Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

„Zending lacune in geref. belijdenis”

 WOERDEN – Drs. G. Nieuwenhuis nam vrijdag afscheid als secretaris van de Zending van de Gereformeerde Gemeente (ZGG). Bij deze gelegenheid ontving hij uit handen van burgemeester Borgdorff van Bodegraven een koninklijke onderscheiding. Foto RD, Sjaak Verboom

WOERDEN – Drs. G. Nieuwenhuis nam vrijdag afscheid als secretaris van de Zending van de Gereformeerde Gemeente (ZGG). Bij deze gelegenheid ontving hij uit handen van burgemeester Borgdorff van Bodegraven een koninklijke onderscheiding. Foto RD, Sjaak Verboom

WOERDEN - In de gereformeerde belijdenisgeschriften worden zending en evangelisatie „node” gemist, vindt drs. B. Coster. „Historisch gezien blijft de zending een Fremdkörper in de gereformeerde traditie. Niet de gereformeerden maar de Duitse piëtisten en later de Angelsaksische methodisten staan aan het begin van de grote zendingsbeweging van de achttiende en de negentiende eeuw.”
Dat betoogde de medewerker van de Spaans Evangelische Zending (SEZ) en predikant in Spanje vrijdag in Woerden tijdens een themabijeenkomst over zending naar aanleiding van het afscheid van drs. G. Nieuwenhuis als secretaris van de Zending van de Gereformeerde Gemeenten (ZGG).

Drs. Coster reageerde op het referaat van ds. J. van Eckeveld, voorzitter van het deputaatschap Zending van de Gereformeerde Gemeenten. De Zeister predikant stelde dat Gods verkiezing geen belemmering maar juist een stimulans is voor de zending. „Omdat God Zelf aan zending doet, doen wij het. Omdat de verkiezende God mensen wil gebruiken en middellijk werkt, dienen wij ook alle middelen die tot onze beschikking staan te gebruiken.”

Coster geloofde niet dat de calvinistische kerken het actiefst zijn geweest in het zendingswerk. Het waren juist de Duitse piëtisten (vooral de hernhutters) en de Angelsaksische methodisten die de grote zendingsbeweging inluidden. „Wanneer dan aan het eind van de achttiende eeuw ook in Nederland de zendingsgedachte levend wordt, dan is dat onder invloed van buitenlandse voorbeelden, weer piëtisme en methodisme. Eerst georganiseerd vanuit zendingsverenigingen, dus interkerkelijk, en pas naderhand kerkelijk.”

Hij wilde de stelling van ds. Van Eckeveld niet ontkennen dat de gereformeerde theologie naar haar aard theocentrisch is. Evenwel, is zénding naar haar aard christocentrisch. „De zendeling weet zich geroepen door de Heere Jezus en Zijn opdracht: „Gaat dan heen.” Zijn gehoorzaamheid is geen wettische gehoorzaamheid, maar een evangelische. Zijn taak is evangelisatie, prediking van het Evangelie, en een zeer primaire verkondiging van Christus. En tegelijk ook kerkstichting en kerstening.”

Er is volgens drs. Coster een „confessioneel hiaat” vanwege het ontbreken van zending in de gereformeerde belijdenis. „Daardoor beseft de zendeling die gereformeerd wil zijn dat hij het gevaar loopt van eclecticisme en pragmatisme. Hij moet regelmatig improviseren.”

Bemiddeling
Prof. Paul Wells, hoogleraar dogmatiek in Aix-en-Provence, betitelde zendingswerk als een vorm van bemiddeling. Zendingswerk moet altijd gedaan moet worden „in Christus.” „Want Hij is Degene die bij uitstek voor God en de mensen staat in Zijn unieke Middelaarswerk. In dit opzicht kan gezegd worden dat het werk van God zendingswerk is in een verloren wereld en dat Christus een gezondene is. Alle zendingswerk wordt in Hem verricht.”

Christus is als Middelaar in Zijn Godheid zowel de verkiezende God als de verkoren Mens. Dit biedt volgens Wells een vruchtbaar perspectief om de twee aspecten van de verkiezing met elkaar te verbinden: het verticale en de horizontale perspectief. Deze zijn verenigd in de Persoon van de Middelaar. „Het Middelaarschap van de opgestane Christus Die nu in Zijn heerlijkheid is, is gelegen in Zijn voorspraak in de hemel. Het feit dat Christus Zijn Middelaarswerk voortzet in de hemel is de fundering van het zendingswerk en de garantie voor vrucht.”

Drs. J. H. van Doleweerd, hoofd toerusting en missiologie bij de ZGG, bood drs. Nieuwenhuis, ds. Van Eckeveld en ds. B. van der Heiden (als voorzitter van de Cursus Godsdienst Onderwijs) een exemplaar aan van ”Gij zult Mijn getuigen zijn”. Het is geen vriendenbundel, zei Van Doleweerd, maar een boek over de zending, Góds zending. In het boek wordt zending nadrukkelijk in een kerkelijk kader geplaatst. „Dat is in een tijd waarin de kerk als instituut onder kritiek staat geen populair standpunt, omdat er veel initiatieven van individuen en organisaties ontstaan zonder inspiratie en instemming van de kerk.”

Tijdens de bijeenkomst werd Nieuwenhuis verrast door een onderscheiding van de burgemeester van Bodegraven met het lidmaatschap in de Orde van Oranje-Nassau. Drs. Nieuwenhuis voelde zich daarmee verlegen omdat zovelen op het zendingsveld met evenveel inzet hun werk deden maar daarvoor geen maatschappelijke erkenning kregen. In zijn dankwoord memoreerde hij zijn zegenrijke ontmoetingen met mensen uit alle culturen en kerkelijke tradities. „Deze ontmoetingen hebben mijn leven verrijkt. Ik heb hierdoor veel geleerd over mezelf, de Heere en het veelkleurig werk van Zijn genade.”

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek