Toch behoren kinderen voor Calvijn bij de gemeente, aldus Kloosterman. „Het lijdt bij de hervormer geen twijfel dat jonggestorven kinderen zalig zijn.” Kunnen kinderen dan wel op jonge leeftijd geloven? In de Institutie van 1536 geeft Calvijn daar een positief antwoord op, maar in 1555 schrijft hij dat kinderen vanwege hun leeftijd nog niet voelen hoe zeer ze Christus’ genade nodig hebben en dat ze het verstand nog niet hebben om Hem om Zijn zegen te vragen. Het feit dat Christus kinderen vriendelijk en welwillend ontvangt en zegent, houdt volgens de reformator in dat God in kinderen op een andere manier werkt dan in volwassenen. „Die manier is echter niet na te rekenen. Het gaat om een verborgen wijze, waarop God kinderen in Christus inplant.”
Niet van buiten
Zodra het mogelijk was gaf de kerkhervormer kinderen catechetisch onderwijs. Kloosterman meent dat kinderen in Genève de catechismus niet per se van buiten hoefden te kennen, maar dat het erom ging dat ze vanuit een innerlijke overtuiging in eigen woorden de hoofdzaken van de leer zouden kunnen weergeven.
Op de leeftijd van 10 of 11 jaar, de periode waarop de kinderleeftijd achtergelaten wordt en het oordeelkundig vermogen zich ontwikkelt, worden kinderen bij Calvijn in de gelegenheid gesteld om belijdenis van het geloof af te leggen. Vervolgens krijgen ze toegang tot het heilig avondmaal, aldus Kloosterman.
Calvijn staat hiermee echter niet het toelaten van kinderen aan het avondmaal voor, aldus de docente. Hij keerde zich juist tegen de wederdopers, die hem verweten dat hij kinderen wel toeliet tot het ene sacrament (de doop) en niet tot het andere (het avondmaal). „Volgens Calvijn is er een fundamenteel verschil tussen beide sacramenten. Hij schreef: „Het is wel in de oude kerk herhaaldelijk geschied dat men de kinderen het avondmaal gaf, gelijk blijkt uit Cyprianus en Augustinus, maar terecht is die gewoonte afgeschaft.””
Calvijn schrijft dan verder in de Institutie dat de doop een zekere ingang geeft tot de wedergeboorte. De Heere maakt in de Schrift, wat de doop betreft, geen verschil in ouderdom. Het avondmaal is volgens hem voor degenen die „vrij wat ouder zijn.” „Het avondmaal biedt Hij aan, niet opdat allen daar gelijkelijk deel aan zullen hebben, maar alleen zij die in staat zijn het lichaam en bloed des Heeren te onderscheiden, hun eigen consciëntie te onderzoeken, de dood des Heeren te verkondigen en de kracht daarvan te overwegen. Er moet dus een onderzoek vooraf gaan en dat zal men van de kinderen tevergeefs verwachten. Welke gedachtenis zullen wij van de kinderen eisen van die zaak, waarvan ze nooit besef gehad hebben?”
Kind van zijn tijd
Kloosterman noemt Calvijn een kind van zijn tijd als het gaat om zaken als pedagogiek en de kennis van het menselijk lichaam. Zo dacht de reformator dat het kind in de baarmoeder bloed dronk van de moeder.
Hij had ook weinig inlevingsvermogen in het kind. „Hij begreep niet dat kinderen liever met gevechtssporten bezig waren dan met onderwijs uit de Bijbel. Toch paste hij onder invloed van de reformator Martin Bucer, die meer aandacht voor pedagogiek had, zijn catechismus aan en maakte die gemakkelijker. Calvijn zou de laatste geweest zijn om zich als onfeilbaar te presenteren”, aldus Kloosterman.
Download de hele Lezing: Calvijn en de jeugd.