AMSTERDAM - Aan de Universiteit van Amsterdam promoveerde Janneke van der Heide (achter de katheder) gisteren op het proefschrift "Darwin en de strijd om de beschaving in Nederland (1859-1909)". De promotieplechtigheid had plaats in de oude evangelisch-lutherse kerk aan de Singel, die doordeweeks als aula van de universiteit in gebruik is. Foto RD
”Darwin en de strijd om beschaving in Nederland (1859-1909)” heet haar studie dan ook. Het is de tweede dissertatie rond Darwin die dit jaar verschijnt. Op 15 januari promoveerde Bart Leeuwenburgh in Rotterdam op ”Darwin in domineesland”.
De twee proefschriften zijn „in goed overleg met elkaar” tot stand gekomen, aldus Van der Heides promotor, prof. dr. P. de Rooij, hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de UvA, gistermiddag. „Samen vormen ze een prachtig tweeluik.”
In zijn slottoespraak vatte hij Van der Heides bevindingen nog eens samen. „De bodem onder de samenleving leek als gevolg van Darwins inzichten heel onzeker te worden. Van der Heide laat zien dat dit tot in elk geval drie reacties leidde. Sommigen probeerden het gevaar stil te houden. Anderen deden hun best om Darwin te temmen. Maar het meest interessant waren toch de pogingen die werden ondernomen om op basis van zijn theorie tot nieuwe ethische funderingen van de samenleving te komen. Met tijdelijk en gedeeltelijk succes weliswaar, maar juist daardoor werd het darwinisme een concurrent voor de gevestigde religies.”
Vijand
Ligt in het verzet van „allerlei radicale christelijke stromingen die Darwin als hun vijand zagen” niet de belangrijkste verklaring voor het feit dat zijn gedachtegoed ook in Nederland zo populair werd? vroeg prof. I. de Haan (Universiteit Utrecht), een van Van der Heides opponenten, zich af. „Want waarom nu juist Darwin, in deze periode?”
Een van de oorzaken daarvoor lag „in de persoon van Darwin zelf”, aldus de promovenda. „Hij was een vriendelijke verschijning, en kwam in de pers naar voren als een echte pater familias, die uit een goed milieu kwam, een christelijk nest ook. De tweede oorzaak ligt in de grote kracht die er van zijn theorie uitging. Voor velen was het een synthese die meer verklaarde dan alle eerdere theorieën.”
Neemt volgens Van der Heide inderdaad niet weg dat ook het verzet vanuit „confessionele kringen” –rooms-katholieken en orthodox-protestanten– er een bijdrage aan heeft geleverd. „Zij konden er het opkomende atheïsme en ander verval in de maatschappij mee verklaren. In die zin werd het voor hen een manier om zich een identiteit te verschaffen.”
Vanaf het begin van de twintigste eeuw verdwijnt die weerstand meer en meer en op dit moment is daar, aldus prof. De Rooij, eigenlijk alleen nog sprake van in een deel van het orthodox-protestantisme, „met name in de Verenigde Staten, en sommige stromingen binnen de islam. In Nederland heeft Andries Knevel eerder dit jaar op verrassende en opzienbarende wijze afscheid genomen van het creationisme van de EO. Wat dat betreft, kan de actualiteit van dit proefschrift nauwelijks over het hoofd worden gezien.”