Inclusivisme
Volgens Doornenbal geloven tegenwoordig veel mensen dat in alle wereldreligies wel iets waars zit, terwijl sommige christenen blijven volhouden dat het christendom exclusief is. Zelf wil hij een middenkoers varen tussen deze twee standpunten: een voorzichtig inclusivisme. Het houdt in dat mensen in andere religies ook zalig zouden kunnen worden, ook al kennen ze Christus niet. Het gaat dan niet om mensen die zichzelf goed vinden, maar om hen die weten dat ze zondig zijn en God nodig hebben.
Doornenbal noemde in dit verband de hindoe Ramanuja die leefde in de elfde eeuw, en die een gebed schreef dat lijkt op een christelijke psalm. Tijdens zijn speurtocht kwam hij ook de woorden van een boeddhist tegen die schreef: „Ik ben zo zwak en zondig en heb geen hoop op mezelf. Al mijn hoop gaat naar Boeddha Amida.” Als derde voorbeeld verwees hij naar een moslim die zei: „Ik wil niet god dienen uit angst voor de hel, maar de liefde voor god heeft me in beslag genomen.”
Bij deze en andere voorbeelden gaat het om mensen die een besef hebben van hun eigen onvermogen en weten dat ze gered moeten worden, aldus Doornenbal. Hij acht het mogelijk dat boeddhisten, moslims, hindoes en anderen die zich zondig weten en afhankelijk zijn van de genade van God, behouden kunnen worden. Ook is het volgens hem niet onmogelijk dat mensen die niet naar de kerk gaan en zeggen geen christen te zijn, diep in hun hart hunkeren naar God en in het oordeel toch behouden worden. „Op de bodem van het hart van veel mensen leeft iets van verlangen naar God. God kan het bloed van Christus toerekenen aan hen die zichzelf schuldig verklaren.” Hij voegde eraan toe dat God het uiteindelijke oordeel toekomt. Als achtergrond voor zijn mening noemde hij onder meer de algemene openbaring van God en de rechtvaardigheid van God. Als „bewijsteksten” voerde hij onder andere Romeinen 2: 6-15 aan.
Hiermee staat Doornenbal geen pluralisme voor, wat betekent dat iemands godsdienst er niet toedoet voor zijn eeuwig heil. „Het gaat alleen om de mensen van wie het hart uitgaat naar God.” Het betekent ook niet dat het christelijk geloof gelijk staat met andere godsdiensten. „Er zijn weliswaar schatten in andere godsdiensten te vinden, maar de volledigheid van het geloof is te vinden in Jezus Christus. Hij is het centrum van het geloof.”