DOORN – De Protestantse Theologische Universiteit belegde gisteren in Doorn een studiedag over Israël en de vervangingstheologie, de gedachte dat de kerk in de plaats van Israël is gekomen. Prof. dr. B. Reitsma: „Uitgangspunt voor de verbondenheid met Israël is de persoon van Jezus Christus.” Foto RD, Henk Visscher
Dr. Veldhuis zegt niet een variant van vervangingstheologie te willen verdedigen; wel het „huidige taboe” van vervangingstheologie te doorbreken. Nodig is volgens hem een herbezinning op de eigen christelijke identiteit ten opzichte van het Jodendom. „Want met Gods openbaring in Jezus Christus is er hoe dan ook wel iets ingrijpends gebeurd, een revolutie in geloven en denken, waardoor het christendom meer is dan zomaar een variatie van het Jodendom. Christus is meer dan een handtekening onder het Oude Testament, zoals dr. H. Vreekamp onlangs schreef.”
Vervullingstheologie
Dr. Veldhuis spreekt liever over „vervullingstheologie”: het Joodse huis is een open huis geworden, open naar alle volken. „De beloften van God blijven voor heel het Joodse volk eeuwig geldig, maar daardoor heeft dat volk nog geen bijzondere identiteit of kwaliteit. De oudtestamentische profeten hebben dat vaak genoeg duidelijk gemaakt. Zonder geloof is dat volk niet meer dan een etnisch volk zoals andere volken. En voor Paulus zijn ze zelfs niet meer dan „verwanten naar het vlees”, omdat ze weliswaar Joods gelovig zijn, maar Christus niet willen aannemen.”
Het geheimenis waar Paulus in Romeinen 12 over spreekt, is dat ook de heidenen mogen delen in de beloften aan Israël, aldus de predikant. Heilshistorisch komt Israël eerst, maar „als kinderen van God zijn christenen uit de Joden Hem evenveel waard als uit de heidenen; beiden mogen horen tot het nieuwe Israël. Er is geen rangorde.”
Dr. Veldhuis pleit niet voor de afschaffing van artikel I-7 van de kerkorde van de Protestantse Kerk, waar de onopgeefbare verbondenheid met Israël wordt beleden. „Daarmee geven we een verkeerd en onbegrijpelijk signaal richting de Joodse gemeenschap. Maar ik pleit wel voor nuancering en nadere uitleg.”
De kerk is volgens hem alleen „volgroeid” met de christen-Joden. „Met hen zijn we onopgeefbaar en wederzijds verbonden op grond van de Schriften.”
Met niet-Messiasbelijdende Joden zijn christenen onopgeefbaar verbonden op grond van het Oude Testament, aldus dr. Veldhuis. Kerk en synagoge zijn volgens hem twee verschillende voortzettingen vanuit het Oude Testament. „De kerk kan dan spreken van vervulling - wat nog wat anders is dan voltooiing.”
Annexatie
Volgens ds. R. van den Beld, predikant te Bilthoven, heeft Israël historisch gezien „het volste recht te vragen aan de kerk wat er dan allemaal zo nieuw is na de vervulling van de wet door Christus.”
Hij spreekt daarom liever niet over een „theologie van de vervulling”, zoals dr. Veldhuis doet. „Ik aarzel, omdat ook daar weer een gevoel van annexatie te bespeuren valt. Dat wil ik nergens bevorderen. Elke toespeling op de rechtvaardiging van de vervangingstheologie die bij miljoenen christenen voluit leeft, zou ik willen tegengaan.”
Met Miskotte spreekt hij over een „theologie van de aanvulling.” „Steeds vaker denk ik: zouden we de Joden maar niet met rust laten en met Lapide instemmen als hij zegt: „Geen enkele Jood twijfelt er vandaag aan dat Jezus als de Christus, zoals Paulus hem zo overtuigend gepredikt heeft, tot Heiland van de kerk der heidenen geworden is. Maar omdat Jezus van Nazareth Zijn leven lang op aarde een vrome Jood was en geen christen, en nog minder een aanhanger van Paulus, mogen de Joden toch zelf beslissen wat de rabbi uit Galilea voor hen betekent.””
Verbondenheid
De Amsterdamse hoogleraar prof. dr. B. Reitsma ging in op het begrip ”verbondenheid”. Wat volgens hem de discussie moeilijk maakt, is de staat Israël. „Zorg van Arabische christenen is dat verbondenheid met Israël zou inhouden dat als puntje bij paaltje komt wij kiezen voor de staat Israël en tegen de Palestijnen. Dat als Israël zou besluiten de Palestijnen en masse te deporteren, wij niet ingrijpen.”
Uitgangspunt voor de verbondenheid met Israël is, aldus prof. Reitsma, de persoon van Jezus Christus. In Hem komt Israël tot zijn bestemming. Hij is niet de Messias van de heidenen, maar van Israël. „Hij is een Jood uit Israël, geworteld in het Oude Testament en de Joodse traditie van Zijn tijd. Daarbij moet tegelijkertijd wel opgemerkt worden dat hij ook Degene is Die Israël en de gemeente van Christus onoverbrugbaar van elkaar gescheiden houdt.”
Onopgeefbaar verbonden met het volk Israël houdt volgens hem in dat de kerk niet ophoudt te betuigen dat Jezus Christus allereerst de Messias van Israël is. Dat betekent geen onvoorwaardelijke steun aan de staat Israël - „een aards ideaal dat slechts een schaduw is van wat God in Christus heeft gerealiseerd en straks in het Koninkrijk ten volle zal realiseren.”
Het voorstaan van een tweestatenoplossing ligt buiten de roeping van de kerk, aldus prof. Reitsma. „De kerk moet zich niet uitspreken over een staatsvorm of politiek bestel, omdat we daarmee de suggestie wekken dat Christus Zich achter deze visie schaart.”
Unieke relatie
De kerkorde van de Protestantse Kerk spreekt echter nergens over de staat Israël, reageert prof. dr. D. Houtman van de PThU in Kampen. „Alleen over Israël als volk en geloofsgemeenschap.”
„Onopgeefbaar verbonden” betekent volgens haar de aanvaarding dat Joden hun eigen „unieke relatie” met God hebben. „Aanvaardt dat het volk Israël door God is uitgekozen als verbondsvolk en aan wie beloofd is dat ze zouden terugkeren naar het land van hun vaderen, ongeacht hun geloof of ongeloof.”
Gemeenteadviseur drs. Marieke den Braber vindt dat het volk en de staat Israël onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De christologische benadering van prof. Reitsma biedt volgens haar te weinig ruimte voor de eigenheid van het Joodse volk. „Is het een volk als andere volken? Is het niet zo dat juist in het eerstelingschap van Israël de andere volken zijn meegenomen, en dus zonder Israël als volk ook geen christocentrische theologie van de grond kan komen?”
Volgens dr. Drost uit Houten komt Israël niet tot zijn bestemming in Christus, maar dankzij Christus. „Israël blijft Israël - als zelfstandige grootheid, etnisch ook. Dankzij Christus wordt de weg gebaand waarlangs Gods zegen weer ten volle Israël kan bereiken, tot zegen van andere volken. In dat perspectief staan voor mij ook de vervulling van Gods beloften aan het volk Israël, met inbegrip van het wonen in vrede in het land der belofte.”
Wat neemt synodelid mw. ds. Y. Voorhaar straks mee naar de landelijke kerkvergadering in april? „Ik ben blij met de gesprekken over de theologische achtergrond van de onopgeefbare verbondenheid met Israël. De theologische paragraaf van de nota is te mager. En: laten we het evenwicht vasthouden en de Palestijnse christenen niet vergeten.”