De nadere reformatoren deden er alles aan om hun vroomheidsidealen in praktijk te brengen, aldus prof. Op ’t Hof. Ze ontwikkelden reformatieprogramma’s over zaken in kerk, politiek, maatschappij en gezin die verbeterd moesten worden. „De nadere reformatoren koesterden niet alleen theocratische idealen, maar zij stelden ook alles in het werk om die idealen in vervulling te laten gaan.”
Waarom had de Nadere Reformatie eerst en voornamelijk de kerk op het oog? „Verbeter de wereld, begin bij jezelf. Zij moesten daarom bij zichzelf en bij hun kerk beginnen. De praktische reden was dat zij persoonlijk in de maatschappij weinig en in de politiek niets, maar in de kerk wel het een en ander te zeggen hadden. Het was dus pragmatisch om bij de kerk te beginnen.”
Volgens prof. Op ’t Hof werden de inzichten van de Nadere Reformatie lang niet altijd door de kerkgangers omhelsd en gepraktiseerd. Ook in steden met een kerkenraad die overwegend georiënteerd was op de Nadere Reformatie was dat niet het geval. „Het staat wél vast dat de Nadere Reformatie heeft ingewerkt op de cultuur, vooral in die zin dat er een zuiverende werking van uitgegaan is. Hier kan gewezen worden op de strijd tegen het toneel en tegen onzedelijke en afgodische elementen in poëzie en beeldende kunsten, maar evenzeer op de pogingen om verantwoorde alternatieven in de dichtkunst te vervaardigen.”
De Amsterdamse hoogleraar wees op het oppositionele karakter van de beweging. De nadere reformatoren verzetten zich op gevoelige punten tegen de gevestigde orde en tegen lang bestaande vormen, gewoonten en uitingen. „Daarom is zij zowel door de kerk als door de maatschappij en de cultuur tegengewerkt en vaak ook onderdrukt.”
Theocratische inzichten kwamen in de Nadere Reformatie met veel kracht naar boven, zei hij. „Hiermee wordt allerminst beweerd dat de theocratische dimensie van het Nederlandse calvinisme zich uitsluitend in de Nadere Reformatie baanbrak. Wel behoort de theocratie tot het wezen van de Nadere Reformatie.”
De „zich gereformeerd noemende overheden” schorsten theocraten van de Nadere Reformatie in hun ambtsbediening en hielden hun traktement in. „Nog erger: zij hebben sommigen van hen verbannen. Nog erger: zoals bekend, heeft de hardvochtige wijze van verbanning een van de kinderen van Johannes Teellinck in 1660 het leven gekost. Daaruit blijkt dat de staat veel levensgevaarlijker was voor theocraten, dan de theocraten voor de staat. Deze conclusie geldt linea recta tot in het huidige tijdsgewricht toe. De recente rechterlijke uitspraken betreffende de SGP zijn daarvan het schrijnend bewijs.”