Het dagelijks bestuur van de evangelisch-lutherse synode binnen de Protestantse Kerk in Nederland (waarvan de lutheranen sinds 2004 deel uitmaken) heeft Süss inmiddels per brief laten weten „zijn opmerkingen niet acceptabel te vinden.” „De lutheranen waren in eerste instantie nog wel bereid met Süss in gesprek te gaan -wat Luther in zijn laatste werk over de Joden zegt, is verschrikkelijk-, maar de manier waarop Süss te werk gaat, doet de deur dicht en om die reden verbreken zij het contact met Süss.”
De Protestantse Kerk als geheel ondersteunt het standpunt van de evangelisch-lutherse synode, laat PKN-woordvoerder Bert van Rijssen weten. „De berichtgeving over dit onderwerp is herhaaldelijk afgestemd met het moderamen en de persdienst van de Protestantse Kerk.”
Misleiding
Eigenlijk speelt de kwestie, aldus de lutheranen, al sinds 2005, toen Süss aan de faculteit voor protestantse godgeleerdheid in Brussel promoveerde op een onderzoek naar Luther en de joden. Daarbij accepteerde de faculteit zijn dissertatie weliswaar als dissertatie, maar wegens „aanzienlijke bedenkingen” verbood zij dat de studie in de boekhandel zou komen te liggen. Dat leidde, schreef de Kamper hoogleraar prof. dr. H.-M. Kirn in het Lutherbulletin, tot „niet geringe irritatie.” De faculteit werd censurering verweten. In 2006 verscheen bij VU University Press Süss’ -geruchtmakende- boek ”Luthers theologisch testament. Over de Joden en hun leugens”.
De directe aanleiding tot de huidige commotie vormde een zeer kritisch artikel van Süss’ hand in zijn „kerkblaadje”, het gast-huismagazine, van december. Daarin bespreekt de Lutheronderzoeker de recent verschenen bundel ”Martin Luther. Zijn leven, zijn werk” (uitg. Kok, Kampen). In felle bewoordingen richt hij zich op met name de bijdragen van de lutherse emeritus hoogleraar prof. dr. J. P. Boendermaker (82) -zijn vroegere leermeester- „en de zijnen.” Daarbij schuwt hij woorden als „laf” en „misleiding” niet. In Süss’ ogen wordt Luther ook in dit boek weer vergoelijkt.
In zijn artikel stelt de voormalige hervormde predikant, die in 1999 afscheid nam van ambt en kerk en nu actief is binnen de joodse gemeenschap, dat „elke zichzelf respecterende lutherse synode Boendermaker en de zijnen ter verantwoording” zou moeten roepen. „En als ze dat niet uit zichzelf doen, zouden de gereformeerde en hervormde partners in de PKN hierop bij hun lutherse broeders en zusters moeten aandringen.”
Hardnekkig
„Werkelijk schandalig”, noemde ds. I. Fritz, presidente van de evangelisch-lutherse synode, de oproep van Süss eerder deze week. Gisteren maakten de lutheranen bekend het contact met dr. Süss te hebben verbroken.
In hun persverklaring verwijten zij de onderzoeker „meer inhoudelijk” dat zijn proefschrift ”Luther en de Joden” uit 2005 „eenzijdig” is. „Bovendien onderscheidt Süss Luther en de steeds in ontwikkeling zijnde lutherse traditie totaal niet van elkaar. Al in 1983 nam de Lutherse Wereld Federatie, waar de PKN lid van is, met intensieve medewerking van professor Boendermaker, afstand van Luthers geschriften over joden.”
Na drie consultatierondes tussen vertegenwoordigers van de LWF en het Joods Wereldcongres is door de lutherse delegatie in Stockholm (1983) verwoord: „De heftige anti-joodse geschriften van de reformator kunnen we noch waarderen, noch verontschuldigen.”
Daarnaast werd erkend dat de geschriften van Luther zich „tot onze grote spijt” leenden voor misbruik tegen de joden tijdens het nationaal-socialisme. „De lutheranen van deze tijd verwerpen het om alle uitingen van Luther over de joden te accepteren.”
De joodse vertegenwoordiging verklaarde: „Wij zijn ons bewust van het feit dat de nazi’s Luthers anti-judaïsme misbruikt hebben om hun genocide tegen het joodse volk te rechtvaardigen.”
Bovendien verwelkomde zij het engagement van de lutheranen en de belofte dat Luthers geschriften nooit meer gebruikt zouden worden om haat tegen de joden te onderrichten en het joodse volk te verloochenen. „Daarmee begint een nieuw hoofdstuk in de verhoudingen tussen joden en lutheranen.”
In 1984 werden deze verklaringen aangenomen door de zevende assemblee van de Lutherse Wereld Federatie in Boedapest en daarmee door alle bij de LWF aangesloten kerken. Met de toevoeging dat van alle lutherse kerken medewerking gevraagd wordt om de onderlinge verstandhouding verder inhoud te geven en te ontwikkelen. In 2001 werd opnieuw een bijeenkomst tussen joodse en lutherse vertegenwoordigers gehouden om de actuele stand van de relaties te bespreken.
Volgens de synodale commissie blijft dr. Süss echter „via diverse openbare kanalen hardnekkig vasthouden aan zijn stelling dat lutheranen en hun theologen de kwestie uit de weg gaan. Hij gaat daarin zelfs zo ver dat hij prof. Boendermaker, emeritus hoogleraar, met zo veel woorden beschuldigt van bewuste misleiding van zijn lezers en wordt daarbij persoonlijk en beledigend.”
De lutheranen voegen er nog aan toe dat Süss in 1991 ook al een protestantse theoloog, Karl Barth, „stellig als antisemtiet” typeerde. „Daarop is destijds nauwelijks gereageerd.”
Hitler
Desgevraagd zei dr. Süss gisteravond het besluit van het dagelijks bestuur van de evangelisch-lutherse synode „vreselijk jammer” te vinden, „dom ook.” „We komen net terug uit Keulen. Het moest zo zijn, denk ik, maar daar trof ik in Der Spiegel een groot verhaal aan over 1933. Hierin zegt een historicus dat de lutherse traditie de hoofdoorzaak is geweest van Hitlers slagen. Ik vind het onbegrijpelijk dat historici dit inmiddels ruiterlijk durven toegeven en theologen niet.”
Volgens de onderzoeker ligt de hoofdoorzaak van de onrust op dit moment in een e-mailtje dat een lid van een commissie (die een drietal bijeenkomsten rond zijn boek zou voorbereiden) aan alle lutherse synodeleden had gestuurd. „Ik was daar erg door geschokt. En vervolgens heb ik in ons kerkblaadje behoorlijk negatieve kritiek geuit op het nieuwe Lutherboek.”
Is dat laatste niet wat al te eufemistisch uitgedrukt?
„Ik ben nogal heftig van aard. Dit ráákt me ook. U moet weten: mijn hele familie is uitgemoord door de nazi’s. Ik ben dus partijdig.”
U zegt achteraf niet: Dit had toch anders gemoeten?
„Als iets leugenachtig is, moet ik dan gaan zeggen dat het dat niet is? Als ik in het nieuwe Lutherboek, onder redactie van dr. Sabine Hiebsch, lees dat Luther wilde dat synagogen gesloten werden, terwijl hij in werkelijkheid opriep tot het in brand steken ervan, dan is dat toch een leugen? Maar ja, wat zie je nu: de lutheranen gaan allemaal om hun hoogleraar (prof. Boendermaker, AdH) heenstaan. Dat is een psychologisch effect.”
Maar, zegt Süss -die aangeeft op dezelfde lijn te staan als Lutheronderzoekers zoals Heiko A. Oberman en Von der Osten-Sacken- „graag blijf ik toch in gesprek met de lutheranen. Ik zou ze ook willen oproepen om op 28 januari naar de studiedag in Amsterdam over deze thematiek te komen.”
Te gemakkelijk
Daartoe roept ook ds. H. de Goede, lid van het Appèl Kerk en Israël binnen de Protestantse Kerk, de lutheranen op. Hij spreekt eveneens van een „merkwaardige stap” van het luthers synodebestuur. „Ik vind dit een beetje te gemakkelijk.”
Het Appèl Kerk en Israël heeft voor maandag 28 januari een studiedag op het programma staan over het onderwerp ”Luther en zijn leugens. Antisemitisme in het hart van de christelijke theologie”. ’s Morgens verzorgt dr. Süss dan een lezing over dit volgens het platform „heikele thema.” ’s Middags staat de vraag centraal: „Is er een christelijke theologie mogelijk die niet bedreigend is voor Joden?”
Ds. De Goede erkent dat dr. Süss’ uitlatingen richting onder anderen prof. Boendermaker hier en daar „wel wat te scherp” zijn. „Maar tegelijk: Tot nu toe wordt wat dr. Süss heeft geschreven nergens echt weersproken. De citaten van Luther die hij in zijn boek geeft, liegen er toch bepaald niet om.”
Maar dat erkennen de lutheranen, dat erkent iemand als prof. Boendermaker toch uitdrukkelijk?
„In elk geval volstrekt onvoldoende. Het blijft zo verschrikkelijk stil, op de lutherse synode, op de PKN-synode ook. De discussie is sinds de jaren negentig volledig tot rust gekomen.”
En daarom hebben wij als appel deze studiedag nu belegd, zegt de predikant. „Waarbij we heel bewust niet insteken met: heeft René Süss nu wel of niet gelijk? Nee: we zeggen: Hij heeft een belangwekkend boek geschreven. En vervolgens stellen we ons in het middaggedeelte de vraag: Hoe nu verder? Is er een christelijke theologie te bedenken die voor joden niet gevaarlijk is? En dan zou ik de lutheranen van harte willen oproepen om ook te komen. Dat lijkt mij een vruchtbaarder weg dan het gesprek nu af te kappen.”
Wederzijds respect
Desgevraagd geeft ds. I. Fritz aan geen behoefte te hebben om nog met dr. Süss op de kwestie in te gaan. „De lutheranen zullen het gesprek over Luther en de joden zeker niet uit de weg gaan. Maar zo’n gesprek moet met wederzijds respect gevoerd worden.”
Wat de suggestie betreft dat dr. Süss nergens weersproken zou worden, wil de lutherse presidente „graag verwijzen naar de uitvoerige recensie van prof. Kirn uit Kampen in het Lutherbulletin, jaargang 16.”
Gaat ds. Fritz de 28e naar de studiedag? „Nee. Ik zal daar niet heengaan.”
In brand steken
„Ten eerste moet men hun synagogen in brand steken en wie er toe in staat is werpe er zwavel en pek bij en vuur uit de hel. Dat zou ook erg goed zijn, opdat God ziet dat het ons ernst is en opdat de hele wereld dit voorbeeld ziet, dat wij een dergelijk huis (waarin Joden God, onze lieve schepper en Vader met zijn Zoon zo schandelijk lasteren), dat wij tot dusverre passief hebben geduld, nu zijn verdiende loon hebben gegeven.”
Maarten Luther in ”Over de Joden en hun leugens” (1543), vertaling dr. René Süss
Suggestief
„In plaats van geordende argumenten, die in hun context worden verantwoord, is er (in Süss’ studie ”Luthers theologisch testament”, AdH) sprake van veel associëren en combineren, wat herkenbaar slechts één doel heeft: de Luther-Hitlerthese als boodschap te verkondigen en met behulp van een retoriek van suggestieve ontmaskering indringend aan te bieden. Daarmee laten zich uitstekend debatten in gang zetten, maar een bijdrage tot de zaak zelf wordt op deze manier nauwelijks geleverd.”
Prof. dr. H. M. Kirn in een recensie in het Lutherbulletin, 16e jaargang