Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Kaarsen zijn uit; religie blijft

 NEW YORK - Dr. Tony Carnes voor de herdenkingsmuur in Manhattan. „De aanslagen hebben een nieuwe moraal tot gevolg gehad.” - Foto RD
 1 van 2  

NEW YORK - Dr. Tony Carnes voor de herdenkingsmuur in Manhattan. „De aanslagen hebben een nieuwe moraal tot gevolg gehad.” - Foto RD

NEW YORK - De aanslagen op het World Trade Center dreunen nog steeds na in de New Yorkse kerken. Hebben ze geleid tot een grotere openheid voor godsdienst? Dr. Tony Carnes, redacteur van het tijdschrift Christianity Today en verbonden aan het Institute for Social Changes, en ds. Jan Kirk Vanderswaagh, predikant van een gereformeerde kerk in Manhattan, zien een nieuwe openheid voor het religieuze en daarmee belangrijke kansen voor de kerk.

Aan Union Square in Manhattan mogen voorbijgangers op pamfletten hun persoonlijke reactie geven op de aanslagen van 11 september. Ze hechten die aan een speciaal hiervoor opgerichte herdenkingsmuur. De A4’tjes leggen getuigenis af van het grote leed dat de New Yorkers in luttele uren tijd overkwam. Bijna 3000 stedelingen lieten het leven.

Tony Carnes stelt voor bij deze muur een foto te maken. Het spreekt hem aan, deze persoonlijk getinte reacties. De 11e september heeft een nieuwe moraliteit gebracht, zegt hij. „God maakte eerder geen deel uit van het dagelijkse leven, maar nu wel. Het kerkbezoek is weliswaar weer teruggezakt, maar is nog altijd hoger dan voor 11 september. Ook opiniepeilingen laten zien dat het geloof in God na de aanslagen sterker is geworden. Opvallend is verder het sterk toegenomen geloof in de duivel. Mensen hebben weer het besef dat er een kwade macht in de wereld is. Ook dat zie ik als een teken van een grotere religiositeit.”

Carnes wijst daarnaast op de toegenomen betekenis van Bush als geestelijk leider. „Hij is een van de meest significante religieuze leiders geworden. De manier waarop hij God openlijk aanriep in het publieke leven, was opmerkelijk. De aanslagen hebben zijn geloof verdiept. Bush is er voor zichzelf ook van overtuigd dat God hem op het presidentschap heeft voorbereid om dit mee te maken.”

Dat er meer ruimte is gekomen voor het religieuze, zien we, zegt Carnes, „niet alleen in de komst van Bush en zijn ”faith based” regeringsprogramma. Ook zijn rivaal Al Gore, al was die liberaler, stond open voor het godsdienstige. Religie is weer terug in het publieke domein, al moet er nog veel gebeuren op het terrein van de inlichtingendiensten en de media.”

Carnes beschouwt New York zelfs als de „meest religieuze stad” in Amerika, wat hij vóór de aanslagen ook al deed. Oorzaak daarvan is volgens hem de komst van vele immigranten. „Meer dan 50 procent van de Aziatische immigranten is christelijk, en ook de meeste Arabieren zijn dat. Samen met de vele Spaanssprekenden (hispanics), die overwegend evangelicaal of rooms-katholiek zijn, maken ze New York tot een zeer religieuze stad.”

New York was in de jaren zeventig een gevaarlijke plek, herinnert Carnes zich, „economisch ziek ook. Kerken stortten compleet in. Ze waren op een nulpunt geraakt. Nu vormen ze echter groeiende en dynamische instellingen. Die tendens heeft zich na 11 september versterkt.”

Opmerkelijk zijn, aldus de redacteur, ook de netwerken die de kerken sindsdien hebben opgezet. „De sociale uitwerking die ze hebben op New York is het duidelijkste gevolg van de aanslagen. Toen de torens van het WTC vielen, gingen de kerken voor iedereen open. Mensen vonden er rust en troost. Het antwoord van de kerken is verre van volmaakt, maar er is zeker een goed begin gemaakt.”

Ds. J. K. Vanderswaagh valt Carnes bij in diens positieve waardering van de veranderingen. Hij is predikant van de Neighborhood Church of Greenwich Village, een wijk in Lower Manhattan, en verbonden aan The Conservative Congregational Christian Conference, een groep kerken die zich baseert op de Westminster Confessie. „Ik wil die veranderingen niet te snel afschrijven omdat er voor het oog geen algemene bekering tot God te zien valt en Christus niet het onderwerp is van gesprek.”

Wat de predikant trof, direct na de aanslagen, was het aansteken van vele kaarsen op de straathoeken. „Mensen wilden daarmee uitdrukken dat ze geloven dat er een hoger Wezen is, dat boven onze nu uitermate wankel gebleken werkelijkheid bestaat. Onze buurt is erg seculier en los van het religieuze. Godsdienst en geloof worden negatief benaderd. Ze hebben alleen waarde als ze hun relevantie tonen op het vlak van advisering en therapie. Een jaar na dato zijn de kaarsen uitgedoofd en veel zichtbare uitingen verdwenen, maar de openheid voor een geestelijk gesprek is gebleven en zelfs groter geworden. Ik merk dat bij mensen die hier binnen lopen. Was er voorheen geen enkele mogelijkheid om met hen over godsdienst te spreken, nu identificeren ze deze gesprekken met het bestaan van de kerk.”

In Manhattan, dat de inwoners van New York volgens hem als de eigenlijke stad beschouwen -„We gaan naar de stad”-, ziet ds. Vanderswaagh een voorbeeld van Gods algemene genade. „Manhattan is levendig, vol van beweging en creativiteit, en kent een enorme diversiteit aan mensen. Het is een blijk van Gods schepping. Ik zie er iets in van de schittering van Gods algemene genade. God werkt in de wereld door de vele structuren en culturen en toont daarmee iets van Zijn scheppende kracht.”

Maar is Manhattan ook niet het prototype van God-loze macht, geld en succes? Ds. Vanderswaagh erkent het ten volle. „De macht van het geld en de secularisatie zijn ook groot. Toch blijf ik in dit alles het bijbelse perspectief zien van de mens als beeld van God. Het Word Trade Center is zeker een symbool van macht, maar niet van de toren van Babel. Vreselijk is het om te zien hoeveel mensen daar werkten voor wie God geen enkele betekenis had. Maar aan de andere kant lieten de Twin Towers iets zien van de grootsheid van de schepping en van de creativiteit van mensen.”

New York vertoont een uitermate complex beeld, zegt de predikant. „Twee straten van onze kerk verwijderd zien we de schaduwzijde van het menselijk leven: een sfeer van pornografie, homoseksualiteit en misdaad. Maar vijftien straten verderop staat het Metropolitan Museum, waar Gods schepping is te bewonderen. Dat is de gespletenheid van het menselijk leven, juist ook in New York.”

Dit is het eerste artikel in een serie van vier over kerken in New York na de aanslagen van 11 september 2001.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek