De Nederlandse EA, gevestigd in Driebergen, meldt in haar gisteren verschenen nieuws- en gebedsbrief Kaleidoscoop dat zij de WEA een aantal vragen heeft gesteld over deze verklaring. Die hebben zowel met de inhoud als met het proces van de totstandkoming te maken, aldus de EA. „Met betrekking tot dat laatste hebben wij de nadruk gelegd op het feit dat een dergelijke verklaring in de periode na de Holocaust eigenlijk niet meer alleen door Angelsaksische theologen kan worden gemaakt - zeker niet als daaronder het aantal vervangingstheologen in de meerderheid lijkt te zijn.”
Het gaat hier om „gevoelige en complexe” materie, vervolgt de EA-nieuwsbrief. „Het verlangen dat Joden in Jezus de Christus zullen herkennen is in het verleden niet alleen gekoppeld aan respectvolle dialoog, maar ook aan infame scheldpartijen en directe vormen van vervolging. We hebben daarom verder onderstreept dat het gesprek mét de Joden verreweg de voorkeur heeft boven het gesprek over de Joden.”
De Nederlandse EA heeft er de WEA tot slot op gewezen „dat over het hele spectrum van de evangelische beweging zo veel diversiteit bestaat van overtuigingen met betrekking tot de toekomst van het volk Israël dat een brede, wereldwijde alliantie niet een van die overtuigingen uniek tot de hare zou moeten maken.”