Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

„In deze tijd is zekerheid verdacht”

 Het laatste Calvijndebat in Enschede. - Foto Ruben Meijerink

Het laatste Calvijndebat in Enschede. - Foto Ruben Meijerink

ENSCHEDE – Een twijfelende Calvijn, dat werd door bijna alle sprekers ontkend. Maar twijfels bij zijn leer, die waren er wel, dinsdag aan de Universiteit Twente.
Op de mede door het Reformatorisch Dagblad belegde debatavond over ”De twijfelende Calvijn” kozen vier sprekers onder leiding van debatleider prof. dr. H. J. Selderhuis voor de volle zaal snel positie.

Dr. J. van Eck, emeritus legerpredikant binnen de Protestantse Kerk in Nederland, ziet geen twijfelende Calvijn. De reformator sprak frank en vrij over de verkiezing. Twijfel kwam volgens dr. Van Eck toen „men in de weergave van de Schrift woordjes als ”ons”, ”jullie” en ”jij” door ”uitverkorenen” of, op het eerste gehoor iets milder maar even funest, door ”Gods kinderen” is gaan vervangen. Dan rijst onmiddellijk de vraag: „Maar wie zijn dat dan?” Waarna er weinig anders opzit dan die kinderen te gaan beschrijven in de hoop dat men er in het onrustige mensenhart iets van herkennen zal. En daar dobberen we dan, zonder houvast, op het klotsen der zielewateren.”

Neerlandicus dr. H. Werkman ging het imago van Calvijn in de letteren na.

Emeritus hoogleraar massacommunicatie en vrijzinnig theoloog dr. A. van der Meiden sprak over de reinigende werking van de twijfel.

Ds. C. J. Meeuse, predikant in de Gereformeerde Gemeenten, was het daar niet mee eens. „Het is onze tijdgeest eigen om zekerheid verdacht te maken. Wie zich niet zo thuis voelt bij Calvijn, zal eerder spreken over zijn twijfels bij Calvijn dan over de twijfelende Calvijn.”

De discussie na de introductie van de sprekers werd gedomineerd door dr. Van der Meiden en ds. Meeuse en spitste zich toe op het toestaan van twijfel in het geloof. Van der Meiden tegen de Zeeuwse predikant: „U koppelt geloof aan de ene grond, maar u geeft ook aan dat uw interpretatie de enige is. Voor mij is er maar één waarheid, die van de pluriformiteit. Calvijn was als een van de bloemen uit de vaas. De roos en de tulp zuigen echter beide hetzelfde water op.”

Ds. Meeuse kan het relativeren van allerlei overtuigingen „niet meemaken”, al ziet hij wel verschillen tussen diverse theologen van de Reformatie en de Nadere Reformatie. „Maar in de bevindelijkheid, daar zit de eenheid.”

Toen ds. Meeuse een rijtje van theologen noemde zoals Luther, Zwingli, Binning en McCheyne vroeg dr. Van der Meiden of ook Thomas a Kempis erbij hoort. Ds. Meeuse knikte bevestigend. Alsof hij de vraag had zien aankomen, viste hij uit een stapel A4’tjes voor zich een citaat van de Bernardus van Clairvaux die hij terugvond in de ”Institutie” van Calvijn. „Ook hij hoort erbij.”

Twijfelen in het geloof: voor dr. Van der Meiden zit dat in „het geloofgenenstelsel. Iedereen overkomt wel eens grote twijfel.” Ds. Meeuse wierp op dat het geloof –„de kennis van God die ook ervaren wordt”– bestreden kan worden, maar daarom nog niet met het geloof vereenzelvigd mag worden.

Dr. Werkman gaf aan dat hij niet van de „school van het openbaringskarakter van Calvijn” kwam, maar van die die getuigen neerzet bij het geloof. „Ik voel me verwant met Nathanaël, die Jezus niet zag zitten, maar Hij hem wel. En met Thomas, aan wie gevraagd wordt te komen en te voelen.” Om vervolgens eraan toe te voegen te spreken naar prof. Selderhuis’ Calvijnbiografie. Bijna alle sprekers vroegen deze impliciete goedkeuring, maar Selderhuis reageerde afwerend glimlachend of vroeg zich af of de spreker met zijn fiat geholpen was.

Dr. Van Eck startte vanuit een andere positie: „Ik ben niet zo door de twijfel of ik er wel of niet bij hoor bevangen geweest. Maar het raakt me wel diep. Als we in de achttiende eeuw het theologische debacle van het subjectiveren van het geloof niet hadden gehad, was mensen, die me erg lief zijn, veel bespaard geweest.”

De predikant waardeerde de bescheidenheid in Calvijn. „God heeft wel greep op ons, maar wij niet op God. Daar kan ik veel van leren.”

„Maar het decretum horribile blijf ik een verschrikkelijke these vinden”, hield dr. Van der Meiden vast. Hij kon er niet bij dat de genade een rationeel sluitend leerstuk moet worden, zodat mensen van eeuwigheid verkoren of verworpen zijn.

Ds. Meeuse gaf aan dat het decretum staat of valt met het geloof in de Schrift en „een soeverein God waarvoor we moeten buigen.” De verkiezing en verwerping zijn voor hem geen fatalisme maar zijn bedoeld om zondaars tot bekering te roepen.

Vanuit de zaal klonk instemming. „De dubbele predestinatie is een trooststuk.”

Dr. Van der Meiden: „Ik word altijd weer getroffen door deze stelligheid van Bijbelse uitspraken. Staat er bijvoorbeeld: Jakob heb Ik van eeuwigheid voor de tijd uitverkoren? Mag ik ook twijfelen? En daarin troost vinden?”

Vanuit de zaal: „Dan hebt u een valse troost.”

Dr. Van der Meiden sloeg met zijn vuist op zijn andere, geopende hand. „Alles wat hier gezegd wordt, is exclusiviteit.”


Lees ook: Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Gerelateerde artikelen
    13-05-2010 Laatste Calvijndebat, Enschede
    De laatste van vier Calvijndebatten werd dinsdagavond in Enschede gehouden. Het onderwerp was de twijfelende Calvijn.
    Meer uit deze rubriek