Van Veen sprak gisteren in Den Bosch op een studiedag over de oecumenische Calvijn, georganiseerd door Katholieke Vereniging voor Oecumene in het kader van het Calvijnjaar 2009. Geschiedenis is volgens haar een terrein waar verschillende confessies -protestanten en rooms-katholieken- elkaar kunnen vinden.
Van Veen ziet Calvijn als een vat vol tegenstrijdigheden: als persoon, maar ook in zijn theologie, spiritualiteit, kerkleer en Godsbesef. „Misschien is het daarom wel passend dat aan de vooroordelen, hoe onjuist ook, geen touw valt vast te knopen.”
Calvijn overleed in 1564. Hij had zich toen, 55 jaar oud, letterlijk „kapot” gewerkt. „Hoewel Calvijn ongeveer dag en nacht werkte”, zei Van Veen, „was hij ook iemand die kon genieten: van vrienden en bijvoorbeeld van het Meer van Genève. Was Calvijn dus onze tijdgenoot geweest, dan vermoed ik dat hij na een dag netwerken achter zijn pc zijn auto -misschien wel een BMW 7- zou hebben gestart om een stuk te wandelen in de natuur, het theater van Gods heerlijkheid.”