Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

„Een kerkgebouw zegt veel over de gemeente”

 Ds. F. Z. Ort ...gebouw geen drager genade...

Ds. F. Z. Ort ...gebouw geen drager genade...

Kerkgebouwen zeggen in vormentaal iets over hun bewoners. „Laat mij het kerkgebouw zien en ik zal zeggen welke gemeente het gebruikt”, meent ds. F. Z. Ort uit Dieren. De kerkbouwdeskundige is niet vies van een paar stevige oneliners. „Hoe orthodoxer protestants, hoe rooms-katholieker er over het kerkgebouw wordt gedacht.”
In Dieren, waar ds. Ort predikant is van de protestantse gemeente, hoeft hij vanuit de pastorie maar een paar stappen te lopen om te zien hoe het kan gaan met een kerkgebouw dat buiten gebruik is geraakt. „Toen in Dieren hervormden en gereformeerden fuseerden tot één gemeente, moesten we twee kerkgebouwen afstoten. We hebben onder andere de Opstandingskerk, hier in de straat, gesloten. Daar huizen nu krakers in. Noem het gerust een nachtmerriescenario. Ik ben nog eens in het gebouw wezen kijken, maar daar word je echt intens verdrietig van. Gelukkig is de Dorpskerk, die ook werd afgestoten, keurig veranderd in een woonhuis.”

In de immense pastorie die hij bewoont zijn voor de gelegenheid zelfs in de studeerkamer de kachels aangezet. „Als je bezoek krijgt, moet je een goede gastheer zijn”, lacht ds. Ort. „Normaal gesproken hebben wij leren leven met een kamertemperatuur van 17 graden. Anders kost het echt te veel om dit huis warm te stoken.”

Zegt een kerkgebouw volgens ds. Ort iets over de gemeente die het gebruikt, zijn studeerkamer zegt veel over ds. Ort. Aan de ene wand achter het bureau staan de theologische boeken. De andere wand is opgedeeld in een grote kast voor boeken over kerkbouw en kunst in de kerk en daarnaast is er een kast voor de klassiekemuziekcollectie van de pastor loci. „Ik heb zelfs een heuse Bachkast. Prachtig toch?”

De specialisatie tijdens zijn theologische studie in Groningen was kerkbouw. „Nadat ik predikant ben geworden, heeft kerkbouw en alles wat ermee samenhangt een bijzondere plek in m’n hart gehouden. Het is een prachtig vak omdat juist de kerkbouw zo veel zegt over hoe mensen de eeuwen door geloofden.”

Voor vrouwenverenigingen en andere groepen is ds. Ort een veelgevraagd spreker. „Ik probeer dan uit te leggen hoe de kerkbouw zich sinds de vroege kerk in de wereld heeft ontwikkeld. Het begint allemaal met kerken die gevestigd werden in basilica. Dat waren gewoon ontvangsthallen voor de keizer die, na de explosieve groei van het christendom, gebruikt werden als kerk. Christenen hadden grotere gebouwen nodig waar ze konden samenkomen. En dan zie je dus direct al iets over hoe de kerk toen in de wereld stond. Kerkgebouwen mochten namelijk niet lijken op heidense tempels, maar evenmin op synagogen. Dus dan maar neutrale ruimten gebruiken, zoals basilica, en die vanbinnen aankleden met christelijke symbolen.”

Grote stappen, snel thuis, noemt ds. Ort zijn gang door de geschiedenis van de kerkbouwkunde. Romaanse kerken, gotische kerken, rooms-katholieke kerken, protestantse kerken. Allemaal laten ze iets zien over hun bewoners, de gemeente. „Zo zijn romaanse kerken gesloten, sober. Ze geven een gevoel van veiligheid en rust. Bij God ben je veilig. De kerk als burcht.”

Maar in de gotiek wordt die soberheid afgeworpen. „Doordat de steunberen werden verbeterd, konden de kerken ineens veel hoger worden. En in de muren kwamen grote ramen waardoor de kerkruimte lichter werd. Het koor, met daarin het altaar, werd groter en de afstand tussen het kerkvolk en het koor werd opgerekt. De kerk was niet meer zozeer de veilige plaats waar je mocht rusten in God. De kerk, de kathedraal moest je volstrekt overweldigen. Jij bent klein en God is groot. De kerk werd veel meer een afschaduwing van de hemel. Met afbeeldingen van de oordeelsdag en plafondschilderingen van Jezus, tronend op de wolken. In de kerk was je als het ware even in de hemel.”

Niet saai

En toen kwam de Reformatie. „Die heeft voor de kerkbouw eigenlijk niet zo veel opgeleverd”, meent ds. Ort. „Protestanten namen de kerkgebouwen van de rooms-katholieken over en zuiverden ze van -in hun ogen- ongerechtigheden. Beelden werden verwijderd en de witkwast ging over de schilderingen. Het altaar had geen functie meer en dus waren er zelfs kerken waar het koor werd dichtgemetseld. Het Woord moest centraal staan en daarom kreeg de kansel een centrale plaats.”

De veronderstelling dat de protestantse kerken na de Reformatie sober en saai waren, bestrijdt ds. Ort. „Welnee, het was helemaal niet saai. Overal werden tekst- en rouwborden opgehangen, want er moest natuurlijk wel iets te zien zijn. Of er kwam een groot bord aan de muur met daarop de Tien Geboden of de Geloofsbelijdenis.”

Toen de eerste kerken gebouwd werden voor de protestantse eredienst, was er eigenlijk geen echt voorbeeld. „Het moest vooral een functionele ruimte zijn. De kerk als heilige plaats, als gewijde ruimte, had afgedaan. Dat is goed gereformeerd. Het gebouw is geen drager van de genade, maar de gemeente. Het Woord gaat met mensen mee. Dus waar die mensen zijn, daar is de kerk.”

Ooit was ds. Ort in een kerk van behoudende snit in de Alblasserwaard. „Ik vergeet dat nooit meer. Ik liep de kerk in en wilde foto’s maken. Maar een aanwezige ouderling hield me tegen. „Even wachten”, zei hij tegen me. Hij liep naar de consistorie waar hij de oude Statenbijbel uit de kluis haalde, droeg het boek de kansel op en legde het open op de lessenaar. „Zo”, zei hij, „nu mag u foto’s maken.” Ongelooflijk, zo zuiver als die man in al z’n eenvoud dacht. Waarlijk een Israëliet waarin geen bedrog is. Want dat is het nu precies: de ruimte op zich wordt pas kerk als de Bijbel er opengeslagen is. Dat is oergereformeerd denken.”

Het verbaast ds. Ort dan ook dat er soms juist in orthodox-protestantse gemeenten zo ’heilig’ wordt gesproken over het kerkgebouw. „Dan mag er in het kerkgebouw niets georganiseerd worden dan alleen de eredienst. Dat is ten diepste een zeer rooms-katholieke manier van denken. In de Rooms-Katholieke Kerk is het gebouw namelijk heilig vanwege de aanwezige hostie die het lichaam van Jezus Christus zou vertegenwoordigen. Maar daar denken wij, als protestanten, heel anders over. In de kerk zijn geen heilige voorwerpen en de kerk is ook niet gebouwd uit heilige stenen.”

„Natuurlijk begrijp ik heel goed dat gemeenten die een kerkgebouw moeten afstoten het gebouw niet willen verkopen aan de eerste de beste projectontwikkelaar. Het gebouw vertegenwoordigt namelijk emotie, gevoel, herinneringen. Aan de begrafenis van vader, aan de avondmaalsgang, aan het dopen van je kinderen en noem het allemaal maar op. Maar dat is niet principieel, dat is emotioneel. Als het Woord uit het gebouw weg is, is het in principe een gebouw als alle andere.”

De Dierense predikant is echter geen voorstander van kerken die in geen enkel opzicht als zodanig te herkennen. „De kerk heeft namelijk een functie in de maatschappij. En daar kan een gebouw bij helpen. Als mensen door een kruis of door andere symbolen het gebouw direct kunnen identificeren als kerkgebouw, dan is dat een boodschap. Als op zondagmorgen de kerkklok luidt, dan is dat een getuigenis aan de wereld dat er nog mensen zijn die op zondagmorgen iets anders doen dan uitslapen. En als een gemeentelid zondags naar de kerk komt, dan is het goed dat hij in de bouwvorm van de kerk ook iets ervaart van de veiligheid die er is bij God.”

Het kerkgebouw zegt iets over zijn bewoners. „Als ik de inrichting van het gebouw zie, weet ik wel zo ongeveer wat voor soort gemeente er gebruik van maakt. Als de kansel centraal staat, dan is het vaak een behoudende gemeente. Als het een heus bankenpakhuis is, dan is het ook een orthodoxe gemeente. Staan er stoelen, ontbreekt een kansel, of is het allemaal wat opener? Dan is de gemeente vaak ook wat losser in de leer.”

Een kerkgebouw zonder preekstoel?

„Waarom niet? Een kansel is geen heilig voorwerp, maar gewoon een houten microfoon. Er moest een klankbord zijn voor het geluid en de prediker moest boven de mensen uitsteken voor het gezicht. Daarom kwamen er kansels. Maar dat is nu in principe niet meer nodig. Een lezenaar is genoeg.”

Vooral bij grotere gemeenten die veel ruimte nodig hebben, is er een trend om de rand van dorpen en steden op te zoeken voor de bouw van een nieuwe kerk.

„Dat vind ik ontzettend jammer. Een kerk is namelijk niet de zoveelste IKEA-vestiging. En dus heeft een kerk in principe niets te zoeken op een industrieterrein of een kantorenpark. Daar hoort de kerk niet. Het Woord moet bij en onder de mensen zijn. In de wijk dus. Ik begrijp heel goed dat gemeenten kiezen voor een goedkopere en ruimere bouwlocatie aan de rand van de stad. Maar laten we wel in de gaten houden dat ook de keuze van een bouwlocatie een principiële keus is. Het kan toch niet zo zijn dat het aantal beschikbare parkeerplaatsen dicteert waar de kerk moet komen?”

Kunst in de kerk, hoe denkt u daarover?

„Denk er goed over na. Ik hoor van orthodoxe gemeenten die in hun nieuwe kerk gebrandschilderde ramen hebben waarin een Bijbelvers wordt verbeeld. Prachtig vind ik dat, een stap vooruit. Maar mijn ideaal is dat kunst in de kerk meer is dan een plaatje bij het verhaal. Juist kunst kan de wijding van de ruimte versterken. Maar doe het dan wel goed. Ik ken een kerkgebouw waar een raamafbeelding is aangebracht die zo verschrikkelijk is dat je alleen daarom al eigenlijk geen diensten meer in die kerk zou willen bezoeken. Dat is dus afstotend, zo moet het niet. Streef naar kwaliteit. Alleen het beste is in de kerk goed genoeg.”

Dit is het vierde en laatste deel in een serie over kunst en kerk.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek