Dr. Van Veen, als onderzoeker verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam, begon haar lezing met het schetsen van het bekende imago van het calvinisme. In dat beeld zouden calvinisten vooral die sombere, gedisciplineerde en spaarzame mensen zijn zonder enige levensvreugde.
Volgens Van Veen heeft dit beeld van calvinisme tot voor kort nooit bestaan en werd eeuwenlang juist het tegenovergestelde beweerd. De kerkhistorica baseert haar conclusies vooral op de godsdienstige polemische geschriften uit de tijd van de Republiek.
Anders dan in andere landen leefden in de Nederlandse Republiek verschillende godsdienstige stromingen naast elkaar. Ondanks hun meerderheidspositie werden de calvinisten door dopersen, luthersen en remonstranten bestreden met een lawine aan strijdschriften.
Vooral de rooms-katholieke strijdschriften uitten stevige verwijten aan het adres van het calvinisme. In de calvinistische gebieden zouden nauwelijks nog meisjes zijn te vinden die maagd waren.
Ook klinkt steeds weer het verwijt dat het calvinisme een gevaarlijke tendens tot democratisering ontketende. Symptoom hiervan was het „geuzengejank” (psalmgezang), waar als toppunt van liederlijkheid ook de vrouwen aan deelnamen. Een criticaster stelde: „Dergelijk gezang roept alleen maar wellustige gedachten op, de vrouwenstemmen brengen de jongemannen in verleiding.”
Servet
Dr. Frans van Stam, kerkhistoricus aan de Vrije Universiteit, behandelde in zijn lezing de terechtstelling van Michael Servet. Van Stam ging Calvijns houding in deze rechtszaak na vanuit diens brieven.
In het bijzonder een brief die Calvijn aan het stadsbestuur van Lyon schreef om vijf studenten uit Genève van de marteldood te bevrijden, bracht de hervormer in een lastig parket. Als „afleidingsmanoeuvre” verweet Calvijn het stadsbestuur van Lyon dat het de notoire ketter Servet, die toen vlak bij Lyon woonde, ongemoeid liet terwijl deze openlijk de drie-eenheid loochende.
Calvijns tactiek lukte: Servet werd gearresteerd, maar wist te ontsnappen. Toen Servet daarna in Genève opdook, was Calvijn, volgens dr. Stam, mede door deze „tactische brief” min of meer gedwongen Servet te behandelen overeenkomstig zijn eigen adviezen aan de stad Lyon.