In het programma werd aan prof. dr. Willem Ouweneel, prof. dr. Cees Dekker, Knevel en Johan Huibers, bouwer van een replica van de ark van Noach, gevraagd of er de afgelopen jaren een ontwikkeling is geweest in hun denken over de schepping.
Van de geïnterviewden wilde alleen Johan Huibers niets terugnemen van eerdere uitspraken over de schepping. „Alle andere verhalen dan het letterlijke scheppingsverhaal zijn voor mij sprookjes”, aldus Huibers.
Andries Knevel gaf in het programma toe dat hij vroeger aanhanger was geweest van wat hij noemde „de metafoor van het hellend vlak.” „Ik dacht echt dat wanneer je in het christelijk geloof één steen eruit haalde, het hele bouwwerk instortte. Je begon bij de schepping in zes keer 24 uur en aan het eind geloofde je niet meer in de opstanding van Jezus. Nu zie ik het christelijke geloof veel meer als een mozaïek. Soms brengen nieuwere inzichten je ertoe dat je een klein steentje anders neerlegt waardoor het geheel ook anders oplicht. Soms leg je dat steentje later toch weer terug. Maar het hele mozaïek gaat daarmee niet op de helling.”
Volgens prof. Dekker moet de strijd niet gaan tegen het evolutionisme maar tegen het atheïsme. „Ik noem mezelf een theïstische evolutionist.”
Prof. Ouweneel gaf aan dat mensen die geloven in de Bijbel moeten oppassen bij allerlei wetenschappelijke vragen niet terug te vallen op simplistische antwoorden. „Uit het Bijbelverhaal kun je geen model afleiden hoe nu precies de wereld is ontstaan.”