Aandacht voor dit onderwerp was er genoeg in het afgelopen jaar. Een prijsvraag en 180.000 euro moest eigenaren van kerken verleiden om hun gebouw een her- of nevenbestemming te geven. Er verscheen een film over emoties rond het behoud van kerken. De synode van de Protestantse Kerk boog zich over een nota. Ook de Vereniging van Beheerders van Monumentale Kerkgebouwen in Nederland (VBMK) draagt in samenwerking met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een steentje bij.
Vrijdagmiddag presenteerden zij de ”Handreiking religieus erfgoed”, een informatieve bundel voor zowel burgerlijke gemeenten als kerkbesturen. De initiatiefnemers van de handreiking willen hiermee voorkomen dat monumentale gebouwen verdwijnen uit steden en dorpen.
Is dat te voorkomen? „Ik denk het wel”, zegt secretaris van de VBMK Brigitte Linskens. „Mits we ons daarvoor inzetten en bewust nadenken over andere oplossingen dan de sloop.” Voor die oplossingen hebben kerkbeheerders een burgerlijke gemeente nodig die meedenkt. In grote gemeenten met een afdeling monumenten is dat meestal niet zo’n groot probleem. In kleine gemeenten hebben ambtenaren volgens Linskens behoefte aan kennis over religieus erfgoed.
Boekhandel
In de eerste paar hoofdstukken van de ”Handleiding religieus erfgoed” geven deskundigen uit verschillende disciplines een theoretische toelichting op de problematiek van dreigende leegstand en sloop. Ook de visie op het kerkgebouw komt aan bod, bezien vanuit het oogpunt van verschillende kerken. De handleiding biedt verder een overzicht van nationale, regionale en plaatselijke overheden en instanties die te maken hebben met erfgoed.
Een praktisch plan van aanpak aan het einde van de bundel helpt bij het zoeken naar een manier waarop het kerkgebouw kan voortbestaan. Handig voor zowel burgerlijke gemeenten als kerkbesturen. De auteurs van dit hoofdstuk vinden „gezien de grote instandhoudingsproblematiek” dat het geen kwaad kan als beide partijen de grenzen verkennen van de relatie tussen kerk en staat.
De handleiding geeft uitgebreid weer hoe hergebruik of herbestemming mogelijk is. Voorbeelden van kerken die inmiddels fungeren als boekhandel of gezondheidscentrum larderen de hoofdstukken.
Vijftigplusser
Een kerk beheren met een krimpende kas is niet gemakkelijk. Dat kerkbesturen -doorgaans vrijwilligers- wel wat bijstand kunnen gebruiken, concludeert ook A. van Huuksloot, directeur van de bv die is gekoppeld aan de onlangs opgerichte Stichting Kerkplan. Als ervaringsdeskundige op het gebied van religieus onroerend goed sprak hij vaak mensen die een oplossing zochten voor huisvestingsproblemen, maar niet zomaar wilden wijken voor een projectontwikkelaar.
Samen met een stichtingsbestuur van drie mensen begeleidt Van Huuksloot nu kerkbesturen in het beheer en ontwikkelen van kerkelijk vastgoed. Als de bodem van de schatkist in zicht komt -en de predikantsplaats in gevaar- trekken kerken aan de bel. „In veel kerken in Nederland is de gemiddelde kerkganger vijftigplusser”, zeg de directeur. „Hoe hoger de gemiddelde leeftijd van de gemeenteleden, hoe meer zorgen er zijn. Het is zonde als besturen daardoor een noodsprong maken en een kerk uiteindelijk voor veel te weinig geld verkopen aan de markt.”
De stichting heeft geen winstoogmerk en vraagt volgens Van Huuksloot van de opdrachtgevers een bedrag „aan de onderkant van het markconforme tarief.” Geld dat overblijft, vloeit vanuit de bv terug naar Stichting Kerkplan.
Het stichtingsbestuur wordt gevormd door drs. F. H. Buddenberg (burgemeester van Pijnacker-Nootdorp), J. Voskamp (hoofd huisvestingszaken van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid), en mr. J. M .Chr. Klok (voormalig directeur en econoom van Aartsbisdom Utrecht).