Vooraf verwachtten beide onderzoekers alsmede hun opdrachtgever, Eleos, dat jongeren met een zogeheten Autisme Spectrum Stoornis (ASS) het geloof in God op gevoelsmatig vlak individueler zouden (willen) beleven of beschouwen. Deze hypothese kwam niet uit. Noch op verstandelijk, noch op gevoelsmatig gebied verschilden de onderzochte jongeren met autisme in hun geloofsbeleving van jongeren zonder autisme.
Het enige onderscheid is dat jongeren met een autistische stoornis zich „iets minder uitgedaagd voelen om te groeien in het geloof” dan jongeren zonder deze sociale handicap. Deze deeluitkomst is statistisch gezien echter niet geheel betrouwbaar.
Beide dames, werkzaam bij Eleos en jeugdhulpinstantie SGJ, noemen de uitkomsten van hun onderzoek verrassend. „Bij Eleos komen namelijk veel vragen van ouders van kinderen met autisme binnen over geloofsopvoeding.”
De onderzoeksters verklaren in een interview met deze krant het niet geconstateerde verschil in geloofsbeleving. „Het zou kunnen zijn dat jongeren met autisme hun geloof op dezelfde manier beleven als hun leeftijdsgenoten, maar moeite hebben om hier goed met anderen over te communiceren.”
Bouwman en Van der Maten ondervroegen 55 jongeren met een vastgestelde diagnose autisme en 326 leerlingen zonder autisme van de gereformeerde scholengemeenschappen Guido de Brès in Amersfoort en Greijdanus in Zwolle alsmede het reformatorische Driestar College in Gouda.