te nemen, omdat er fundamentele zaken in het geding zijn. „Meer kennis ervan zou een gezond tegenwicht bieden tegen het al te snelle accepteren van onderdelen van de evolutietheorie.”
In zijn openingwoord zette de plaatselijke predikant, ds. O. Bottenbley, uiteen dat het congres georganiseerd is omdat velen aan het wankelen worden gebracht door een eenzijdig beeld. De voorganger was duidelijk. „Er is geen aanleiding om de strijd tegen de evolutietheorie te staken. Kerk en evolutietheorie zijn onverenigbaar.”
De Britse creationist Philip Bell verzette zich tegen de theïstische evolutie, die geloof en evolutie wil verenigen. „Die theorie houdt in dat het God na miljoenen pogingen lukte om een dier te maken. Hij gebruikte dan wel een zeer inefficiënte methode om zijn doel te bereiken. Het gaat hier om een god met een kleine g.”
Drs. T. Zoutewelle, voorzitter van Creaton, voerde een pleidooi om het in het wetenschappelijke debat niet te laten afweten. De christelijke geoloog wees verder op de grote betekenis die de zondvloed heeft gehad op de vorming van aardlagen.