Er zou geen mens blijven leven als God overging tot het straffen van allen die Zijn geboden openlijk of bedekt overtreden door zonden van bedrijf of nalatigheid, stelt Orellana. Anders dan de gereformeerde theologie uit de Bijbel afleidt, ontkent Orellano overigens –uitzonderingen daargelaten– iedere bemoeienis van God met natuurrampen. „Die zijn het gevolg van bewust verkeerd gedrag van de mens of van factoren buiten onze invloedssfeer.”
PD meldt dat ook diverse vooraanstaande Amerikaanse theologen de uitspraken van hun landgenoot Pat Robertson hebben bekritiseerd. De behoudende dr. R. Albert Mohler jr., president van het theologisch seminarie van de Zuidelijke Baptisten, verwijt hem „theologische arrogantie”, die met zo veel nadruk kon worden geventileerd omdat hij te weinig afweet van de situatie in Haïti. Het Witte Huis oordeelt dat Robertsons „domme” opmerkingen op een wel erg ongepast moment zijn geuit. Robertsons woordvoerder, die ontkent dat Robertson ooit gezegd heeft dat de aardbeving een uiting was van Gods toorn, benadrukt op internet dat de hulpafdeling van Robertsons kerk na de aardbeving haar hulpverlening aan Haïti nog aanzienlijk heeft opgevoerd door voor miljoenen dollars aan medicijnen naar het land te zenden.
Albert Mohler, die regelmatig een bijdrage levert aan de opiniepagina van deze krant, erkent dat in Haïti occulte wetenschappen, voodoo en hekserij een grote plaats innemen, „maar wij mogen ons niet inbeelden te weten waarom deze aardbeving Haïti trof. Waarom is nazi-Duitsland nooit door een aardbeving getroffen? Waarom verwoestte de orkaan Katrina meer protestantse kerken dan casino’s? Waarom worden veel moordlustige dictators zo oud, terwijl zo veel zendelingen jong sterven?”