De Joodse delegatie heeft donderdag „duidelijk gesteld dat er oog moet zijn voor de moeilijke positie van de Palestijnen”, aldus rabbijn Evers uit Amsterdam, die ook bij het gesprek aanwezig was. „Maar we vinden dat het rapport te veel overhelt naar de Palestijnse zaak. Het begint al op pagina 8, waar gesproken wordt over 700.000 Palestijnse vluchtelingen. Maar over de 900.000 Joodse vluchtelingen die er in 1948 kwamen, en een mogelijke schadevergoeding, lees je niets. Ook de ontzettende agressie richting de Joodse staat vanuit de Arabische wereld, Iran onder andere, wordt in het rapport te weinig meegewogen.”
De delegatie sprak ook over Jeruzalem. Evers: „In het rapport wordt ervan uitgegaan dat ook de Joden Jeruzalem in tweeën willen delen. Maar dat is zeer de vraag; in elk geval is daar geen duidelijke Joodse mening over. Het heeft ons ook bevreemd dat nergens in de nota wordt gesteld dat Jeruzalem onze heilige stad is.”
De delegatie brak verder een „ernstige lans” voor de christenen in de Palestijnse gebieden. „Zij verkeren in een zeer moeilijke positie.”
Te vanzelfsprekend wordt volgens de rabbijn in de IPA-nota ook het woord ”bezetting” gebruikt. „Het is internationaal-juridisch zeker geen uitgemaakte zaak dat dat terecht is.”
Nog een punt dat de afgevaardigden naar voren brachten was dat het recht van het Joodse volk op het land Israël in de nota te veel wordt gefundeerd op de Holocaust en de stichting van de staat Israël in 1948. „Maar de grenzen liggen vast in de Bijbel”, aldus Evers. „Zeven keer worden ze genoemd in de boeken van Mozes, en zeven keer elders in de Tenach. En als het dan gaat om de onopgeefbare verbondenheid waarover de Protestantse Kerk spreekt: dit document, de Bijbel, hebben we toch gemeenschappelijk.”