De Amerikaanse hebraïcus dr. Steven Boyd vraagt zich echter niet af hoe het Bijbelhoofdstuk gelezen kán worden, maar hoe het gelezen móét worden. Met behulp van statistiek onderzocht Boyd of Genesis 1:1 tot en met 2:3 poëzie is, dan wel proza.
De hebraïcus vergelijkt in het eerste deel van zijn onderzoek dichterlijke gedeelten met verhalende gedeelten uit het hele Oude Testament, van Genesis 17 tot en met de profeten.
Hij berekent met behulp van statistiek dat beide typen van elkaar verschillen door specifieke kenmerken van werkwoorden die erin voorkomen. „Het blijkt dat werkwoorden van het type preteritum kenmerkend zijn voor verhalende Hebreeuwse teksten. Dit is overigens allang bekend, maar het aandeel preterita ten opzichte van de andere werkwoordstypen is nog nooit statistisch onderzocht”, aldus Boyd.
Betrouwbaar
Boyd constateert dat de verhouding tussen de typen van de zogenoemde finiete werkwoorden bepalend is. „Finiete werkwoorden worden onderscheiden in preterita, perfecta, vav-perfecta en imperfecta. Wij stelden de verhouding preterita vast ten opzichte van de andere finiete werkwoorden.”
Het blijkt dat in verhalende tekst de preterita minimaal 40 procent uitmaken van het totaal van de finiete werkwoorden, met een betrouwbaarheid van 97,5 procent.
Na deze conclusie onderzoekt Boyd of deze uitkomst gebruikt kan worden om te voorspellen hoe een tekst geclassificeerd kan worden.
„Als je een bepaalde verdeling van finiete werkwoorden hebt in een tekst kun je dat gebruiken om te voorspellen of een Bijbelgedeelte poëzie of proza is?”
Boyd gebruikt daarvoor regressieanalyse, een vorm van statistiek die hij toepast om met een grote mate van waarschijnlijkheid te kunnen bepalen of een Bijbelgedeelte geschiedenis is of dichtkunst. Hij telt daarvoor het aantal finiete werkwoorden en onderscheidt ze naar de type preterita en overige.
Boyd voert zijn berekeningen uit op Genesis 1:1 tot en met 2:3. „Het aandeel preterita in dat Bijbelgedeelte bleek 65,47 procent, met een statistische nauwkeurigheid van 99,9973 procent. Daaruit concludeerden we dat de auteur van Genesis 1 zich bewust was dat hij werkelijke geschiedenis beschreef.”
Uit het onderzoek van de hebraïcus blijkt ook dat de zondvloed als geschiedenis moet worden beschouwd: het aandeel preterita is daar 48 procent van alle infiniete werkwoorden.
Letterlijke lezing
Boyd noemt de uitkomst van zijn onderzoek zeer belangrijk. „We hebben nu fundamenteel aangetoond dat het in Genesis 1 om geschiedenis gaat en niet om poëzie. Bij letterlijke lezing van dat Bijbelgedeelte blijkt ook dat de aarde jong is. Dat laat geen ruimte voor perioden van miljoenen jaren.”
Ook vindt de letterlijke opvatting van Genesis 1 steun in de Bijbel, onder meer Markus 10:6, waar Jezus Zelf sprak: „Maar van het begin der schepping heeft ze God man en vrouw gemaakt.”
Mede n.a.v. ”Duizenden… niet miljarden. Wetenschappelijke informatie over de ouderdom van de aarde”; uitg. Stichting De Oude Wereld, 2008; Engels gesproken, Nederlands ondertiteld; ISBN 978 9057 982 56 9; dvd 48 min.; € 15,95;
”Radioisotopes and the age of the earth, volume 2”, door Larry Vardiman (red.), Andrew A. Snelling, Eugene F. Chaffin; uitg. Institute for Creation Research, El Cajon, Californië; Creation Research Society, Chino Valley, Arizona; 2009; ISBN 0932766 81 1; 818 blz.; $ 79,99.